Aanpak klimaatverandering heeft nieuw perspectief

15-04 | |
Rougoor
Carin Rougoor Adviseur bij CLM
Zonnepanelen en windturbines bieden de landbouw mogelijkheden om duurzame energie te produceren. - Foto: Mark Pasveer
Zonnepanelen en windturbines bieden de landbouw mogelijkheden om duurzame energie te produceren. - Foto: Mark Pasveer

Dat op aarde het klimaat verandert staat niet meer ter discussie. Er is werk aan de winkel voor ons allemaal en voor agrarisch ondernemers zijn er nieuwe kansen, aldus CLM-adviseurs Carin Rougoor en Frits van der Schans.

Dat op aarde het klimaat verandert staat niet meer ter discussie en langzamerhand kunnen we merken dat het weer verandert. Daarom is het meest recente IPCC-rapport ‘Impacts, Adaptation and Vulnerability’ ronduit alarmerend en gelukkig nog enigszins hoopgevend. Samengevat: de klimaatverandering zet versterkt door, máár… de mens is nog steeds in staat om het tij te keren. Dan zullen we wel onze ambities moeten verhogen én deze daadwerkelijk realiseren.

Kortom, geen tijd meer voor gedraal, kijken naar elkaar en vingerwijzen. En ja, enkele recente crises kunnen ons de weg wijzen naar die versnelling in de aanpak.

Klimaatverandering mogelijk

Het IPCC-rapport geeft voor alle sectoren een overzicht van een groot aantal technieken, voorzien van bijbehorende kosten, waarmee een aanpak van de klimaatverandering mogelijk is. Opvallend daarbij is dat de sectoren energie, gebouwen en transport tal van effectieve maatregelen kunnen nemen die nauwelijks geld kosten. De potentie van enerzijds energiebesparing en anderzijds de productie van duurzame energie vanuit zon en wind is zeer groot. In de land- en bosbouw hebben CO2-opslag (inclusief verminderde afbraak van veenbodems) en aanleg of herstel van bossen grote potentie. Maar die maatregelen zijn wel relatief duur.

Voedselconsumptie

Gerelateerd aan de landbouw kan de aanpassing van de voedselconsumptie ook sterk bijdragen aan de aanpak van klimaatverandering. Daarbij noemt IPCC uiteraard de alom bekende en effectieve maatregelen ‘minder voedselverspilling’ en ‘overstap naar een duurzaam dieet’ (lees: meer voedsel van plantaardige en minder van dierlijke oorsprong).

Nederlandse landbouw intensief

Toch moet ook de Nederlandse landbouw aan de slag. Onze landbouw is in vergelijking tot die in andere landen intensief en sterk afhankelijk van transport, import en export. Daardoor gebruikt onze land- en tuinbouw zowel direct als indirect veel energie. Vermindering van het energiegebruik voor transport en in de industrie – beide maatregelen die IPCC expliciet noemt – is dan ook voor de land- en tuinbouw van groot belang. Daarnaast zijn ook besparingen mogelijk door verminderd gebruik van energierijke producten als kunstmest.

De landbouw heeft volop mogelijkheden om meer duurzame energie te produceren via zonnepanelen en windturbines. Daarbij is het belangrijk rekening te houden met de menselijke maat en de capaciteit van het netwerk. Het draagvlak voor zonnevelden en grote windturbines is zowel binnen als buiten de landbouw beperkt en veel netwerken zijn niet geschikt voor de piekproducties van deze installaties. Daarom zijn zonnepanelen op daken en kleine, in het landschap passende windturbines het credo.

Afhankelijkheid van derden

De coronapandemie en twee maanden oorlog in Oekraïne hebben ons veel geleerd over de kwetsbaarheden van de Nederlandse landbouw. Van de ene op de andere dag werden internationale transporten onmogelijk en vielen afzetmarkten weg. Afhankelijkheid van derden maakt bedrijven, zeker in de landbouw met veel dagverse producten, (financieel) kwetsbaar. Steeds meer ondernemers erkennen en herkennen nu voordelen van een grotere mate van zelfvoorziening en afzet in de (Noordwest-Europese) regio. Daarbij en daarnaast is besparing van directe en indirecte energie mogelijk én door de hoge energieprijzen loont het heel snel.

Zonnepanelen en windturbines

Er is werk aan de winkel voor ons allemaal en voor agrarisch ondernemers zijn er nieuwe kansen. Plaats zonnepanelen op het dak en een of twee kleine windturbines achter de stal, probeer daarbij de mogelijkheden van het netwerk maximaal te benutten. Beperk de afhankelijkheid van kunstmest door in de akker- en tuinbouw nog meer dierlijke mest te gebruiken en benut klavers, luzerne, bonen en erwten om stikstof te binden. Laat waar mogelijk (melk)veehouders biogasinstallaties voor verse mest realiseren en voorkom zo en passant ook nog ammoniakemissie. Richt je (nog) meer op lokale en regionale producten en afnemers.

En last but not least, verminder het energiegebruik en laat energievretende (nieuwe) technieken zoveel als mogelijk links liggen. Want een beter verdienmodel begint bij jezelf.

Medeauteur: Frits van der Schans, adviseur bij CLM.

Meer over


Beheer