Aantal melkveebedrijven krimpt met 33% tot 2030

19-10-2020 | |
Foto: Mark Pasveer
Foto: Mark Pasveer

Het aantal melkveebedrijven zal in 2030 rond 10.600 zijn. Dat is een derde minder dan het aantal van 15.987 in 2018.

Dat stelt Wageningen University & Research in een rapport gemaakt in opdracht van FrieslandCampina. Het aantal van ruwweg 10.000 melkveebedrijven in 2030 komt overeen met voorspellingen van onder meer Rabobank en verschillende agrarische accountantskantoren.

In het door WUR doorgerekende basisscenario houden de bedrijven gemiddeld 139 melkkoeien en gezamenlijk heeft de sector 1,5 miljoen koeien. Dat is iets minder dan in 2018, maar de geleverde melkplas neemt juist met 3% toe, door de toenemende melkproductie per koe naar 9.850 kilo melk per koe (+1.100 kilo melk ten opzichte van 2018).

In het basisscenario is de economische situatie van veel bedrijven niet rooskleurig, zo stelt het rapport. Bij 57% van de stoppers liggen er onvoldoende financiële resultaten aan stoppen ten grondslag. Van de blijvers kan slechts 27% alle benodigde aflossingen en vervangingsinvesteringen doen. De rest stelt in meer of mindere mate vervangingsinvesteringen uit en/of kan niet alle benodigde aflossingen doen.

Milieu: onder fosfaatplafond

Met de voorspelde dieraantallen in het basisscenario van het rapport blijft de melkveehouderij ruim onder het fosfaatplafond. Er is een beperkte daling van het eiwitgehalte in het rantsoen ten opzichte van 2018 nodig om ook onder het stikstofplafond te blijven. Gesteld wordt dat door de daling van het aantal melkkoeien in het basisscenario, ook de methaan- en ammoniakemissie dalen. Om een reductie van 0,8 Mton CO2– equivalenten ten opzichte van 2015 (klimaatakkoord) te halen, resteert dan nog een aanvullende opgave van 0,27 Mton (3,2%).

Ten aanzien van de ammoniakemissie lijkt de aanvullend benodigde procentuele daling een stuk groter, maar hoeveel dat moet zijn hangt sterk af van de verdere invulling van het beleid. Zowel voor ammoniak als broeikasgassen zijn mogelijk nog diverse emissie-reducerende maatregelen toe te passen voor 2030. Er is echter nog geen goed zicht op haalbaarheid en kosten hiervan en de sturing via beleid.

Meer scenario‘s

Naast het basisscenario zijn nog drie andere scenario’s doorgerekend, die overigens alle leiden tot nog minder overblijvende melkveebedrijven.

In scenario 1 (Stimulering natuurinclusief) ontstaat een breed gedragen maatschappelijke tendens naar een meer natuurinclusieve melkveehouderij met specifieke eisen. Dit wordt gevormd door introductie van een deelstroom natuurinclusieve melk en een verandering van premies uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) naar uitbetaling via ecoschema’. Daarnaast moeten er extra opbrengsten voor natuurinclusieve bedrijfsvoering komen en een vereiste dat groei alleen grondgebonden kan plaatsvinden. In dit scenario neemt het aantal bedrijven af tot 10.100 met gemiddeld 145 melkkoeien.

Geen weidegang

In scenario 2 (Hardcore vrije markt) is juist het tegenovergestelde van natuurinclusief het geval. De wereld wil betrouwbaar, goedkoop en efficiënt geproduceerd voedsel. Eisen ten aanzien van weidegang en biodiversiteit verdwijnen. Daar wil de consument niet voor betalen. De opbrengstprijs daalt en eisen voor grondgebonden groei vallen weg. Dit leidt tot een gemiddelde bedrijfsgrootte van 190 melkkoeien op 7.500 resterende bedrijven en een melkproductie per koe die tot boven de 10.000 kilo melk uitkomt.

Focus op rendement

Scenario 3 (Meer focus op rendement en sociale eisen) is de tegenhanger van het basisscenario in de zin van hoe de melkveehouder naar zijn bedrijf kijkt. De melkveehouder stelt eisen aan inkomen en rendement uit het bedrijf. Een deel van de ondernemers gebruikt de investeringsruimte in andere takken. Ook stopt een groep ondernemers die het op zich financieel goed doet maar elders meer kansen ziet voor rendement. In dit scenario resteren er bijna 7.800 bedrijven met gemiddeld 165 melkkoeien per bedrijf.

Hogenkamp


Beheer