Advies: griepprik voor alle intensieve veehouders

Een minder bekend maar loerend gevaar is varkensgriep;  minder schadelijk dan vogelgriep maar in potentie een belangrijke kandidaat om te muteren naar een voor mensen gevaarlijke vorm. - Foto: Ronald Hissink
Een minder bekend maar loerend gevaar is varkensgriep; minder schadelijk dan vogelgriep maar in potentie een belangrijke kandidaat om te muteren naar een voor mensen gevaarlijke vorm. - Foto: Ronald Hissink

Zoönosen zijn een sluipend gevaar. In de veehouderij is influenza het belangrijkste risico – de covid-pandemie even buiten beschouwing latend. Deskundigen geven ingrijpende adviezen aan de Tweede Kamer.

Roep veehouders en hun gezinnen op voor de jaarlijkse griepprik. Haal pluimveehouderij weg uit waterrijke gebieden. Gebruik de nieuwe generatie AI-vaccins voor de pluimveehouderij en reduceer het transport van levende dieren. Dit is maar een greep uit de adviezen die Arjan Stegeman en Henk Bekedam de politiek geven om gevaar van zoönosen – besmettelijke ziektes die van dier naar mens overgaan – in te dammen. Beide deskundigen gaven donderdag in de Tweede Kamer toelichting op een rapport dat eerder dit jaar verscheen over dit onderwerp.

Vogelgriep

Zoönosen zijn een wereldprobleem, met de covid-pandemie als belangrijkste voorbeeld. Maar er zijn veel meer. Vers in het geheugen liggen uitbraken van Sars, Mers, en dichterbij: vogelgriep. De hele wereld worstelt al sinds 2014 met een H5N1-epidemie die in het wild rondgaat en niet meer weg te krijgen is. Stegeman, verbonden aan Universiteit Utrecht, verwacht niet dat we er de komende jaren nog van af komen. Vogelgriep kan gevaarlijk zijn voor mensen, grootste risico is een mutatie naar een echt gevaarlijke vorm, die zou kunnen uitmonden in een pandemie.

“Je kunt er de klok op gelijk zetten, elk jaar in de tweede helft van oktober krijg je het eerste geval van vogelgriep”, zegt Stegeman. Een preventieve ophokplicht ziet hij niet als zinvol, al was het alleen al omdat lang niet alle gevallen plaatsvinden op bedrijven met uitloop. Hij hamert op het belang van internationale goede monitoring van de ziekte. Een zeer ingrijpend middel is de pluimveehouderij weghalen uit waterrijke gebieden waar de infectiedruk vanuit wilde watervogels hoog is.

Zoönoserisico meenemen bij herinrichting Nederland

Stegeman pleit ervoor bij plannen voor herinrichting van Nederland wegens stikstof en klimaat, het zoönoserisico mee te nemen. En Bekedam zegt: “Analyseer het zoönoserisico bij nieuwe vormen van dierhouderij, zoals insecten voor de proteïneproductie of van nieuwe vormen van kringlooplandbouw. Wacht niet met het analyseren van eventuele risico‘s.”

Vaccinatie tegen vogelgriep komt overigens dichterbij, verwacht Stegeman. Er is een nieuwe generatie vaccins onderweg. “Het is tijd om daar stappen mee te zetten. We zitten nu in een niet duurzame situatie, er moet vaart gemaakt worden.” Hij pleit voor vaccinatie in combinatie met goede monitoring en bioveiligheidsmaatregelen. “Met dat drietal kun je een goede slag maken.”

Varkensgriep

Gaat veel aandacht nu naar vogelgriep en covid, een minder bekend maar loerend gevaar is varkensgriep. Dit virus is in de veehouderij minder schadelijk dan vogelgriep maar in potentie een belangrijke kandidaat om te muteren naar een voor mensen gevaarlijke vorm.

Stegeman en Bekedam pleiten voor een griepvaccinatie van pluimvee- en varkenshouders en hun gezinnen, evenals van mensen die beroepsmatig met deze dieren in contact komen. “Neem ze mee in de groep mensen die jaarlijks een oproep krijgen voor de influenzavaccinatie.”

Vroeger kwam er jaarlijks een griepgolf op de toen veel kleinere varkensbedrijven. Daarna was het virus weer weg

Is Nederland gevaarlijker geworden dan het was, door ontwikkeling van de veehouderij? Op die vraag is geen eenvoudig antwoord mogelijk, zo blijkt. Enerzijds is het aantal veehouderijen kleiner geworden, wat de kans op onderlinge uitwisseling verminderd heeft. Tegelijk zijn bedrijven zo groot geworden dat virussen er kunnen blijven circuleren. Stegeman: “Vroeger kwam er bijvoorbeeld jaarlijks een griepgolf op de toen veel kleinere varkensbedrijven. Daarna was het virus weer weg. Nu kan het blijven circuleren binnen zo’n groot bedrijf waardoor het niet meer weggaat.” Het risico op zoönosen hangt af van de combinatie van bedrijfsomvang en spreiding van bedrijven.

Eén ding is volgens de wetenschappers wel heel duidelijk: De kans dat de volgende pandemie in Nederland begint, is erg klein. Dat komt niet omdat hier geen risico’s zijn, integendeel: Nederland is een rode stip op de wereld-risicokaart. Het komt simpelweg doordat er zoveel buitenland is. Stegeman: “Die kleine kans ontslaat ons niet van de verplichting om wel actie te ondernemen.”

Tot slot pleit hij er nadrukkelijk voor om oog te houden voor het belang van de gezondheid en het welzijn van het dier, zeker nu er op gebied van stikstof en klimaat enorme opgaven liggen. “Een aantal van de gezondheidscrises die we gehad hebben, zoals antibiotica, Q-koorts en nu varkensinfluenza, werd eerst gezien als puur een diergezondheidsprobleem, waardoor ‘men’ er de handen vanaf hield. Later bleken het toch impact te hebben op de volksgezondheid. Zorg dat het dier niet klem komt te zitten tussen de belangen van de mens en het milieu.”

Oppewal
Johan Oppewal chef-redacteur


Beheer