Advies Rli: Rijk moet regie terugnemen bij landinrichting

Om het rijk een meer sturende rol te geven is het nodig dat ruimtelijke ordening onder directe verantwoordelijkheid van een minister komt stelt de Rli. - Foto: Martijn ter Horst
Om het rijk een meer sturende rol te geven is het nodig dat ruimtelijke ordening onder directe verantwoordelijkheid van een minister komt stelt de Rli. - Foto: Martijn ter Horst

Sturing nodig bij ruimtelijke ordening, aldus Raad voor de leefomgeving (Rli) in een advies.

Het rijk moet de regie terugnemen bij de inrichting van het land. Dat stelt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in een advies dat dinsdag 23 november is aangeboden. Grote veranderingen (klimaat, voedsel, natuur) vereisen meer sturing, en daarvoor is een minister voor ruimtelijke ordening nodig, vindt de Rli.

Nederland moet de komende decennia ‘fundamenteel op de schop’ om een antwoord te geven op grote vraagstukken op gebied van klimaat, energie, kringloopeconomie en verduurzaming van het voedselsysteem, stelt het advies.

Daarbij gaat het onder andere om woningbouw, stikstof en water, maar ook nieuwe doelen op gebied van de vermindering van de bodemdaling in veenweidegebieden.

Minister van ruimtelijke ordening

Om het rijk een meer sturende rol te geven is het nodig dat ruimtelijke ordening onder directe verantwoordelijkheid van een minister komt, die daarvoor een eigen budget beheert en dat het ministerie ‘ruimtelijke ordening’ ook in de naam opneemt.

Volgens de Raad voor de Leefomgeving heeft Nederland steeds meer last van trage aanpak van ruimtelijke opgaven. “De impasse rond diverse dossiers (stikstof, klimaat, woningnood) zorgt voor sociale, ecologische en economische schade (bouwprojecten die niet doorgaan, mensen die geen woning vinden, natuur die achteruitgaat enzovoort).” Als dat zo doorgaat, is de samenleving daar steeds meer belastinggeld aan kwijt, aldus de adviesraad.

De voortgaande decentralisatie waarbij projecten per sector worden opgepakt, moet worden gekeerd. De rijksoverheid moet richting geven, maar daarbij zorgen dat burgers tijdig en voldoende betrokken zijn bij plannen. Op dit moment is het rijk ‘weinig richtinggevend en doortastend als het gaat om de bescherming van natuur en verduurzaming van de landbouw, aldus de Rli.

Kavelruil

Een van de concrete aanbevelingen is dat het rijk grond reserveert voor kavelruil, zodat er ruimte is voor boeren die willen verplaatsen. Voor de realisering van wind- en zonneparken, moet een duidelijk ruimtelijk plan bestaan, zodat niet de toevallige (financiële) overwegingen van energiebedrijven en grondeigenaren bepalen waar dergelijke projecten worden gerealiseerd.

De nieuwe landinrichting vereist een nieuwe overtuiging voor grondeigenaren. Vroeger lag de motivatie vooral in de optimalisering van landbouwgrond, de aanleg van ontsluitingswegen of de verwerving van meer grond bij de eigen boerderij. In de nieuwe landinrichting zijn er andere argumenten in de vorm van “duidelijkheid en zekerheid die boeren bij de nieuwe landinrichting krijgen over de toekomstige ontwikkeling van een gebied voor de komende twintig tot dertig jaar”, stelt de Rli. “Op dit perspectief kan de boer plannen maken en keuzes voor zijn bedrijf maken.”

Samenwerking met boeren

De nationale Omgevingsvisie biedt onvoldoende houvast voor toekomstig beleid, zegt de adviesraad. Daar moet een plus bovenop waarin ‘heldere nationale doelen en keuzes in samenhang worden bekeken, met ruimte voor regionale uitwerking’, staat in het advies. Provincies moeten een belangrijke rol krijgen in een ‘nieuwe landinrichtingsronde voor het buitengebied, in samenwerking met boeren, terreinbeherende organisaties, grondeigenaren en waterschappen’.

Braakman
Jan Braakman Redacteur



Beheer