Advies: zet dier centraal in veehouderij

Foto: Bert Jansen
Foto: Bert Jansen

In de toekomstige veehouderij moet het dier centraal staan, dat vindt de Raad voor Dieraangelegenheden (RDa).

De huidige vorm van veehouderij is gericht op de productie van voedsel, maar de toenemende maatschappelijke aandacht voor dierenwelzijn zet hier druk op. De Raad voor Dieraangelegenheden heeft verschillende schetsen uitgewerkt van toekomstige veehouderijen. De Zienswijze Dierwaardige veehouderij is geschreven op verzoek van het ministerie van Landbouw, als vervolg op de uitwerking van de visie op kringlooplandbouw.

Minder welzijnsproblemen

In de huidige veehouderij komen welzijnsproblemen minder voor dan 25 jaar geleden, ziet de RDa. Wel is het rapport kritisch op ingrepen bij dieren zoals het behandelen van snavels van kippen, couperen van staarten bij biggen en het onthoornen van kalveren. Ook op het gebied van andere blijvende problemen in de veehouderij, zoals sterfte van jonge dieren, te krappe hokken en het ontbreken van afleidingsmateriaal, kan nog veel verbetering geboekt worden.

Daarbij tekent de RDa aan dat positief dierenwelzijn niet hetzelfde is als het voorkomen van pijn of ander ongenoegen bij dieren. Dieren in de veehouderij hebben een zogenaamde ‘intrinsieke waarde’, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat een dier gevoel heeft en pijn en plezier kan ervaren. Die waarde moet centraal staan in het houderijsysteem, waarvan goede voeding een comfortabele omgeving en goede gezondheid de basis zijn. Daarbovenop moet het dier het natuurlijke gedrag kunnen vertonen en bovendien een ‘positieve emotionele toestand’ hebben.

Positief welzijn van dieren

Een volgende vraag die de RDa dan behandelt, is wanneer een dier dan een ‘positief welzijn’ ervaart. Het aantal beschikbare systemen, zoals sensoren, is nog beperkt. Hoopvol zijn systemen als beeldherkenning en kunstmatige intelligentie voor de monitoring van dierenwelzijn. Dit soort gegevens kunnen in ieder geval een basis zijn voor een inschatting van het welzijn van dieren.

Om ervoor te zorgen dat in verloop van tijd de Nederlandse veehouderij ook volgens deze gewenste principes gaat werken, moet wat de RDa betreft de overheid de regie nemen, met een aanpak vergelijkbaar met andere brede thema’s in het landbouwbeleid als stikstof en klimaat. Verduurzaming en het verdienmodel van boeren zijn ook onderdeel van deze transitie, benadrukt de RDa.

Gevolgen zijn onduidelijk

Eerder dit jaar is een wetswijziging aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer met eenzelfde soort strekking. In die wijziging voegde toe aan de bestaande wetten, dat het kunnen houden van dieren in een bepaald houderijsysteem in elk geval niet als redelijk doel mag worden gezien. Dieren moeten natuurlijk gedrag kunnen vertonen. Hoe deze wijziging precies uit gaat pakken, is vooralsnog niet duidelijk. Landbouwminister Schouten analyseert onder andere ook hoe de wet zich verhoudt tot Europese en internationale vereisten en wat het betekent voor de uitvoering en handhaafbaarheid van de wet.

van Rooijen
Meer over



Beheer