Advocaat verbolgen over strenge lijn CBb in fosfaatzaak

10-06 | |
Luchtfoto van de werkzaamheden aan de nieuwe N18 in Haaksbergen (Ov.), eind maart 2018. - Foto: ANP
Luchtfoto van de werkzaamheden aan de nieuwe N18 in Haaksbergen (Ov.), eind maart 2018. - Foto: ANP

Een Achterhoekse veehouder die zichzelf als knelgeval ziet, krijgt alsnog extra fosfaatrechten na een rechterlijke uitspraak. Toch smaakt zijn overwinning niet zoet, blijkt uit de reactie van zijn advocaat Peter Goumans.

Eerst het goede nieuws voor de veehouder, die ten tijde van de peildatum bezig was met de doorontwikkeling van zijn bedrijf. Onder meer vanwege de aanleg van een weg (N18) raakte hij grond kwijt. Om zijn bedrijf toekomst te geven, nam hij het melkveebedrijf van een buurman over, die ook grond kwijtraakte en besloot te vertrekken.

In verband met de wegaanleg en verbouwingsactiviteiten had de veehouder tijdelijk ruim 9 hectare grond verhuurd aan een akkerbouwer. Hierdoor had hij op de peildatum (2 juli 2015) te weinig grond om grondgebonden te te zijn, en dus werd de generieke korting van 8,3 % toegepast bij de toekenning van fosfaatrechten in 2018. Het CBb zegt hiervan deze week, in lijn met eerdere uitspraken, dat dit gevolg voor de veehouder niet voorzienbaar was en een onevenredig effect heeft op het bedrijf. Dat er maatregelen zouden komen tegen groei van de melkveehouderij was wel voorzienbaar, zegt het CBb voortdurend in rechtszaken hierover, maar het verlies van de grondgebondenheidsstatus door toevallige verhuur van gronden was niet te voorzien. Het feit dat de veehouder zijn eigen mest uitreed op het verhuurde perceel vindt de rechter relevant.

Groeier of verplaatser

Op een ander, belangrijk punt gaat het CBb niet mee met de veehouder, tot verbazing en ongenoegen van advocaat Peter Goumans van Hekkelman Advocaten. De overname van het buurbedrijf ziet de rechter als een uitbreiding. En voor groeiers is er geen coulance, zelfs niet als de ondernemer in kwestie moest wijken voor het algemeen belang, zoals de aanleg van een weg. In de woorden van het CBb: ’Het College hanteert als uitgangspunt dat de individuele melkveehouder zelf de gevolgen van die risico’s draagt en dat niet ieder vermogensverlies als gevolg van het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last vormt. Dit uitgangspunt wordt alleen bij uitzondering verlaten. (…)Het had voor melkveehouders al vanaf het moment dat bekend werd dat het melkquotum zou worden afgeschaft (…) redelijkerwijs duidelijk moeten zijn dat een ongeremde groei van de melkveehouderij niet mogelijk was en dat in verband met die afschaffing maatregelen te verwachten waren.’

Alsof CBb minister Schouten de hand boven het hoofd houdt

Verschil CBb en RvS

Goumans constateert dat het CBb in het fosfaatrechtenspoor anders oordeelt dan de Raad van State (RvS) in het fosfaatreductiespoor. Vanwege de grote aantallen beroepszaken heeft de Raad van State onder de vlag van het CBb de fosfaatreductiezaken behandelt. Zo behandelde de RvS eerder dit jaar de fosfaatreductiezaak van deze zelfde ondernemer. Dat oordeel viel anders uit. Geoordeeld werd toen dat het strikt volgen van de regeling onredelijk zou uitpakken. De opgelegde geldsommen vanwege het reductieplan werden gehalveerd.

Maar in de zaak over de fosfaatrechten veegt het CBb die redenering weer van tafel. Goumans verbaast zich hierover in hoge mate. “Dezelfde omstandigheden worden in vergelijkbare procedures anders gewogen. Juist in het rechtenspoor komt dit nog harder aan dan in het reductiespoor.” Voor melkveehouders is dit niet meer te volgen, stelt hij. De indruk wordt zo gewekt, oppert Goumans, alsof het CBb Schouten de hand boven het hoofd houdt. “Ik kan me indenken dat een veehouder zo niet alleen zijn vertrouwen in de overheid, maar ook in de rechterlijke macht verliest.”

Peter Goumans van Hekkelman advocaten. - Foto: Van Assendelft Fotografie
Peter Goumans van Hekkelman advocaten. - Foto: Van Assendelft Fotografie

Oppewal
Johan Oppewal Redacteur



Beheer