Agro-industriële melkveehouderij?

22-04 | |
Pierik
Cor Pierik Landbouweconoom en veehouder
Foto: Jan Willem van Vliet
Foto: Jan Willem van Vliet

In Europa liggen voorstellen om (melk)veehouderijbedrijven met meer dan 150 grootvee-eenheden (gve) te beschouwen als bedrijven met ‘agro-industriële activiteiten’.

Een melkveehouder met 150 gve heeft grofweg 120 melkkoeien, 40 pinken en 40 kalfjes. Het gaat hier om zo’n 30% van alle melkveehouders. Voor deze bedrijven betekent het zeker en vast dat ze extra onder het vergrootglas worden gelegd als het gaat om de emissies. Klinkt in zekere zin niet onlogisch.

De melkveehouderij is juist bij uitstek een activiteit die voor een heel belangrijk deel grondgebonden is en weinig overeenkomsten heeft met de industrie

Toch heb ik bij melkveebedrijven met meer dan 150 gve zelden een associatie met industriële activiteiten. Het is op zijn minst een ongelukkige term. De melkveehouderij is juist bij uitstek een activiteit die voor een heel belangrijk deel grondgebonden is en weinig overeenkomsten heeft met de industrie. Bovendien blijkt uit de jongste CBS-cijfers dat in de periode 2016-2021 het percentage melkveebedrijven met meer dan 2,6 gve per hectare is gedaald van 31% tot iets minder dan 20%. In 2016 waren er 5.150 melkveehouders met 2,6 gve/ha tegen 2.750 in 2021.

Verder blijkt uit diezelfde statistiek dat ongeveer twee derde van de melkveehouders, op basis van de melkveestapel, als redelijk extensief (<2,3 gve/ha) is te kwalificeren. Vijf jaar geleden was dit nog de helft.

Weidegang

Los van deze ontwikkelingen neemt het percentage bedrijven met weidegang voor melkkoeien vooral toe bij bedrijven met meer dan 100 gve. Bij de kleinere melkveehouder is natuurlijk ook weinig extra weidegang meer te realiseren. Niettemin weten grote melkveehouders naar verhouding steeds vaker de weidegang te vervlechten in de bedrijfsvoering. Deze ontwikkelingen onderstrepen de grote afstand van deze bedrijven met ‘industrie’.

Respect en perspectief

Daarnaast zijn er 4.500 melkveebedrijven die zich bezighouden met agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Ongeveer een derde van deze melkveehouders runt een groot bedrijf. Het lijkt me dat ook deze melkveehouders er niet blij van worden als ze in Brussel te boek staan als een bedrijf met agro-industriële activiteiten. Woorden en kwalificaties doen ertoe. Gedwongen stoppen, warme sanering of een toekomstbestendige bedrijfsverplaatsing, het klinkt zo anders. Daarmee zijn deze laatste twee opties niet direct woest aantrekkelijk, maar het geeft wel meer respect en perspectief.



Beheer