Akkerbouwer: ‘Gezond voedsel is de basis van onze gezondheid’

18-03 | |
Arnold van Woerkom verkent de markt met zijn merk Bodemisch Food. "De zorg moet in 2030 een voedselgezondheidsplan hebben, dan komen ze vanzelf bij ons uit." Foto: Andrea van Schaik
Arnold van Woerkom verkent de markt met zijn merk Bodemisch Food. "De zorg moet in 2030 een voedselgezondheidsplan hebben, dan komen ze vanzelf bij ons uit." Foto's: Andrea van Schaik

Zo natuurlijk mogelijk produceren met veel organisch materiaal, niet meer ploegen en alleen chemie als het niet anders kan; met dit teeltsysteem produceert Arnold van Woerkom, samen met zoon John, aardappelen en groenten die volgens hem gezonder zijn voor de consument. “Door ketenverkorting kan de hogere kostprijs worden weggepoetst.”

Aardappelteler Arnold van Woerkom (75) in Bant heeft samen met zijn kennisnetwerk het concept Bodemisch Food bedacht. Het principe: in een gezonde bodem en met natuurlijke input produceer je gezonde voedingsmiddelen. Dat betekent dat hij zoveel mogelijk organische stof levert en zo weinig mogelijk corrigeert met chemie. Laboratoriumtesten bevestigen dat zijn aardappelen gezonder zijn dan conventioneel en ook biologisch geteelde aardappelen (zie kader).

Het idee voor Bodemisch Food

Recent is de theorie onderschreven door Amerikaans onderzoek. Het idee voor Bodemisch Food ontstond al in 1984, toen een professor Van Woerkom voorhield dat de actuele productiewijzen van de landbouw ziekmakend zijn. Nu verkent de 75-jarige akkerbouwer met zoon John de markt met gezondere aardappelen en groenten.

Wat zei die professor tegen u, waardoor u zo’n ommekeer maakte?

“Destijds was er al kritiek op onze productiewijzen. Hij zei: het hedendaagse voedsel is ziekmakend, het boeren is er sinds de Tweede Wereldoorlog alleen maar op achteruitgegaan. Hij zei iets dat mij niet paste, het hakte er enorm in. Zijn advies aan mij was voedsel weer zoals het bedoeld is te maken, zoals het in de evolutie is ontstaan. Oftewel, natuurlijker telen. Dan zouden de zorgkosten met 30 tot 50% omlaag kunnen. Ik was totaal van de kaart. Als mens wist ik dat hij gelijk had, maar als boer was ik ten einde raad.”

De man wist u te prikkelen. Hoe heeft u dat vertaald naar Bodemisch Food?

“Ik kwam er in eerste instantie niet uit. Ik sprak met erfbetreders en politici, maar ving overal bot. Dat komt doordat die systemen elkaar in stand houden. Als erfbetreders hun gewasbescherming niet aan mij kunnen slijten, is het met die handel gedaan. Dus beschermen ze dat. In de politiek heb ik hetzelfde ervaren; het zijn in beton gegoten systemen die zichzelf in stand willen houden. Niemand neemt het voortouw. Mijn verhaal werd gebagatelliseerd, zodat alles bij hetzelfde bleef.”

Toch zitten we hier nu, dus er moet iets veranderd zijn.

“Ik zocht door naar dat andere verhaal, van 1984 tot het jaar 2000. Het netwerk groeide. Ik had gemerkt dat je van bovenaf geen hulp hoeft te verwachten. Dus moet je van onderaf iets opzetten. Ik wist de gedachtegang uiteindelijk te integreren in een totaalconcept. Tegenwoordig wordt dat regeneratieve landbouw genoemd, maar het is veel complexer dan dat. Als je tegen de stroom in zwemt, zie je dingen die een ander niet ziet. Ik zag dat slechts weinigen het strategisch inzicht hebben om in de markt te integreren. Veel boeren werken hard in hun onderneming, maar niet aan hun onderneming. Ze moeten hun managementkwaliteiten verbeteren. Wie voedsel produceert, moet een strategische positie in de keten hebben. Dan kunnen ze niet om je heen. Zorg dat je kwaliteit levert van één aanbieder, zodat je niet wordt uitgespeeld.”

Dat concept weet u aan de man te brengen?

“Het is moeilijk, maar we vinden steeds nieuwe partijen die het zien zitten. Je wilt iets voor de gezondheid van de consument betekenen. Mijn zoon John en ik hebben het plan uitgewerkt en na 48 jaar pionieren, lag er een uitgeschreven en gecertificeerd teeltconcept: Bodemisch Food. Een plan vanuit ratio. Niet vanuit emotie, zoals biologische landbouw. Wij zitten er tussenin, we pakken het beste van gangbaar en bio.”

Aardappelen maar dan anders. Zo omschrijft Bodemisch Food het product op de 3-kilozak waarin de aardappelen worden geleverd. 30% meer spoorelementen en mineralen. Vol met vitaminen en antioxidanten. Ook belooft Bodemisch Food aardappelen met een positief effect op de darmflora, hormoonhuishouding en gaan ze allergieën tegen.

Hoeveel chemie gebruikt u nog in de bedrijfsvoering?

“Alleen wat echt moet om het gewas aan de gang te houden. Dat betekent dat we 85 tot 90% niet meer gebruiken en we ploegen niet meer, wat het bodemleven ook enorm heeft geholpen. Het gehalte humus is sindsdien ontzettend toegenomen. We ploegen de humus niet meer boven, waar het werd verbrand door kunstmest. Nu is het stabiel. Het bodemleven trekt het organisch materiaal, dat we volop als groenbemester telen en klepelen, naar beneden. Zo bouw je humus mooi op. Het regelt zichzelf allemaal, je moet de natuur haar werk laten doen. Je ziet het aan onze kluiten, die zijn veel poreuzer dan van buurpercelen. Prachtig, ze vallen zo uit elkaar. Plassen en insporing hebben we vele malen minder. De grond is echt opgeknapt en het is een eldorado voor nuttige beestjes.”

Van Woerkom: "We ploegen niet meer. Het bodemleven trekt het organisch materiaal, dat we volop als groenbemester telen en klepelen, naar beneden. Zo bouw je humus mooi op. Het regelt zichzelf allemaal, je moet de natuur haar werk laten doen."
Van Woerkom: “We ploegen niet meer. Het bodemleven trekt het organisch materiaal, dat we volop als groenbemester telen en klepelen, naar beneden. Zo bouw je humus mooi op. Het regelt zichzelf allemaal, je moet de natuur haar werk laten doen.”

Wat gebruikt u dan wel?

“Alle stoffen die we in de teelt gebruiken, moeten van organische vorm zijn, want daar kan ons lichaam wat mee. We doen er alles aan om gewassen in een topconditie te hebben, proberen ze stressvrij te laten groeien. Veel ziekten zijn voedselgerelateerd, daar zijn veel onderzoeken naar gedaan. Als de bodem op orde is, produceer je er gezondere voeding op voor mens en dier. Dus is onze input hoofdzakelijk natuurlijk materiaal; vulkamin, kaluimsulfaat, wormencompost, champost, patentkali. Dat bestel ik allemaal zelf.”

Waarom boert niet iedereen op uw manier?

“Omdat we zo niet zijn opgevoed. Boeren zijn gewend om het te doen zoals hun ouders het deden en zoals ze op school verteld is. Ook een systeem dat zichzelf in stand houdt. Collega’s staan open voor iets nieuws als er een duidelijk verdienmodel aan vast zit. De wijze waarop de overheid met de sector omgaat, is daar ook wel debet aan. Er is een enorme discrepantie tussen de ecologische werkelijkheid en de politieke wenselijkheid. Hoe krijg je sectorgenoten mee als je het beleid niet goed uitgelegd krijgt?”

Zoekt u ‘handlangers’ voor uw systeem?

“Zeer zeker, collega’s zijn welkom om mee te doen, maar we moeten vraaggericht telen. Dan kunnen we samen investeren. Door ketenverkorting kan de hogere kostprijs worden weggepoetst. Het lijkt mij het eerlijkst als we de consumentenprijs in drie gelijke delen kunnen splitsen; voor boer, distributeur en winkelier. Met ketenverkorting hoeft de consument niet de dupe te worden van een kostbaarder product. Onze producten gaan nu soms wel via vier tussenstations naar de plaats van bestemming. Die moeten we er tussenuit halen.”

U verpakt de aardappelen zelf en verkoop ze aan winkels en zorginstellingen. Dus het begin is er.

“Ik ben zelf de markt op gegaan en heb een netwerkje opgebouwd, maar het kost allemaal nog geld hoor. Eerst moeten we onze kwaliteit met een eerlijk verhaal bij de consument in beeld krijgen. Korte keten, transparantie en vertrouwen in elkaar en elkaar iets gunnen zijn de uitgangspunten. Hard voor dit product willen werken, zorgt voor verbinding; een goed gevoel van bodem tot bord. Onze aardappelen gaan naar een revalidatiecentrum, ziekenhuizen en een aantal groentewinkels en franchisenemers. Ook zijn we bezig met de opname in een aantal groentepakketten. Het groeit. We produceren vraaggestuurd, dat is ons uitgangspunt, maar wel altijd iets meer dan de vraag, zodat je altijd kunt leveren. Het blijft immers een natuurproduct.”

Kunnen jullie de productie opschalen?

“Ons bedrijf is 24 hectare groot en we telen in een 1-op-3-rotatie, dat wordt 1-op-5. We boeren op echte polderklei, met een afslibbaarheid van 30 tot 33%. Onze opbrengst is gelijk aan die van gangbare collega’s. We willen het bedrijf graag uitbreiden en zien daarvoor ook wel mogelijkheden, mits we het financieel rond krijgen. Ik zou graag teruggaan naar het systeem van een gemengd bedrijf, samen met een veehouder. Het aardappelras is mijn eigen ras. Die zag ik afvallen in de pootgoedsector, omdat hij teveel leek op andere rassen, maar ik had er vanaf het begin vertrouwen in. Een roodschillige, geelvlezige, licht kruimige aardappel. Ik heb hem Red Balance genoemd.”

Wanneer gaat de sector een boterham verdienen aan het concept?

“Robotisering gaat ons helpen, hoewel het een mega-investering is. Ik denk dat het past in een verdienmodel. De zorg moet in 2030 een voedselgezondheidsplan hebben, dan komen ze vanzelf bij ons uit. Ons land staat voor grote uitdagingen op het terrein van onze gezondheid, stikstof, CO2, klimaat en biodiversiteit. Een gezonde bodem en biodiversiteit moeten het uitgangspunt zijn voor het gebruik en beheer van grond. Het gaat om een integrale aanpak waar zeker twintig jaar mee gemoeid is en niet zal eindigen. Systeemverandering moet. Dat moet van onderaf komen, want van bovenaf komt het niet. Dit is een mooie kans voor onze sector.”

Vos
Petra Vos Redacteur


Beheer