Alternatief voor preventief ruimen?

04-11 | |
Oplaat
Bart-Jan Oplaat Voorzitter van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders
Foto: Ton Kastermans Fotografie
Foto: Ton Kastermans Fotografie

Bart Jan Oplaat zet vraagtekens bij het preventief ruimen van pluimvee wegens vogelgriep. Alternatieven verdienen serieuze aandacht.

In de natuur komen we grote hoeveelheden vogels tegen die het vogelgriepvirus meedragen. Het is zaak voor de individuele pluimveehouder elke denkbare maatregel op het vlak van bioveiligheid te nemen. Alles moet in het werk gesteld worden om te voorkomen dat het virus de stal binnen komt via vogels, knaagdieren, vogelpoep en vogelveertjes.

Een garantie op vrij blijven van een besmetting biedt dit helaas niet, echter alle kleine beetjes helpen.

Problemen door verschil van inzicht

In 2003 tijdens de ‘grote uitbraak’ liepen we bij de bestrijding tegen de grenzen aan van wat we aankonden met het ruimen van bedrijven. Hierbij deden zich nog allerlei problemen voor door verschil van inzicht tussen overheid en de pluimveehouders zoals bijvoorbeeld van binnen naar buiten ruimen.

Inmiddels zijn we bijna 20 jaar verder en lijkt het erop dat we in capaciteit om te ruimen achteruit te zijn gegaan. Bij een uitbraak in Heythuysen (L.) werd dit pijnlijk duidelijk.

Rechtszaak

Voor een volgende preventieve ruiming in Lunteren bleek de capaciteit te laag om dit tijdig te kunnen doen. Dat resulteerde in een rechtszaak van bedrijven waar men richting het einde van de incubatietijd alsnog wilde gaan ruimen.

Bij de rechter werd de minister in het gelijk gesteld, de ruiming mocht doorgaan. Dat de minister heeft besloten een dag voor de door de NVWA gestelde incubatietijd van 9 dagen, toch niet te gaan ruimen is moreel goed te verdedigen. Of dit veterinair gezien ook te verdedigen is, is helaas nog niet bekend.

Italiaanse methode: gerichte monitoring

Juist daarom roept de NVP de minister op serieus te kijken naar alternatieven, waarbij met een gering risico de preventieve ruimingen achterwege kunnen blijven. Een methode hiervoor zou de methode kunnen zijn die men hier in Italië voor gebruikt.

Door dagelijks monsters te nemen van de reguliere uitval, is men in staat de ziekte in een stal te ontdekken voordat er klinische verschijnselen zijn. Hiermee is de infectiedruk die de koppel naar buiten toe afgeeft niet hoger dan er buiten in het wild al aanwezig is.

De gerichte monitoring en de frequentie daarvan zal ook in Italië beoordeeld zijn door deskundigen. Of dit een aanvaardbare methode is, of andere alternatieven, daar moet de commissie van veterinair deskundigen hier dan ook een oordeel over geven.

Verdunning niet de oplossing

In elke brief aan de Tweede Kamer over een besmetting herhaalt de minister dat een vermindering van de veedichtheid een oplossing zou zijn voor de vogelgriepcrisis.

Daarin wordt ook de Rh waarde opgevoerd die in de veedichte gebieden boven de 1 zou liggen en een legitimatie moet geven voor het preventief ruimen.

Die Rh waarde is echter gebaseerd op de data van 2003 en laat de maatregelen die we in de loop der jaren genomen hebben buiten beschouwing. De toegenomen bioveiligheid, de monitoring, het vakmanschap van de boer en de veearts en de snelheid waarmee ruimingen uitgevoerd worden.

Verdunning niet de oplossing

Op die manier denkt iedere leek en elk kamerlid dat een verdunning de oplossing is. Niets is minder waar, dat blijkt uit de analyse die de NVP heeft gemaakt en ook ondersteund wordt door onderzoek van WBVR. Even de feiten op een rij zetten.

Relatief gezien is het aantal besmettingen in pluimveearme regio’s hoger dan de pluimveedichte gebieden

Er zijn soorten als eenden en kalkoenen die voor dit specifieke virus gevoeliger zijn. De kans op een besmetting lijkt groter in noord en west Nederland, waar veel open grasland en open water met risicovolle wilde watervogels voor komen.

Er zijn ook geen aanwijzingen te vinden die verband houden met de bedrijfsgrootte. Zowel kleine en grote bedrijven als ook hobbydier locaties lopen de kans besmet te raken.

Relatief gezien is het aantal besmettingen in pluimveearme regio’s hoger dan de pluimveedichte gebieden.

Belangrijkste risicofactor

Recent onderzoek van het WBVR toont aan dat landschapselementen (open water en open grasland) de belangrijkste risicofactor zijn voor een besmetting met AI.

Desondanks spreekt men van een ‘meekoppelkans’ in het Nationaal Plan Landelijk Gebied, om in veedichte gebieden via de gebiedsgerichte aanpak, gericht pluimveehouders te willen uitkopen.

Zoek onderbouwing voor niet preventief ruimen

Terug naar de kwestie: preventief ruimen. Het preventief ruimen om een eventuele verdere verspreiding te voorkomen is op zich een werkende methode. Echter zien we nu geen duidelijk bewezen transmissie van het ene bedrijf naar het andere wat de minister eigenlijk verplicht te zoeken naar alternatieven.

Dat het in Lunteren goed is afgelopen is echter geen garantie dat dit altijd zo zal zijn. De minister moet op onderzoek uit voor onderbouwing.

Meer over


Beheer