Doorgaan naar artikel

Annet Roodenburg: ‘NAPV is nu nog te vrijblijvend’

Annet Roodenburg is als wetenschapper betrokken geweest bij het samenstellen van de criteria voor de Nationale Aanpak Productverbetering (NAPV).

Geüpdatet op:
Interview
Food
Annet Roodenburg NAPV premium

Annet Roodenburg is lector Voeding en Gezondheid verbonden aan de HAS green academy en heeft tot januari 2021 zitting genomen in de NAPV-commissie. Foto: Herbert Wiggerman

Annet Roodenburg is als wetenschapper betrokken geweest bij het samenstellen van de criteria voor de Nationale Aanpak Productverbetering (NAPV). Zij is blij met het eindresultaat. “Er worden relevante doelen gesteld, die bedrijven moeten kunnen behalen.” Maar om echte stappen te kunnen zetten, is een gelijk speelveld volgens haar heel belangrijk. “Daar is wetgeving voor nodig.”

Annet Roodenburg is als lector Voeding en Gezondheid verbonden aan HAS green academy in Den Bosch en Venlo. Roodenburg heeft tot januari 2021 zitting genomen in de NAPV-commissie en zodoende meegewerkt aan het bepalen van de NAPV-criteria.

Hoe belangrijk is productverbetering binnen HAS?

Annet Roodenburg NAPV
Een gesprek over voedingsmiddelen in het Food Innovation Center van HAS green academy. Foto: Stefan Sanders Fotografie

“Vooral binnen onze opleidingen Voedingsmiddelentechnologie en Food Innovation is productverbetering een belangrijk onderdeel. Daarnaast verzorgen we opleidingen voor voedingsmiddelenbedrijven, zoals workshops suiker- en, zoutvermindering. Binnen mijn lectoraat Voeding en Gezondheid is het ook een onderwerp. Wij hebben met een aantal lectoraten gezamenlijk een aantal programmalijnen in onze onderzoeksprogramma’s gedefinieerd, gericht op consumentengedrag, de voedselomgeving en voedingsmiddelen en ook hierin komt productverbetering terug.”

Hoe belangrijk is productverbetering volgens jou?

“Belangrijk, omdat je met een gezond aanbod aan voedingsmiddelen in supermarkten iedereen bereikt. Niet alleen degenen die gezondheid belangrijk vinden, maar ook mensen die daar helemaal niet mee bezig zijn. Aan de andere kant kun je met het gezonder maken van het productaanbod niet alles oplossen. Om van de gezonde keuze ook de gemakkelijke keuze te maken, zijn nog allerlei andere beleidsmaatregelen nodig, zoals regels voor kindermarketing en beperking van fastfoodoutlets bij scholen.”

Je bent zelf betrokken geweest bij het opstellen van de criteria van NAPV. Kun je daar meer over vertellen?

“Samen met deskundigen vanuit RIVM, het Voedingscentrum en het ministerie van VWS hebben we criteria ontwikkeld voor productgroepen die het meest bijdragen aan de inname van zout, suiker, verzadigd vet en vezels. Tijdens dit proces hebben we geprobeerd om zo veel mogelijk mensen mee te krijgen. We hebben experts in Wageningen gevraagd of de reducties technologisch haalbaar zijn. Verder is een aantal publieke consultaties geweest, waarbij iedereen zijn of haar visie kon geven. Dat hebben veel partijen gedaan. Vervolgens zijn wij als werkgroep met de input aan de slag gegaan en hebben we geprobeerd om zo veel mogelijk feedback in de criteria te verwerken.”

Hoe denk je zelf over NAPV?

“Ik vind een belangrijk aspect hiervan dat de regie bij de overheid ligt en niet bij levensmiddelenbedrijven. Die zijn over het algemeen niet streng genoeg voor zichzelf. Een andere kracht van NAPV vind ik dat de criteria gebaseerd zijn op het bestaande productaanbod en dat gerekend wordt met de reële samenstellingsgegevens. Het gaat om relevante doelen die bedrijven gewoon kunnen halen.”

Kun je dat uitleggen?

“In de criteria hebben we drie getrapte grenswaarden opgenomen. Dat zijn de doelen voor productverbetering. De eerste grenswaarde onderscheidt 25% van de meest gezonde producten binnen een productgroep van de 75% minder gezonde producten. De tweede grenswaarde ligt precies in het midden, dus de helft van de producten heeft een suiker- of zoutgehalte dat lager is en 50% zijn minder gezonde producten met hogere suiker- en zout gehaltes. De derde grenswaarde onderscheidt 25% van de minst gezonde producten met de hoogste suiker- of zoutgehaltes. Deze grenswaarden zijn doelen die in principe haalbaar zijn, want er bestaan producten die deze samenstelling hebben. Met getrapte grenswaarden gebaseerd op werkelijke samenstelling kun je stapsgewijs productverbetering stimuleren in veel voedingsmiddelen, ook die het minst gezond zijn.”

Het out-of-home-segment wordt nog niet nadrukkelijk betrokken bij NAPV. Zou dat wel moeten?

“Jazeker! Het staat in de planning om ook dit segment erbij te betrekken. Dat dit nog niet is gebeurd, heeft te maken met het samenstellen van de criteria op basis van data. Voor de producten die in de supermarkt liggen, zijn de data vrij gemakkelijk te achterhalen via de levensmiddelendatabank. Voor de out-of-home-sector is er geen databank. Daardoor is het veel ingewikkelder om die informatie boven water te krijgen. Hiervoor moet iets anders bedacht worden.”

Kleven nadelen aan NAPV?

“Hoe ga je de sector stimuleren om met de criteria aan de slag te gaan? Dat is de grootste uitdaging. Je kunt wel criteria bedenken, maar daarmee ben je er nog niet. Ik weet niet precies hoe actief bedrijven er nu mee zijn. NAPV is niet verplicht. Dat maakt het extra belangrijk om goed te kijken hoe je bedrijven kunt stimuleren om ermee aan de slag te gaan.”

Zou er wetgeving moeten komen?

“Wetgeving is natuurlijk heel effectief. Alleen op die manier ontstaat een gelijk speelveld. NAPV is in mijn ogen nu nog te vrijblijvend.”

Wat zijn de knelpunten voor voedingsmiddelenbedrijven om met productverbetering aan de slag te gaan?

“Het kostenplaatje en de angst om te investeren zonder dat de investering wordt terugverdiend. Bedrijven zijn bang dat de consumenten switchen naar een product van de concurrent, die niets aan productverbetering heeft gedaan. Dat is precies waarom we wetgeving nodig hebben. Dan ontstaat in ieder geval een gelijk speelveld. Critici zullen daarbij aangeven dat je geen muur om Nederland kunt plaatsen, maar in mijn ogen is het geen probleem om de wetgeving voor Nederland vast te leggen. Grote bedrijven zijn prima in staat om in verschillende landen verschillende gehaltes zout en suiker in hun producten te realiseren. Bovendien hebben de verschillende landen ook te maken met een andere smaakbeleving van consumenten en hoe consumenten tegen e-nummers en clean-label aankijken.”

Naast NAPV is er ook Nutri-Score. Vullen deze elkaar aan?

“Ik ben kritisch over Nutri-Score. Deze zal ongetwijfeld in een paar productgroepen productverbetering stimuleren, maar er zijn veel productgroepen waarbij dat niet het geval is. Een voorbeeld is bewerkte groente en fruit, waaraan fabrikanten best veel zout of suiker kunnen toevoegen zonder dat de Nutri-Score van kleur verandert. Op die manier stimuleert de score juist productverslechtering. Eigenlijk zou zo’n Nutri-Score, of een ander voedselkeuzelogo, een ideale beloning moeten zijn voor het stimuleren van productverbetering, maar dan moet deze wel in lijn zijn met de criteria voor productverbetering. Ik ben er voorstander van om een voedselkeuzelogo direct te koppelen aan NAPV. Dan zien consumenten in een oogopslag welke producten gezond zijn en dat stimuleert bedrijven om verbeterstappen te zetten.”

Heb je tips voor bedrijven op het gebied van productverbeteringen?

“Zolang er geen wetgeving is, kun je de productverbetering het beste sectorbreed aanpakken. Dan gaat de consument vanzelf wennen aan een minder zoute smaak. Hoe breder je het aanpakt, hoe effectiever het is.”

Hoe zie je de toekomst van gezonde voeding richting 2030?

“We moeten toewerken naar een gelijk speelveld. Niet alleen op het gebied van productverbetering, maar ook wat betreft de regels voor kindermarketing, de suikertaks, btw-verlaging op groente en fruit, et cetera. Er zijn de afgelopen periode veel verschillende maatregelen genoemd en voorgenomen, maar er gebeurt steeds te weinig. Bedrijven geven aan al heel goed bezig te zijn, maar is dat wel echt zo?”

Snel delen

Image
Wendy Noordzij

Freelance redacteur

Misset Uitgeverij B.V. Copyrights reserved

Terms and conditions Privacy Cookies

Beheer
WP Admin