Antibioticagebruik in pluimveesector verder gedaald

08-02 | |
Het antibioticagebruik bij vleeskuikens was in 2021 niet eerder zo laag sinds de registratie van het gebruik in 2009 startte. - Foto: Lex Salverda
Het antibioticagebruik bij vleeskuikens was in 2021 niet eerder zo laag sinds de registratie van het gebruik in 2009 startte. - Foto: Lex Salverda

Het antibioticagebruik in de vleeskuiken- en leghennensector is in 2021 verder gedaald. Daarentegen steeg het gebruik in de kalkoensector.

Dit blijkt uit de jaarlijkse antibioticarapportage van Avined. De brancheorganisatie meldt dat het gebruik bij vleeskuikens sinds de registratie in 2009 startte, is gedaald met 81%. Het verbruik was met 6,9 dagdoseringen per dierjaar niet eerder zo laag.

Vleeskuikensector

Het gebruik van antibiotica op vleeskuikenbedrijven in 2021 was 6,90 DDDAs (Defined Daily Dose Animal, dagdoseringen per dierjaar; een rekenmethode van de pluimveesector, gebaseerd op I&R-data en behandelgewichten volgens groeicurven). Dit is een daling van 26% ten opzichte van 2020 en maar liefst 81% minder dan de eerste registratie van het antibiotica in 2009. Het verbruik was destijds 36,76 DDDAnat (de rekenmethode van de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa), gebaseerd op CBS-cijfers vermenigvuldigd met het gemiddelde diergewicht).

In de voorschakels van de pluimveevleesketen, dus bij de fok- en vermeerderingsdieren, blijft het gebruik van antibiotica relatief laag bij dieren in productie. Het gebruik bij deze dieren was in 2021 met 1,77 DDDAs 34% lager dan in 2020.

Het gebruik van antibiotica bij de opfok van fok- en vermeerderingsdieren in de vleeskuikensector bedroeg in 2021 7,84 DDDAs. Dit is 18% minder dan in 2020.

Derdekeusmiddelen

De Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa) streeft ernaar dat dierhouders de zogenoemde derdekeusmiddelen helemaal niet meer inzetten, omdat gebruik van deze soorten antibiotica in de veehouderij kan leiden tot resistentie tegen vergelijkbare antibiotica in de humane gezondheidszorg.

Het gebruik van derdekeusmiddelen bij vleeskuikens was in 2021 0,04 DDDAs. In de voorschakels is het gebruik van derdekeusmiddelen hoger: bij de fok- en vermeerderingsdieren betrof het 0,06 DDDAs, bij de opfok van fok- en vermeerderingsdieren 0,15 DDDAs. Dit is bij deze laatste groep een daling van 47% ten opzichte van 2020 en 91% minder dan in 2016.

Lager verbruik bij tragere groeiers

In de registratie is onderscheid gemaakt tussen reguliere vleeskuikens en trager groeiende. Het gebruik bij trager groeiende vleeskuikens is minder dan een vijfde van het gebruik van antibiotica bij reguliere vleeskuikens.

Van alle vleeskuikenbedrijven had 47% in 2021 geen antibiotica gebruikt. Dit waren 298 bedrijven met uitsluitend trager groeiende kuikens, 47 bedrijven met alleen reguliere kuikens en 37 bedrijven met zowel reguliere als trager groeiende kuikens.

Van de 209 bedrijven met fok- en vermeerderingsdieren in productie hadden er 153 (73%) in 2021 geen antibiotica gebruikt. Dit was ook het geval bij 21 van de 89 bedrijven met fok- en vermeerderingsdieren (24%).

Legsector

Het gemiddelde gebruik van antibiotica op alle pluimveebedrijven in de legsector is laag: gemiddeld 1,51 DDDAs in 2021. Bij leghennen was het gebruik in 2021 met 1,32 DDDAs 20% lager dan in 2020. Bij opfokleghennen daalde het gebruik in 2021 met 13% naar 1,64 DDDAs.

Bij fok- en vermeerderingsdieren in productie is het gebruik met 16% gedaald naar 2,20 DDDAs. Bij fok- en vermeerderingsdieren in de opfokperiode is het antibioticagebruik gestegen tot 10,79 DDDA. Dit betreft een heel klein aantal bedrijven (22 opfok fok- en vermeerderingsbedrijven en 54 fok- en vermeerderingsbedrijven in productie, naast 175 opfoklegbedrijven en 824 legbedrijven), waardoor individuele bedrijfsproblemen een grote invloed hebben op het getal van de deelsector.

Het gebruik van derdekeusmiddelen in de gehele legsector in 2021 was nagenoeg nul DDDAs. Het aandeel van middelen met colistine (een tweedekeusmiddel) in het totale (lage) gebruik van antibiotica bij leghennen is groot (0,89 DDDAs), maar was in 2021 met 15% gedaald ten opzicht van 2020.

Kalkoensector

Nadat in 2020 het gebruik van antibiotica in de kalkoensector was gedaald, is het in 2021 gestegen met 44% naar 12,22 DDDAs. Ten opzichte van 2011 is er een reductie van 76%, toen berekend met de oude sectormethode (DD/DJ). Het gebruik van derdekeusmiddelen nam ook toe, namelijk met 14% tot 0,72 DDDAs.

De kalkoensector is een kleine sector met 39 bedrijven. Hierdoor kunnen enkele uitschieters forse impact hebben op het gebruiksniveau van de sector. Bij 7 bedrijven was het antibioticagebruik nul, bij 17 bedrijven zat het gebruik tussen 1-10 DDDAs, bij 15 bedrijven zat het gebruik daar boven.

Convenant

In 2008 tekenden vier veehouderijsectoren (runderen, kalveren, varkens en vleeskuikens) een convenant antibioticaresistentie dierhouderij. Het doel van het convenant is beter, minder en transparant gebruik van antibiotica. De pluimveesector heeft in de loop der jaren de antibiotica-aanpak uitgebreid van alleen vleeskuikens naar ook de voorschakels van de vleeskuikenbedrijven (fok- en vermeerderingsbedrijven) en vervolgens ook naar de legsector (opfok-, leghennen- en fok- en vermeerderingsbedrijven) en de kalkoensector.

De pluimveesector rapporteert elk jaar over het antibioticagebruik in de diverse deelsectoren. De gegevens voor de rapportage zijn afkomstig uit de Centrale Registratie Antibiotica (CRA) waarin alle antibioticaleveringen door dierenartsen worden geregistreerd. De gegevens uit die database worden aangevuld met gegevens over pluimveebedrijven/-stallen en (verplaatsingen van) koppels pluimvee uit de sectorale databases voor identificatie en registratie van pluimvee KIP (van Avined). De Gezondheidsdienst voor Dieren (Royal GD) stelt het rapport op in opdracht van Avined.

Bijleveld
Hans Bijleveld Redacteur Pluimveehouderij


Beheer