ARK: fractie mestmonsters uit natuur verontreinigd

19-01 | |
Foto: Canva
Foto: Canva

Drie van in totaal 41 geanalyseerde mestmonsters van grazend vee in natuurgebieden bevatten anti-parasitaire middelen.

Die middelen kunnen negatieve effecten hebben op belangrijke insecten en bodemdieren, zo schrijft Ark Natuurontwikkeling naar aanleiding van door Wageningen Food Safety Research (WFSR) uitgevoerde mestanalyses uit verschillende natuurgebieden. Zij pleiten voor een betere monitoring van het gebruik van ontwormingsmiddelen bij vee dat in natuurgebieden loopt. De hamvraag is echter in hoeverre 7% verontreinigde mest schadelijk is voor de populatieontwikkeling van mestfauna.

Drie monsters positief getest

In drie gevallen is fenbendazol, ivermectine en eprinomectine boven de detectiegrens (LOQ) aangetoond, respectievelijk in concentraties van 2.500, 184 en 154 microgram per kilo verse mest. Deze middelen worden in de veehouderij onder andere gebruikt voor ontworming. Volgens de onderzoekers kunnen de effecten van deze middelen negatief doorwerken op insecten die op de mest leven. Dat bevestigt RIVM-milieukundige Mark Montforts desgevraagd: “Insecten kunnen bij deze concentraties ivermectine en eprinomectine niet overleven. De vraag is in hoeverre 7% (3 van de 41 monsters) verontreiniging van mest schadelijk is voor de populatie mestfauna en eventuele verdere gevolgen in de keten. De conclusie dat de middelen in de mest schadelijk zijn is niet nieuw. Die werden 25 jaar geleden ook gebruikt en ook toen al was de conclusie dat ze een risico vormden voor mestfauna.” In de overige 38 monsters zijn geen anti-parasitaire middelen aangetroffen.

Alarmerend?

Van de 41 ingestuurde monsters komen er 17 uit Drenthe, 10 uit Zuid-Holland, 6 uit Friesland, 4 uit Limburg, 3 uit Groningen en 1 uit Noord-Holland. In 38 gevallen ging het om mest van runderen. In drie gevallen om mest van schapen. De monsters zijn verzameld door bos- en natuurterreineigenaren en geanalyseerd op de aanwezigheid van 51 verschillende anti-parasitaire middelen. Montforts: “De vraag is wat het effect is van nog geen 10% verontreinigde monsters, bij een tamelijk kleine onderzoeksomvang (N = 41). En met welk doel het onderzoek opgezet is. Hadden terreinbeheerders deze uitkomsten verwacht? Nemen zij al maatregelen met betrekking tot het gebruik van ontwormingsmiddelen? Belangrijk kan zijn om niet al het vee tegelijk te behandelen met een middel, om zo de fractie te verkleinen. De optie om te behandelen is een afweging van onder meer dierenwelzijn en de bedrijfsvoering.”

Een vergelijking met middelen die via hondenpoep in de natuur kunnen komen is weinig zinvol, volgens Montforts. De populatie mestfauna (kevers en dergelijke) leeft in ecosysteem met vlaaien van grazers, niet met die van huisdieren.

Essink
Stefan Essink Redacteur

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.