Averechtse effecten krimp veestapel twijfelachtig

22-07-2021 | |
van Bruchem
Cees van Bruchem Landbouweconoom
Foto: Ruud Ploeg
Foto: Ruud Ploeg

Tegenstanders van een inkrimping van de Nederlandse veestapel stellen vaak dat deze voor het milieu per saldo averechts kan uitwerken, omdat de productie dan verschuift naar landen waar minder efficiënt wordt geproduceerd.

Bij die redenering wordt over het hoofd gezien dat een flink deel van de milieuproblemen een regionaal of lokaal karakter heeft. Dat geldt voor stof, stank, watervervuiling, fosfaat en deels voor stikstof. Inkrimping van de veestapel draagt bij aan de vermindering van die problemen. Als andere landen een deel van de productie overnemen, nemen de emissies daar toe, maar het effect is waarschijnlijk beperkt.

Bijvoorbeeld: een krimp van de Nederlandse varkenshouderij met 25% kan worden opgevangen met een groei van 2% in de rest van de EU. Ook is elders meer milieuruimte; zo is de totale stikstofemissie per hectare in Nederland circa vier keer zo groot als het gemiddelde in de EU. Dus bij een beperkte krimp van de Nederlandse veestapel is de winst voor het milieu hier waarschijnlijk groter dan het verlies elders.

Emissies buiten het bedrijf

Voor de emissie van broeikasgassen zou het anders kunnen liggen, want daarbij is niet de plaats van de bron, maar vooral de emissie per eenheid product van belang. Volgens veel agrarische spraakmakers steekt de Nederlandse veehouderij op dit punt met kop en schouders boven de concurrentie uit. Daarbij wordt echter veelal alleen gekeken naar het veehouderijbedrijf als zodanig en onvoldoende rekening gehouden met emissies buiten het bedrijf, zoals bij de productie van krachtvoer en het transport van mest. Er bestaan berekeningen die een completer beeld schetsen.

Klimaatprobleem

Volgens een rapport van Blonk Consultants uit 2018 zat Nederland qua broeikasgasemissie per eenheid product bij melk, varkensvlees en kippenvlees in de middenmoot in vergelijking met enkele belangrijke concurrenten binnen de EU. Op zulke berekeningen valt ongetwijfeld wat aan te merken, maar ze geven in elk geval niet aan dat door een krimp van de Nederlandse veehouderij het klimaatprobleem groter wordt.

De uiteindelijke milieueffecten van een krimp in Nederland hangen sterk af van de vraag waar en hoe de productie dan wordt uitgebreid. De bovengenoemde stelling van de krimptegenstanders lijkt op zijn minst te algemeen.



Beheer