Bas Rüter, Rabo: ‘Grondfonds smeermiddel stikstofbeleid’

Bas Rüter is directeur Duurzaamheid bij Rabobank. Hij is binnen Rabobank verantwoordelijk voor de verdere uitwerking van het grondfonds. - Foto: Rabobank
IMG_ruterbNIEUW_online

Een grondfonds met een omvang van minimaal € 1 miljard moet het smeermiddel worden om knelpunten in het landelijk gebied aan te pakken. Bijvoorbeeld door grond van boeren die willen stoppen of verplaatsen op te kopen en in te zetten in gebiedsprocessen. Een gesprek met Bas Rüter, directeur Duurzaamheid bij de Rabobank.

Een nog op te richten grondfonds kan boeren helpen met verplaatsen of extensiveren en natuurontwikkeling mogelijk maken. Het concept van een grondfonds werd eind 2019 gelanceerd door Wiebe Draijer, bestuursvoorzitter van Rabobank. Dit jaar is het idee door de bank verder uitgewerkt. Vervolgens is de haalbaarheid getoetst in een verkenning door 3 deskundigen. Voorzitter was Geert Jansen, eerder onder meer Commissaris der Koningin in Overijssel. Inmiddels is de stikstofwet aangenomen en is een motie aangenomen om te beginnen met een proef voor een grondfonds.

‘Zo snel mogelijk beginnen’

“We moeten nu zo snel mogelijk beginnen, dat geeft nieuw perspectief en duidelijkheid voor boeren en andere partijen in het landelijk gebied”, stelt Bas Rüter, directeur Duurzaamheid bij de Rabobank. Hij is binnen Rabobank verantwoordelijk voor de verdere uitwerking van het grondfonds dat in de verkenning nog ‘Herallocatie fonds’ heet.

Wat voor perspectief gaat het grondfonds bieden aan boeren?

“Herinrichting van het landelijk gebied is om meerdere redenen hard nodig. Voor boeren die in de knel raken door stikstofeisen en voor allerlei andere doelen op het gebied van natuur, water en klimaat. Het beleid is nu versnipperd over allerlei partijen zoals provincies en waterschappen en het is heel lastig om verschillende doelen te combineren. De sector wil vooral snel duidelijkheid om te kunnen investeren in verduurzaming en innovatie. Een vitale duurzame agrosector, dat willen we als bank met veel agrarische klanten.”

Bijdrage

Het grondfonds moet een bijdrage gaan leveren aan opgaven op gebied van klimaat-, water-, en stikstofopgaven en de realisatie van kringlooplandbouw. Dat betekent versnelling voor de herinrichting van het landelijk gebied rond Natura 2000-gebieden en versterking van de agrarische structuur.

Herinrichting van het landelijk gebied is om meerdere redenen hard nodig

Hoe gaat dat er uit zien?

“We onderscheiden drie manieren voor herinrichting van het landelijk gebied via een grondfonds. Het gaat om stoppers, verplaatsers en bedrijven die op hun eigen locatie hun bedrijf willen aanpassen bijvoorbeeld via extensivering. Dat laatste is nu vaak niet haalbaar, omdat de grond in een gebied te duur is of simpelweg niet voldoende beschikbaar. Bij stoppers en verplaatsers moet je denken aan bedrijven die nu niet in aanmerking komen voor een opkoopregeling. Die grond kunnen we via het fonds snel opkopen en weer uitgeven aan een blijver die wil extensiveren. Dat lost voor beide partijen dan een knelpunt op.”

Welke verplaatsers gaat het dan over, dat kan toch nu ook al?

“Een voorbeeld is het veenweidegebied en de klimaattaak die daar ligt. We hebben klanten in het veenweidegebied die naar Friesland willen om daar verder te boeren zonder de aanpassingen zoals een hogere waterstand. Dat is echter provincie overschrijdend en past nu niet in de regelingen, of het duurt veel te lang omdat een gebiedsproces eerst klaar moet zijn. Als het bedrijf en de grond opgekocht zouden worden via het grondfonds is er een neutrale partij die direct geld verschaft. Op die manier komt er veel meer tempo in het gebiedsproces en kun je doelen combineren. Ook kan met pachtvoorwaarden direct de druk op de natuur verkleind worden. Die richting deelt bijna iedereen. Voldoende schaal en tempo lukt alleen met samenwerking.”

Dat betekent ook meer bemoeienis van de centrale overheid?

“Er moet een nieuwe dynamiek komen in het landelijk gebied, en ja dat betekent dat de rijksoverheid zich er meer mee moet bemoeien. Provincies blijven de gebiedsregisseurs, maar het gaat alleen werken als het beleid op elkaar afgestemd is. Daarom is het ook goed dat er nu een motie ligt over een pilot voor de opzet van een grondfonds te grootte van € 100 miljoen. Ik ben blij met die oproep uit de Kamer. € 100 miljoen is veel te weinig, maar het is een mooi begin. Het grondfonds wordt wat ons betreft een samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven. Dan kan de omvang ook naar minstens € 1 miljard.”

Het grondfonds wordt wat ons betreft een samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven

Wat is jullie rol als Rabobank?

“We hebben bijgedragen aan de eerste uitwerking en willen straks bijdragen om het fonds te vullen, maar niet als enige. Andere financiers kunnen ook instappen. De uitvoering kan bijvoorbeeld bij het Nationaal Groenfonds of bij een gereactiveerd BBL liggen, zij hebben beide ervaring met dit soort financieringen. Behalve een deel van de financiering, brengen we ook graag kennis in.

Werkt zo’n nieuwe partij op de grondmarkt niet verstorend?

“Dat is nadrukkelijk niet de bedoeling. Het grondfonds mag niet concurreren met andere kopers wat ons betreft. Tegelijkertijd gaan we ook geen afwaardering subsidiëren. Als landbouwgrond wordt doorverkocht als landbouwgrond speelt dat niet, maar als het natuurgrond wordt is de waarde bij verkoop veel lager. Dat moet de overheid dan vergoeden. Hetzelfde geldt als grond met voorwaarden verpacht gaat worden voor extensivering tegen een lage pacht. Dan zal ook de waardedaling gecompenseerd moeten worden. In de voorstellen is overigens ook opgenomen dat de ruilgrond van Staatsbosbeheer om niet wordt ingebracht. Dat is een belangrijke bijdrage van de overheid in het startkapitaal.”

Opkoop landbouwgrond ligt heel gevoelig, zeker als het natuurgrond wordt of beperkingen oplevert.

“Ja, dat realiseren wij ons terdege. Ik snap die gevoelens wel. Daarom moet er ook snel nieuw perspectief komen voor een vitale en duurzame landbouw. Er zijn nu eenmaal wetten aangenomen en daar moeten we op inspelen. Als het pijnlijk is dan het liefst zo kort en klein mogelijk. Het grote verschil van dit plan met andere regelingen is dat het veel positiever is. Het biedt de agrarische sector nieuwe kansen en mogelijkheden om in te spelen op nieuwe eisen, om het bedrijf aan te passen of om te verplaatsen. Nu komt een regeling er te vaak op neer dat het een soort van stoppen is zonder failliet te gaan. Dat is duur en focust volledig op krimp. De landbouw kan door investeringen vanuit het fonds juist weer uit het defensief komen. Daarom is het ook zo belangrijk dat boeren zelf meedenken.”

Er moet snel nieuw perspectief komen voor een vitale en duurzame landbouw

Wanneer start het fonds?

“In 2021 moet dat duidelijk worden. De voorstellen worden nu verder uitgewerkt. Daarbij wordt de ervaringen uit een voorbeeldgebied in Brabant gebruikt. Er volgen nog 2 of 3 pilots in andere gebieden die nu nog niet bekend zijn, daar wordt nog over gepuzzeld. Landelijk moet de overheid zo snel mogelijk duidelijkheid geven over haar rol op de grondmarkt. Waar komen extra huizen, wegen of nieuwe natuur? Dat is heel belangrijk om allerlei onterechte verwachtingen weg te nemen, dat zet de grondmarkt onnodig op slot. Die duidelijkheid geven zal helaas niet overal lukken. Daarvoor is ons land nu eenmaal te druk en de ruimte beperkt. Het grondfonds biedt hieruit een uitweg. Overheid en private financiers kunnen samen tegen lage kosten eindelijk nieuw perspectief voor de sector bieden.”

Esselink
Wim Esselink Redacteur

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.