Belgische agro-voedingssector vraagt extra steun overheid

21-09 | |
Foto: Canva
Foto: Canva

De Belgische organisaties in de agro-voedingsketen vragen de regering om extra steunmaatregelen om de voedingsproductie en -bevoorrading veilig te stellen. Naast de vorige week aangekondigde steunplannen zijn ‘er meer doortastende maatregelen nodig zijn om de voedselproductie deze winter te verzekeren, breuken in de agro-voedingsketen te vermijden en haar productiepotentieel op de korte en de middellange termijn overeind te houden.’

Dat schrijven de boerenorganisaties Boerenbond, ABS, FWA (Waalse boerenorganisatie), de organisatie voor de voedingsindustrie Fevia en de vereniging van merkfabrikanten BABM in een gezamenlijke verklaring. Volgens de organisaties merken bedrijven naast de impact van de gestegen energie-, grondstof- en loonkosten ook een kleinere beschikbaarheid van essentiële producten. Ze noemen hierbij onder andere CO2, die door de lagere productie van kunstmest minder beschikbaar is.

“Die combinatie zet stilaan een onhoudbare druk op het verdienmodel van de Belgische voedingsketen. Heel wat bedrijven staan vandaag daardoor voor de moeilijke keuze om hun productie al of niet tijdelijk stil te leggen deze winter. De stilvallende productie in sectoren buiten de voedingsketen kan ook op andere vlakken een impact hebben op onze voedingsproducten, zoals bijvoorbeeld in de beschikbaarheid van verpakkingsmateriaal of kritische wisselstukken.”

De organisaties vragen met name om de beschikbaarheid en betaalbaarheid van energie en meststoffen te verzekeren voor agro-voedingsproducten. Ze vragen concreet om steun voor investeringen in energiebesparing en omschakeling naar eigen opgewekte groene energie. “Zonder bijkomende maatregelen dreigt de strakgespannen keten te breken, wat zich zal vertalen in nog duurdere prijzen en minder aanbod van duurzaam, lokaal geproduceerde en lekkere voeding van bij ons”, zo waarschuwen ze.

Onevenwichtige onderhandelingen

De foodfabrikanten klagen ook dat supermarkten niet of nauwelijks bereid zijn de gestegen kosten door te rekenen in de keten. Daarbij worden ze ‘geconfronteerd met keiharde en zeer onevenwichtige onderhandelingen’. “De supermarktketens deinzen er niet voor terug om hun daarin hun onevenredig grote machtspositie te gebruiken ten opzichte van leveranciers, tot op het onaanvaardbare toe”, zo stellen ze. Volgens de organisaties durven bedrijven geen klachten in te dienen tegen oneerlijke handelspraktijken, uit angst om commerciële relaties te verliezen., “Harde onderhandelingen is één zaak, maar de ontaarding ervan in oneerlijke handelspraktijken is onaanvaardbaar.”

De overheid zou daarom de gesprekken over doorrekening van de kosten en noodzakelijke prijsaanpassingen tussen leveranciers en afnemers moeten faciliteren. De overheid moet op eigen initiatief de wet op oneerlijke handelspraktijken hard moeten maken, zo vinden de organisaties.

Peijs
Ruud Peijs Freelance redacteur
Meer over


Beheer