Belofte indoor farming raakt in stroomversnelling

Badia Farms in Dubai is een operationeel voorbeeld van indoor farming in een woestijnklimaat. - Foto: KARIM SAHIB/AFP/ANP
TOPSHOTS – UAE – ECONOMY – FOOD

Vertical of indoor farming is beloftevol. Het trekt de aandacht van media én van investeerders. En ook al is Nederland vooral kampioen in de bedekte teelt onder glas, ook bij het telen in geheel gesloten gebouwen zonder daglicht willen ‘we’ nummer 1 worden. In elk geval als het gaat om het genereren en leveren van kennis en techniek.

Eerst maar de relativering. Ja, indoor farming is een belofte. Echter, dat is het al een jaar of vijftien en nog altijd blijft de daglichtloze productie van groenten wereldwijd microscopisch klein ten opzichte van wat in kassen of in de open lucht wordt geteeld. Toch lijkt de daglichtloze teelt nu toch echt op doorbreken te staan. In Nederland timmert Plantlab steeds nadrukkelijker aan de weg en in de Golfstaten lijkt een race aan de gang om de grootste indoor farm te mogen heten.

Investeerder verwacht hoge marges te halen met indoor farm

Dit najaar kwam de Barendrechtse ondernemer John Breedveld met het nieuws dat een Canadees-Arabische investeerder € 150 miljoen steekt in de bouw van wat de ‘grootste indoor farm ter wereld’ moet worden. Ook hier is enige relativering op zijn plaats: het gaat om een beoogd teeltoppervlak van 160.000 vierkante meter op een terrein van 17 hectare. Voor Nederlandse glastuinbouwbegrippen niet echt wereldschokkend dus.

Lees op GFactueel.nl: Grootste vertical farm Abu Dhabi kost € 150 miljoen

Toch is 16 hectare teeltoppervlak voor indoorbegrippen inderdaad groot en is het investeringsbedrag tamelijk indrukwekkend. Kennelijk verwacht Rainmakers Capital Investments dat met het te telen product een hoge marge gehaald kan worden.

“Premium producten gaan in de Emiraten voor hoge prijzen van de hand. Maar ze per luchtvracht daarheen transporteren is ook duur en voor de productkwaliteit problematisch”, stelt Breedveld. “Het is moeilijk om de koelketen tot aan de eindgebruiker gesloten te houden. Voor de kwetsbaarste producten geeft dat veel verspilling. Die kun je dus beter daar ter plekke telen.” En dat gaat in het woestijnklimaat beter in een indoor farm dan in de open lucht of in een kas.

Plantlab al meer dan tien jaar bezig met indoorteelt

Met diezelfde logica is Plantlab al meer dan tien jaar aan de gang. Het Nederlandse bedrijf dat ooit begon met een teeltfaciliteit op de HAS in Den Bosch werkte lang onder de radar aan zijn teelt- en belichtingstechnieken. Plantlab kwam deze zomer naar buiten met het nieuws van een financiële injectie van € 20 miljoen uit het investeringsfonds van ex-Kruidvatfamilie De Rijcke. En onlangs nog met de ook al opvallende samenwerking met online supermarkt Picnic, dat de kruiden uit de Amsterdamse vestiging van Plantlab gaat verkopen.

Wij geloven in een radicaal korte versketen

“Met vertical farming willen we een bijdrage leveren aan de oplossing van twee wereldproblemen: milieuverontreiniging en voedseltekort bij een groeiende wereldbevolking”, zegt algemeen directeur Michiel Peters. “Wij geloven in een radicaal korte versketen om dicht bij de mensen voedsel te produceren, zodat het altijd kraakvers en van constante kwaliteit is en een duidelijke herkomst heeft.”

Peters: “De productie moet ook op plekken kunnen waar de teeltomstandigheden niet goed zijn, omdat het te heet, te koud, te nat of te droog is en dan is een kas niet geschikt. Dit kan dan alleen in een geheel geïsoleerde situatie, afgesloten van de buitenomstandigheden. Daar zijn we tien jaar mee bezig geweest om voor planten de ideale teeltomstandigheden wat betreft voeding, water, licht, temperatuur, luchtvochtigheid en CO2 uit te zoeken.”

Lees verder onder de foto

CEO van PlantLab, Michiel Peters. - Foto: Remko de Waal/ANP
CEO van PlantLab, Michiel Peters. - Foto: Remko de Waal/ANP

Plantlab breidt uit naar Amsterdam, VS en Cariben

In dit onderzoek in het R&D-centrum in Den Bosch is € 50 miljoen geïnvesteerd. Plantlab gaat deze locatie nu ook voor voedselproductie inzetten. In Amsterdam is al een productielocatie (Plant Paradise) van 1.500 vierkante meter operationeel en vorige maand opende Plantlab ook in de Verenigde Staten een locatie. PlantLab wil op 2.000 vierkante meter verschillende soorten tomaten, komkommers, sla en kruiden telen. De voormalige batterijenfabriek dichtbij het centrum van Indianapolis moet over een paar jaar 420.000 kilo groenten per jaar produceren.

Peters: “Met dit project willen we niet alleen binnenstadsbuurten van goede verse groenten tegen betaalbare prijzen voorzien, maar ook zorgen voor werkgelegenheid.”

Ook op Aruba en de Bahama’s staan farms gepland. Daar gaat het meer om een bestendige voedselvoorziening, omdat alle voedsel per schip of vliegtuig wordt aangevoerd. Door corona zijn deze aanvoerlijnen kwetsbaar gebleken voor de voedselvoorziening. “Daar waar de voedselketens kwetsbaar zijn, liggen kansen voor de Nederlandse tuinbouw.” Voor de bouw van farms voert het bedrijf gesprekken met meer landen.

Plantlab staat open voor samenwerking

De gepatenteerd technologie is een methode voor het beheersen van de wortel- en bladtemperatuur en verdamping, om deze onafhankelijk van elkaar te sturen om de juiste instelwaarden te bereiken. Na een jarenlange weg is dit patent nu in 74 landen toegekend.

“We denken dat we met onze technologie een stapje kunnen maken voor de Nederlandse tuinbouw, het paradepaard van de wereld. Daar willen we met onze technologie wat aan toevoegen. De kennis die we afgelopen tien jaar hebben opgebouwd, willen we niet alleen zoveel mogelijk zelf toepassen in farms, maar ook delen met partners in de agrarische sector. We staan open voor samenwerking en willen ook in eigen land groeien”, aldus de Plantlab-directeur.

Naast meerlagenteelt ook eenlaagsteelt zoals van tomaten

De technologie is niet alleen geschikt voor meerlagenteelt van lage gewassen, maar ook voor eenlaagsteelten van hoogopgroeiende gewassen. De teelt van ronde en snacktomaten gaat goed. Op termijn zullen paprika, komkommer en aubergine volgen.

Peters: “We kunnen rassen telen die minder resistent zijn, omdat ze onder de gecontroleerde teeltomstandigheden minder vatbaar voor ziekten zijn, maar wel lekkerder smaken. In de toekomst kunnen zaadbedrijven voor deze teeltwijze meer op smaak en voedingswaarde selecteren.”

Vertical farming nu al winstgevend

PlantLab ontwikkelt de technologie voor vertical farming, bouwt farms en laat lokale partners de distributie doen. Doordat ze veel zelf doen, komt een deel van de winst in eigen zak. “Het bouwen van farms doen we commercieel en levert geld op. In Amsterdam verdienen we geld”, licht Peters toe.

Doel van het bedrijf is om over nog eens tien jaar 1 miljoen vierkante meter teeltoppervlak en € 1 miljard omzet te hebben. “Dit is een fractie van wat er staat aan totale tuinbouwproductie. Wereldwijd is de markt voor vertical farming veel groter. Het is niet voor niets dat Google en Amazon hierin forse bedragen investeren. Ze hebben het geld en lef, al kost het tijd, en doen het gewoon om het wereldwijde voedselprobleem op te lossen. Hier liggen ook kansen en uitdagingen voor ons en de Nederlandse tuinbouw, waarbij meerdere partijen nodig zijn.”

Naast geld is ook teeltkennis nodig. PlantLab heeft mensen in dienst, zoals medewerkers uit tuinbouwfamilies of met tuinbouwopleiding en biologen, die de teelt goed kunnen ontwikkelen. Ook technologen die farms bouwen. “We werken met allerlei bedrijven voor lucht- en waterbehandeling en adviesbureaus samen. Die zitten bij ons aan één tafel om snel tot besluiten te komen. Voor het bouwen van een farm kopen we de componenten in en installeren deze zelf.”

Geen wedstrijd om te winnen van traditionele teelt

Peters: “We zijn bezig met voedselproductie en voelen ons deel van de Nederlandse tuinbouwsector. Dat zien we niet als een wedstrijd om het van de traditionele teelt te winnen. Het is meer een race om de wereldvoedselproblematiek op te lossen. We zijn supertrots om in Nederland gevestigd te zijn en hier met vertical farming iets toe te kunnen voegen, want dat is belangrijk voor de Nederlandse tuinbouw.”

Voor gewassen die korter houdbaar zijn, zal de volwassen vertical technologie gaan doorbreken. Niet voor exclusieve gewassen, maar voor versproducten tegen marktconforme prijzen

De algemeen directeur geeft aan dat er voor vertical farming wereldwijd veel belangstelling en een toekomst is. “Bepaalde gewassen kunnen we nog lang goed in de vollegrond telen, zeker als ze langer te bewaren zijn zoals uien of aardappelen. Maar voor gewassen die korter houdbaar zijn, zoals sla, of landen en steden waar de teeltcondities slecht zijn, zal de volwassen vertical technologie gaan doorbreken. Niet voor exclusieve gewassen, maar voor versproducten tegen marktconforme prijzen.”

Markt voor premium groenten en fruit in de Golfstaten

Terug naar John Breedveld en zijn bouwproject in Abu Dhabi. In de Golfstaten ziet Breedveld nog wel vooral heil in exclusieve teelten. Maar ook voor een breder productenpalet. Dat er een aantrekkelijke markt voor premium groenten en fruit is, daar kwam Breedveld zes jaar geleden achter. Hij had zijn internationaal opererende IT-bedrijf verkocht en rondkijkend naar een nieuw werkterrein combineerde hij zijn internationale connecties in het Midden-Oosten met zijn agf-connecties in de Barendrechtse ondernemersvereniging.

“Ik schreef een rapport over de kansen voor groente-export naar de Emiraten en kreeg vervolgens via Economische Zaken de vraag of ik een handelsmissie wilde organiseren. Toenmalig minister Henk Kamp zou ook meegaan. Dat was toen net Rusland de grenzen sloot voor onze groenten en fruit. Ik had in no time vijftien ondernemers bij elkaar.”

Eén grote financierder in plaats van meerdere kleinere

Toen werd Breedveld en zijn exporteurs al duidelijk dat naast de bulk van agf uit Egypte en Jordanië er ook ruimte is voor een premium product. Uit Nederland via luchtvracht óf ter plaatse geteeld. Voor die tweede optie leek Breedveld in 2018 al een sluitend plan te hebben, met een eigen bedrijf GrowGroup IFS, partners uit Nederland en financiers in Abu Dhabi.

Dat laatste bleek echter minder solide dan gehoopt. Dat is bij het huidige project anders, stelt Breedveld. “Met meerdere kleine financiers ben je steeds bezig een Poolse landdag te organiseren. Met één grote partij werkt het beter.”

IT-oplossingen voor teelt inkopen via joint venture SaaS

Voor de techniek werkt GrowGroup samen met Delphy in een joint venture genaamd GaaS, oftewel Growing As A Service. Dat verwijst naar de in de IT gekende afkorting SaaS, waar de eerste S staat voor Software. Bedrijven zonder eigen IT-afdeling kunnen met SaaS toch hun eigen IT-oplossingen inkopen. GaaS Wageningen kan de specificaties leveren waaraan de indoor farm moet voldoen om onder de lokale klimatologische omstandigheden de gewenste productie te draaien van 10.000 ton bladgewassen per jaar.

“We voeren gesprekken met nog tien bedrijven die de hardware kunnen leveren en neerzetten, Nederlandse bedrijven en kennis. Want Quality of Holland is voor tuinbouw wereldwijd een gewild keurmerk.” En Nederlandse snelheid, want de GreenFactory moet draaien als in oktober 2021 de uitgestelde Expo Abu Dhabi losbarst.

Medeauteur: Harry Stijger

van der Scheer

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.