Beperkte rol voor enzym in koe

14-11-2019 | Laatste update op 13-01 | |
Foto: Ronald Hissink - foto: RONALD HISSINK
Foto: Ronald Hissink

De laatste week is veel gesproken over toevoegen van enzymen om de stikstofuitstoot van koeien te verminderen. Dit lijkt onder de Nederlandse omstandigheden een beperkte rol te kunnen spelen.

In Nederlandse rantsoenen wordt te weinig zetmeel gevoerd om voldoende effect te hebben van het enzym amylase om de stikstofuitstoot van koeien te verminderen. Enzymen zijn natuurlijke stoffen die een functie hebben in de afbraak en vertering van voerbestanddelen. DSM claimt met het enzym amylase stikstofreductie te kunnen bewerkstelligen. Amylase, dat bijdraagt in het beter beschikbaar maken van zetmeel, wordt verschillende keren genoemd als een oplossing die bijdraagt aan de reductie van de stikstofuitstoot van melkvee. Door het beter beschikbaar maken van zetmeel komt er meer glucose beschikbaar voor de bacteriën in de pens, die zich daardoor beter en sneller kunnen vermeerderen. Dat is de vorming van het zogenoemde ‘bacterieel eiwit’. Dat kan weer benut worden door de koe voor de vorming van melk en melkeiwit. De stikstofbenutting stijgt daardoor, met minder stikstofverlies aan de achterzijde van de koe.

Het effect van toevoegen van amylase is hier gering. Zeker in rantsoenen die voornamelijk uit gras(kuil) bestaan

Effect van amylase gering

Het effect van toevoegen van amylase zou het grootst zijn als er veel zetmeel wordt gevoerd. Denk aan rantsoenen met meer dan 20% zetmeel, zoals die bijvoorbeeld in de VS wel voorkomen. Deze hoeveelheden zetmeel komen echter in Nederland niet of nauwelijks voor. Hier houdt het met 10 à 15 % op. Het effect van toevoegen van amylase is hier om die reden dan ook gering. Zeker in rantsoenen die voornamelijk uit gras(kuil) bestaan.

Zetmeel uit snijmais

Daarbij komt dat zetmeel uit snijmais al een heel hoge verteerbaarheid heeft van circa 97%. Het beschikbaar maken van nog enkele procenten meer zet dan ook niet veel zoden aan de dijk. En de aanscherping van derogatie van minimaal 70 naar 80% grasland heeft het aandeel mais ook al doen verminderen. Verder neemt het aandeel gras ook nog toe door de stimulering van weidegang, waardoor er veel vers gras wordt opgenomen wat het aandeel mais verder verdringt.

De weg naar minder stikstofuitstoot via de koeien moet meer gezocht worden in de voerstrategie van veehouders

Berekende stikstofexcretie gestegen

Overigens is de berekende stikstofexcretie per kilo melkeiwit in de laatste jaren gestegen met 8%. Minder mais in het rantsoen is daar waarschijnlijk een oorzaak van. Toestaan van meer mais binnen derogatie kan daar dus wel helpen. En meer mais heeft ook nog een positief effect op de methaanreductie.

Voerstrategie van veehouders

De gestegen stikstofexcretie geeft ook aan dat er ruimte is voor verbetering. De weg naar minder stikstofuitstoot via de koeien moet meer gezocht worden in de voerstrategie van veehouders. Het accent zou meer moeten liggen op het winnen van kwalitatief goede graskuilen en op verlaging van het totaal aanbod stikstof in het rantsoen. Bij het verlagen van eiwit in het rantsoen wordt het wel belangrijker om het totale rantsoen goed in evenwicht te hebben, waarbij eiwit en energie op elkaar zijn afgestemd. Sturen op maximale glucoseproductie in de pens moet dan gebeuren via aanvullende voeders. Nu bevatten veel rantsoenen nog rond 17% ruw eiwit. Een verlaging naar 15 à 16% zet grotere stappen in reductie van de uitstoot van stikstof dan het mogelijke effect van toevoegen van amylase in Nederlandse rantsoenen, die daarvoor gemiddeld te weinig zetmeel bevatten.

Hogenkamp



Beheer