‘Beroepsverbod’ in opkoopregeling gaat veel te ver

14-11-2020 | Laatste update op 25-01 | |
De voorwaarden in de opkoopregeling van veehouderijen bij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden komen neer op een beroepsverbod. - Foto: Ronald Hissink
De voorwaarden in de opkoopregeling van veehouderijen bij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden komen neer op een beroepsverbod. - Foto: Ronald Hissink

De opkoopregeling voor veehouderijen bevat een voorwaarde die neerkomt op een beroepsverbod voor de betreffende veehouder. Dat hij of zij nooit elders in Nederland meer het beroep van veehouder mag uitoefenen, is een enorme ingreep.

Het voor altijd stoppen als veehouder is een harde voorwaarde in de regeling voor de opkoop van veehouderijen bij overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, zoals LNV eind oktober naar buiten bracht. Met deze regeling kunnen provincies gericht veehouderijen opkopen bij Natura 2000-gebieden.

Feit is dat de – vrijwillige – regeling iedere mogelijkheid om actief te blijven in de sector onmogelijk maakt, als een veehouder tekent bij het kruisje.

Letterlijk staat er in de opkoopregeling in artikel 6 ‘Blijvende reductie’, onder lid 3: “De provincie draagt er zorg voor dat in het kader van de aankoop wordt overeengekomen met de veehouderij dat deze: niet elders in Nederland een veehouderij zal vestigen of overnemen, ook niet via een deelneming van de veehouder in een vennootschap, samenwerkingsverband of anderszins.”

Een feitelijk beroepsverbod, en dat is deze voorwaarde, is onacceptabel

Daar is geen woord Spaans bij. De veehouder die akkoord gaat met deze regeling mag nooit meer als veehouder aan de gang. Zelfs als hij of zij als akkerbouwer verder zou willen, is er een forse blokkade opgeworpen. Veel akkerbouwers hebben samenwerkingsverbanden met een of meer veehouders, volgens bovenstaand citaat is een dergelijk samenwerkingsverband echter ook verboden voor de boer die zijn handtekening zet onder de opkoopregeling.

‘Onacceptabele voorwaarde’

LTO vindt de voorwaarde dat veehouders nooit hun beroep in Nederland meer mogen uitoefenen veel te ver gaan. LTO-bestuurder Trienke Elshof: “Een feitelijk beroepsverbod, en dat is deze voorwaarde, is onacceptabel. Deze regeling zet in op krimp van de beroepsgroep.” Toch geeft LTO veehouders niet het advies om een dergelijk contract niet te tekenen. “Dat laten we over aan iedere individuele veehouder. Het is natuurlijk een groot verschil of het een oudere veehouder zonder opvolger is of een jonge veehouder die zijn beroep nog jaren wil kunnen uitoefenen. Die laatste moet wel heel goed nadenken of deze opkoopregeling voor hem of haar wel geschikt is. Mijn advies is in ieder geval: neem een goede adviseur in de arm als dit speelt.” Elshof is wel verbaasd over deze clausule in de regeling. “Als een veehouder elders opnieuw zou beginnen is er geen sprake van een toename van stikstofuitstoot. Daarnaast kan dat op een locatie zijn die geen invloed heeft op een Natura 2000-gebied.”

Juristen waarschuwen voor het zetten van een handtekening onder de opkoopregeling

Boerenactiegroep Farmers Defence Force is faliekant tegen een opkoopregeling met een dergelijk clausule. Op hun website staat hun niet mis te verstane mening: “Deze boeren mogen nooit weer een veehouderij voeren, of deelnemen aan een maatschap of samenwerkingsverband. De opvolging met één pennenstreek uitgewist!”

‘Zwaar middel’

Juristen waarschuwen voor het zetten van een handtekening onder de opkoopregeling. Volgens advocate Paulien Waninge van PlasBossinade advocaten in Groningen moeten veehouders zich goed realiseren waar ze voor tekenen. “Akkoord gaan met een overeenkomst met daarin een dergelijke voorwaarde is niet verstandig, mocht men ooit overwegen weer actief te worden in de sector. Als je als veehouder een handtekening zet onder een overeenkomst met een dergelijke zinsnede, stem je ermee in.” Het is misschien niet onmogelijk om in een juridische procedure deze clausule achteraf ongedaan te maken, maar met een overeenkomst die je zelf ondertekend hebt, wordt je positie niet sterker. Waninge heeft sterke twijfels of deze voorwaarde wel voldoet aan het evenredigheidsbeginsel en de proportionaliteit. “Hier wordt wel een heel zwaar middel ingezet, een veehouder mag nooit meer zijn beroep uitoefenen. Of dat in een procedure voor de rechter overeind blijft, vraag ik me af.”

Ik heb sterke twijfels of een dergelijke formulering overeind blijft bij een rechter

Ook Paul Bodden, advocaat bij Hekkelman Advocaten in Nijmegen, vindt de voorwaarde die LNV in de opkoopregeling stelt neigen naar een beroepsverbod. “Dit is wel heel strikt geformuleerd, bovendien is het ook nog voor onbepaalde tijd, dus levenslang. Dat is nogal wat, het lijkt sterk op een beroepsverbod”, aldus Bodden. “Bovendien wordt er geen rekening gehouden met eventuele wel of niet aanwezige Natura 2000-gebieden op de nieuwe vestigingslocatie. Ook staat er niets over de toepassing van de nieuwste technieken om uitstoot te voorkomen. Daarmee grijpt de regeling veel verder in dan alleen het voorkomen of beperken van stikstofuitstoot op Natura 2000-gebieden.” Vanwege de verstrekkende gevolgen van de voorwaarde voor veehouders stelt Bodden, net als Waninge, vraagtekens bij de juridische houdbaarheid van de passage in de opkoopregeling. “Ik heb sterke twijfels of een dergelijke formulering overeind blijft bij een rechter.”

‘Onrechtmatig en immoreel’

Willem Bruil, voormalig bijzonder hoogleraar Agrarisch Recht aan de Rijksuniversiteit Groningen, gaat nog een stap verder. “De gesaneerde veehouder wordt door deze voorwaarde een misdadiger die voorgoed moet worden uitgesloten van de economische activiteit veehouderij”, stelt Bruil in zijn column in Boerderij. Ook heeft Bruil kritiek op het feit dat het verbod veel verder gaat dan de plaatselijke situatie. “Dit heeft niets meer te maken met de reductie van de stikstofdepositie ter plaatse van het gesaneerde bedrijf, maar komt neer op een beroepsverbod voor de veehouder.”

Een beroepsverbod kan door een rechter worden opgelegd in het kader van een strafrechtelijke veroordeling (artikel 28 Wetboek van Strafrecht). Dan moet een ondernemer het wel heel bont hebben gemaakt, stelt Bruil. Bij deze regeling heeft het echter niets te maken met de kwaliteit ondernemerschap van de veehouder, het beroepsverbod komt voort uit de locatie waar zijn bedrijf gevestigd is. In de ogen van Bruil is deze voorwaarde niet alleen niet te handhaven, maar ook onrechtmatig en immoreel.

Beukema
Eric Beukema Redacteur



Beheer