Bestrijdingsmiddel of pesticide? Het woord maakt verschil

Nieuwe literverpakkingen met middelen, aangeprezen op een beurs voor akkerbouwbeurs. - Foto: Henk Riswick
Nieuwe literverpakkingen met middelen, aangeprezen op een beurs voor akkerbouwbeurs. - Foto: Henk Riswick

Woorden doen ertoe in de politiek. Zo kan er een discussie ontstaan over vraag onder welke naam een rondetafelgesprek moet worden gehouden: gewasbeschermingsmiddelen of pesticiden?

De tijden dat de chemische industrie nog trots haar bestrijdingsmiddelen aanprees, ligt ver achter ons. Het woord ‘bestrijdingsmiddel’, dat tot ver in de jaren zestig voor de land- en tuinbouw geen enkele bijklank had, is inmiddels bijna overal vervangen door het onschuldiger klinkende ‘gewasbeschermingsmiddel’.

Bladerend in oude kranten kun je advertenties tegenkomen waarin fruittelers, land- en tuinbouwers door landbouwchemiebedrijven wordt aanbevolen ‘inlichtingen over onze nieuwste bestrijdingsmiddelen’ te verkrijgen. ‘Duphar bestrijdingsmiddelen geven uw land de hoogste waarde’, meldde het bedrijf in de jaren zestig in advertenties, gericht op de landbouw. De regelgeving op het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen heette toen ook nog gewoon ‘Bestrijdingsmiddelenwet’.

Silent Spring

Wellicht is de kentering in het woordgebruik ingezet door de Amerikaanse schrijfster Rachel Carson, die in het boek ‘Silent Spring’ (1962) indringend schreef over de gevaren van het overmatig en roekeloos gebruik van bestrijdingsmiddelen voor het ecosysteem en de mens. Vanaf het begin van de jaren ‘70 kwam het woord ‘gewasbeschermingsmiddel’ in Nederland in zwang. ‘Gewasbescherming’ klinkt minder agressief dan ‘bestrijding’. De Bestrijdingsmiddelenwet werd de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (2007).

Vanaf begin jaren ’70 raakte het woord gewasbeschermingsmiddel in zwang

Woordgebruik doet ertoe, bleek afgelopen woensdag weer toen de landbouwcommissie in de Tweede Kamer zich boog over het houden van een gesprek met verschillende (ervarings-)deskundigen over bestrijdingsmiddelen. Het idee is dat vertegenwoordigers vanuit de wetenschap, de toelatingsinstantie(s), land- en tuinbouw en de leveranciers, en omwonenden de Kamer bijpraten over gewasbescherming.

.

Politisering van de semantiek

De initiatiefnemers Caroline van der Plas (BBB) en Thom van Campen (VVD) stelden voor een ‘rondetafelgesprek Gewasbeschermingsmiddelen’ te houden. Toen ontstond een discussie. Laura Bromet (GroenLinks) vroeg namens PvdA‘er Joris Thijssen de benaming aan te passen en het woord ‘pesticiden’ er aan toe te voegen. Van der Plas was daar tegen, hoewel zij zelf de woorden ‘pesticiden’ en ‘herbiciden’ in Kamerdebatten zeker niet schuwt.

D66’er Tjeerd de Groot probeerde het midden te vinden, door de terminologie ‘geïntegreerde gewasbescherming’ in de strijd te gooien. Van Campen zei ‘de politisering van de semantiek’ wel boeiend te vinden. Hij haalde de angel uit de discussie door de titel te veranderen in ‘Gezonde gewassen in een gezonde bodem’. Daar kon iedereen zich in vinden.

Braakman
Jan Braakman Redacteur



Beheer