Beter begrip van verschillende visies op stikstof kan leiden tot oplossing

28-10 | |
Nigten
Urinerende koeien in de wei zorgen voor een stukje stikstofbelasting van de bodem. - Foto: Herbert Wiggerman
Urinerende koeien in de wei zorgen voor een stukje stikstofbelasting van de bodem. - Foto: Herbert Wiggerman

Stikstof is al heel lang een beladen onderwerp. Er zijn twee visies op stikstof die fundamenteel van elkaar verschillen. Begrip daarvan kan bijdragen aan een oplossing.

Stikstof is een beladen onderwerp. Dat is een open deur. Minder bekend is dat het debat over stikstof al meer dan 200 jaar oud is, en dat de kwestie hoe planten aan hun stikstof komen, nooit definitief is beslecht. Door naar deze debatten te kijken besef je dat het echte debat in wezen naar de achtergrond is gedrukt. En dat was niet het gevolg van wetenschappelijke argumenten, maar gebeurde onder invloed van reputaties en macht.

De belangrijkste conflictpunten betreffen de volgende vragen:

  1. Kunnen alle planten stikstof uit de lucht halen?
  2. Kunnen planten organische stikstof uit de bodem opnemen, of moet organische stikstof eerst mineraliseren tot een anorganisch zout?
  3. Zijn ammonium en nitraat schadelijk voor de gewassen? En zijn alle organische stikstofverbindingen wel veilig?
  4. Mag je het stikstofvraagstuk geïsoleerd bekijken of alleen in zijn onderlinge samenhang?
  5. Is de gezondheid van de gewassen een gevolg van de manier van bemesten, of worden gewassen ziek door microben en insecten?
  6. Hoe schadelijk zijn ammoniak en nitraat voor de natuur?
  7. Verdwijnt de biodiversiteit in de natuur doordat meststoffen uit de landbouw vervluchtigen of uitspoelen? En hoe zit het dan ín de landbouw?

Als we de antwoorden in kaart brengen, kunnen we twee clusters onderscheiden. Enerzijds het organische cluster – het humusparadigma. En anderzijds het cluster waarin men aanneemt dat planten zich uitsluitend voeden met anorganische zouten, het zoutenparadigma.

De biologische landbouw neemt vaak een tussenpositie in. En om de complexiteit te laten zien, is het goed om te beseffen dat volgens het humusparadigma niet alleen kunstmest een probleem is, maar ook slechte kwaliteit drijfmest, niet goed behandelde potstalmest en warme compost.

Warme compost wordt verhit door bacteriële omzettingen, in combinatie met een ruime zuurstofvoorziening. Door deze processen gaan heel veel nutriënten verloren, en bevat deze compost niet de goede bacteriën en schimmels, en daardoor ook weinig plantenhormonen.

Tegenover warme compost staat wormencompost. Wormencompost wordt niet warm, bevat de goede bacteriën en schimmels en ook veel plantenhormonen, mits het uitgangsmateriaal goed gekozen wordt. Bokasheren is ook een koud composteringsproces, met veel minder nutriëntenverliezen. Het lijkt erg op fermentatie zoals we dat kennen bij het bereiden van zuurkool.

Hoe worden de zeven vragen binnen elk cluster beantwoord? Dat staat in de tabel.

Foto: 2

De oplossingen:

Het anorganische zoutenparadigma kiest voor wegvangen, scheiden en uitkopen als oplossing. En het humusparadigma kiest ervoor om mineralisatie zoveel mogelijk te voorkomen.

Het paradigma bepaalt dus de oplossingsrichting. And never the twain shall meet!

Of begint er nu iets te veranderen?

De brieven aan de land- en tuinbouw met oplossingen, en de wetenschappelijke onderbouwing zijn te vinden op de website van de VBBM.

Meer over


Beheer