Beter Leven-kip beter af dan Kip van Morgen

17-06 | |
Vleeskuikens die worden gehouden volgens de regels van het Beter Leven-keurmerk 1ster zijn gemiddeld beter af dan reguliere vleeskuikens. De verschillen tussen pluimveehouders zijn echter groot. Foto: Lex Salverda
Vleeskuikens die worden gehouden volgens de regels van het Beter Leven-keurmerk 1ster zijn gemiddeld beter af dan reguliere vleeskuikens. De verschillen tussen pluimveehouders zijn echter groot. Foto: Lex Salverda

Het welzijn van vleeskuikens die worden gehouden volgens de regels van het Beter Leven-keurmerk 1 ster is gemiddeld beter dan dat van reguliere vleeskuikens.

Het gemiddelde welzijn van kuikens in de Kip van Morgen-concepten die de supermarkten nog tot 2024 als tussenvorm hanteren, zit tussen regulier en scharrel in. Dat blijkt uit een analyse van data van duizenden koppels vleeskuikens uit 2017 en 2018 van Wageningen Livestock Research (WLR).

Uit de data-analyse blijkt ook dat er grote variatie bestaat tussen koppels in dezelfde houderijvorm. De kwaliteit van de stal en het management van de pluimveehouder doen er daarbij wezenlijk toe, los van de formele productie-eisen. In ieder systeem zitten koppels met een goed niveau van welzijn, aldus WLR.

Vier segmenten

Vleeskuikens in Nederland worden op vier verschillende manieren gehouden. De reguliere houderij met snelgroeiende kuikens produceert op basis van wettelijke minimumeisen voor dierenwelzijn, het scharrelsegment volgens de eisen van het Beter Leven-keurmerk 1 ster. Bovendien zijn er tot 2024 in supermarkten verschillende varianten van het Kip van Morgen-concept, zoals de nieuwe AH-kip of de Nieuwe Standaardkip van Jumbo. Die productie-eisen hiervan zitten tussen regulier en scharrel in. Toto slot is er het biologische segment dat de regels van Skal en de EU volgt.

In het project Greenwell is een grote hoeveelheid data gebruikt die routinematig wordt verzameld op het pluimveebedrijf zelf en aan de slachtlijn. De biologische houderij kon niet in de analyse meegenomen worden vanwege onvoldoende data en daarom zijn alleen regulier, Kip van Morgen en Scharrel BLk 1 ster vergeleken.

Vijf kenmerken gemeten

In de analyse zaten vijf kenmerken die aan het dier werden gemeten: voetzoollaesies, borstirritatie, hakdermatitis, huidkrassen en sterfte. Ook is gekeken naar drie omgevingskenmerken: de toepassing van omgevingsverrijking, wel of geen vroege voeding aan eendagskuikens en de bezettingsdichtheid. Met die data werd inzichtelijk gemaakt hoe deze houderijvormen presteren op het gebied van dierenwelzijn. Daarbij werd gebruik gemaakt van de gevalideerde Welfare Quality-benadering die scores toekent aan individuele welzijnsindicatoren. Op basis daarvan werd een totale welzijnsscore voor een koppel berekend. Het betrof alleen het verblijf op het vleeskuikenbedrijf, dus niet de voorschakels en ook niet het transport of de slacht.

Overlap

Vleeskuikenproductiesystemen met strengere welzijnseisen scoorden gemiddeld beter, zowel op bijna alle individuele welzijnsaspecten, als op de totaalscore. Opvallend was echter de variatie in de welzijnsscore tussen koppels in dezelfde houderijvorm. Daardoor was er ook een grote overlap in totale welzijnsscore tussen verschillende houderijvormen. Het welzijn in de best presterende reguliere vleeskuikenhouderij is beter dan in de slechtste volgens BLk 1*.

Wanneer alleen de vijf dierkenmerken werden geanalyseerd, werd de overlap nog groter. De hoogst haalbare welzijnsscore wordt dan bereikt in alle drie de houderijsystemen. Kwaliteit van management door de pluimveehouder en de kwaliteit van de stal hebben dus grote invloed naast de vaste productie-eisen. In de dataset was de variatie het grootst voor de reguliere houderij en Kip van Morgen. Dat geeft aan dat er voor die houderijvormen de meeste ruimte voor verbetering door management is.

Het onderzoek is gepubliceerd in Poultry Science.

Meer prijsinformatie over vleeskuikens vind je op FoodAgribusiness.nl/markt

van der Werff


Beheer