Biologisch kippenvlees gaat naar twee verschillende markten

22-09 | |
biologisch kippenvlees
Veruit het meeste vlees is afkomstig van uitgelegde biologische leghennen. In Nederland waren er vorig jaar 217 van dit soort bedrijven. - Foto: Ton Kastermans Fotografie

In Nederland wordt jaarlijks ruim 1.000 ton biologisch kippenvlees geproduceerd. Het is afkomstig van uitgelegde hennen en vleeskuikenbedrijven. Het zijn twee verschillende markten, met eigen kansen en bedreigingen.

Met ruim 1.000 ton biologisch kippenvlees per jaar heeft de pluimveehouderij het kleinste aandeel binnen het biologische vlees in Nederland. Veruit het meeste vlees is afkomstig van uitgelegde biologische leghennen. In Nederland waren er vorig jaar 217 van dit soort bedrijven. Dit aantal blijft vrij stabiel; in 2015 waren het rond de 200 bedrijven en dat aantal piekte in 2019 met 230 bedrijven. De invloed van stoppers is ook te zien in de totale vleesproductie. Daarnaast zijn er zo’n twintig biologische bedrijven met vleeskuikens. In 2015 waren dat er twaalf.

In de markt van biologische vleeskuikens zijn twee partijen actief: Kok uit Lelystad (Polderhoen) en Kemper Kip uit Zelhem. Die laatste heeft een keten met eendagskuikens, voer en eigen slachterij. “We leveren vooral aan de retail, horeca en speciaalzaken”, zegt directeur Herman Kemper. Het doel is de hele kip als biologisch te verwaarden. Op een enkele Belgische klant na blijft alles in Nederland. Een deel wordt als 3 sterren Beter Leven verkocht.

Kemper zegt de afgelopen jaren altijd positief te zijn geweest over de afzet en ontwikkeling van biologisch vlees. “Daarbij was de toenemende vraag altijd leidend.” Doordat nu meer partijen willen meeliften met de biologische trend, vreest hij voor overproductie, met negatieve gevolgen voor de opbrengstprijzen. “We zien nu al dat consumenten de hand op de knip houden.” Overigens ziet Kemper de markt van de uitgelegde biologische hennen niet als concurrent, omdat het een heel ander marktsegment is.

Biologische leghennen

Voor een betere afzet van de biologische leghennen is door pluimveehouders een eigen organisatie opgericht: BiomeerwaardeKip. Volgens directeur Martijn van Veldhuizen valt 90% van de biologische hennen eronder. Het meeste vlees wordt ingevroren, wat een voordeel is om te bufferen.

Veruit de meeste technische delen als filets en haasjes worden verwerkt in snacks of vleeswaren. Het meeste blijft in Nederland, deels onder eigen naam. Bijproducten gaan net als uit de reguliere houderij voor lage prijzen naar Afrika. In totaal wordt ongeveer de helft van de biologische hen als biologisch verwaard. “Voor onze leden is het belangrijk dat we een plus kunnen maken.” Een hogere prijs voor bruine hennen is overigens gemakkelijker dan voor witte, omdat die wat efficiënter te benutten zijn.

Lastig is dat de uitgelegde hen de onderkant van de markt bedient, terwijl biologisch juist aan de andere kant zit. Toch ziet Van Veldhuizen mogelijkheden, onder andere in meer samenwerking met andere producenten. Hij ziet vooral potentie in de binnenlandse retail. Specifieke afzet als biologische soepkip en boerderijwinkels kunnen ook bijdragen, maar dat zal niet de grote massa zijn. Van Veldhuizen benadrukt de potentie: als het lukt om 100% van de biologische leghennen te verwaarden, stijgt de productie naar zo’n 1.500 tot 2.000 ton per jaar.

Stevens
René Stevens Freelance redacteur


Beheer