Bloembollensector moet leren luisteren naar de markt

Corona laat zijn sporen na in de bloembollensector. Bij de voorjaarsbloeiers is de schade kleiner dan gevreesd, maar bij lelies zijn de zorgen groot. Los daarvan zal de sector structureel op zoek moeten naar de juiste balans in vraag en aanbod, zegt Henk Westerhof, voorzitter handelsbond voor boomkwekerij- en bolproducten Anthos.

De uitbraak van Covid-19 heeft diepe sporen getrokken in de Nederlandse tuinbouwsector. De paniek was groot toen de intelligente lockdown werd afgeroepen en de zorgen groeiden naarmate in veel landen het openbare leven op slot ging. De eerste beramingen duidden op een corona gerelateerde schadepost van ruim € 2 miljard en voor het voortbestaan van vele bedrijven werd gevreesd. We zijn nu vier maanden later en kunnen constateren dat de impact van het virus groot was, maar voor vele bedrijven minder ingrijpend dan aanvankelijk werd verwacht.

In de bloembollensector geldt dat ook voor de ondernemers in de voorjaarsbloeiende bollen, waartoe tulpen, hyacinten en narcissen worden gerekend. De vrees voor een sterke prijsval overheerste en het spookbeeld doemde op dat avonturiers tegen absurde ‘corona-prijzen’ de internationale markten zouden bestormen en de reguliere handel het nakijken zouden geven.

Dat doembeeld is vervaagd, omdat marktpartijen met de naderende oogst de rust hebben bewaard. Ook heeft moedertje natuur de helpende hand geboden, omdat de bollen in tegenstelling tot de voorspellingen niet over de mand zijn gelopen. Dat gegeven, gecombineerd met zich enigszins herstellende afzetmarkten, heeft geleid tot een redelijk stabiel binnenlands prijsniveau waardoor de corona schade voor teelt en handel minder omvangrijk is dan waarvoor werd gevreesd.

Lelieteelt is zorgenkindje

Anders is het bij de lelie, die in toenemende mate het zorgenkindje van de sector dreigt te worden. De teelt lijkt de dans vooralsnog te ontspringen, maar ik vrees dat kwekers dit najaar als door een mokerslag getroffen zullen worden. Ondanks de oproep van de handel ten tijde van het plantseizoen om beduidend minder te planten, duiden de eerste signalen erop dat de noodzakelijke krimp bij lange na niet wordt gehaald. Daarmee groeien de zorgen voor de teelt, want het wordt voor hen straks een loodzware, zo niet onmogelijke klus om voor alle dit najaar te oogsten lelies een nieuwe baas te vinden.

De leliehandelsbedrijven zitten nu al met de gebakken peren. Veel van hun afnemers in de belangrijkste afzetmarkten (China, Vietnam, Mexico, Colombia, Verenigde Staten en Japan) zitten nog in zak en as als gevolg van de uitbraak van het virus. Orders worden geannuleerd, kortingen worden bedongen en transacties worden eenzijdig aangepast, dan wel uitgesteld met alle gevolgen van dien. De eerste berekeningen wijzen erop dat als gevolg daarvan en het afwaarderen van hun voorraden de leliehandelsbedrijven in de bloembollensector het kind van de ‘corona-rekening’ zijn en met een miljoenen schade geconfronteerd gaan worden. Dus in tegenstelling tot wat de minister in de Tweede Kamer betoogde, is de leliemarkt in ieder geval nog niet hersteld van de corona-klap. Het is daarom te hopen dat onze oproep om ook deze bedrijven alsnog te compenseren weerklank zal vinden bij de minister.

Coronacrisis zorgt voor bezinning

De Covid-19-uitbraak leidt ook een tijdperk van bezinning in, waarin ondernemers en sectoren zich zullen afvragen of ze op de oude voet kunnen doorgaan. De bloembollensector ziet zich zeker voor die opgave gesteld, want het is een publiek geheim dat de balans tussen vraag en aanbod van vele bolgewassen al jarenlang is verstoord. En dat soort structurele problemen wordt niet opgelost met collectieve oproepen om minder te gaan produceren, zo blijkt wel.

Zelf heb ik die oplossing ook niet voorhanden, maar voor mij is wel duidelijk dat de sector beter moet leren luisteren naar de wensen van de markt en minder moet proberen de markt haar eigen wil op te leggen.

Daarbij moeten we beginnen met ons te realiseren dat vrijwel alle afzetmarkten stagneren en nieuwe groeimarkten zich voorlopig niet lijken aan te dienen. Met andere woorden: de taart wordt voorlopig niet veel groter. Het is daarom in het belang van alle ketenpartijen om de juiste ingrediënten te vinden om een grotere taart te kunnen bakken. Zolang het recept daarvoor niet is gevonden, moet wel een betere mix worden gevonden voor de afstemming tussen vraag en aanbod. Als die niet wordt gevonden, doet niet Covid-19 de ondernemers de das om, maar dan zijn ze daar zelf in belangrijke mate debet aan.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.