Blokkade melkveebedrijven mocht niet, hoe nu verder?

Landbouwminister Carola Schouten blokkeerde begin 2018 zo’n 2.200 melkveebedrijven, ongeveer een op de zeven, vanwege wat later de tweelingfraude genoemd werd. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) maakt gehakt van deze blokkade.

Schouten benutte het I&R-systeem (identificatie en registratie) als aanwijzing dat veehouders meer dieren hielden dan waarvoor ze fosfaatrechten hadden. Dat levert én meer omzet én minder mestafzetkosten op.

De I&R bleek op deze bedrijven niet honderd procent sluitend, veelal wegens niet correct verwerkte geboortes. Dat was de reden ze te blokkeren. De meeste werden na controles en aanpassingen, soms na het nemen van DNA-monsters, vrijgegeven.

CBb: blokkade gehele bedrijf te zwaar middel

Enkele geblokkeerde veehouders stapten naar het CBb. Dat heeft geoordeeld dat de I&R-regels inderdaad verplichten tot het melden van (dood)geboren kalveren. Maar de Europese regels schrijven een bedrijfsblokkade pas voor als meer dan 20% van de dieren niet correct geadministreerd is. Zijn het er minder, dan volstaat blokkade van de ‘foutieve’ dieren. Door bedrijven toch te blokkeren, heeft de minister naar het oordeel van het CBb een veel te zwaar middel ingezet. Het CBb veegt de blokkade van tafel en de bedrijven zullen proberen de schades op de minister te verhalen.

Uitspraak biedt verlossing, maar geen schadevergoeding

Veel rundveehouders zullen dit als een verlossing ervaren. Hun eergevoel wordt bevestigd. Een administratief foutje is geen fraude, en het ministerie van LNV schoot met te zwaar geschut. Maar hun schade krijgen ze op basis van deze uitspraak niet vergoed. Dat krijgen alleen zij die beroep tegen de blokkade aantekenden bij het CBb.

De vraag is of het parlement hier nog aan gaat trekken. Want er was zeker op een aantal bedrijven sprake van bewuste fraude. Maar het ingezette middel was generiek veel te zwaar. Wordt dus vervolgd.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.