Boer-tot-Bord klinkt simpel, is ingewikkeld

24-08 | |
Vullings
Jan Vullings Hoofdredacteur
Voorbereidingen voor het vullen van een veldspuit. - Foto: Henk Riswick
Voorbereidingen voor het vullen van een veldspuit. - Foto: Henk Riswick

Uit de mond van Europees commissaris Frans Timmermans klinkt de van Boer-tot-Bordstrategie simpel. De uitwerking is een stuk lastiger.

Neem nu het middelenbeleid. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hanteert doelen voor reductie van gewasbeschermingsmiddelen. De vraag is hoe meet je dat met het brede arsenaal middelen? En wat zegt een stijging of daling nu?

Het ministerie hanteert ingewikkelde indicatoren om de trend aan te geven, zoals voor reguliere verkoop van chemische werkzame stoffen. De middelen worden op basis van het risicoprofiel, zoals laag-risico, niet-goedgekeurd tot kankerverwekkend in categorieën ingedeeld. Aan alle categorieën hangt een wegingsfactor variërend van 1 tot 64. Dit laatste getal geldt voor nog niet goedgekeurde middelen. De verkochte kilo’s werkzame stof uit de categorieën worden vermenigvuldigd met deze factor. De optelsom is de indicator. Middelen op basis van micro-organismen tellen niet mee.

Gestegen verkoop paraffineolie en groenemuntolie

Ingeval een werkzame stof van groep verandert, moet de hele berekening met terugwerkende kracht worden uitgevoerd. Althans, soms. Niet altijd.

Wat is nu het nieuws? De indicator stijgt licht naar 87 in 2020. De verkoop tussen 2015 tot 2017 is op 100 gezet. In de jaren daarvoor lag deze indicator steevast boven de 100. In 2019 was deze nog 82. Het ministerie schrijft de stijging toe aan de gestegen verkoop van onder andere paraffineolie en groenemuntolie, toch niet alledaagse toepassingen.



Beheer