Boeren: neem zelf initiatief op stikstof, wacht niet op politiek

26-11-2021 | |
Ebbers
Jos Ebbers Voorzitter van NVM vakgroep Agrarisch en Landelijk
Foto: Koos Groenewold
Foto: Koos Groenewold

Als de agrarische sector zijn autonomie wil behouden, is het verstandig om niet de ogen te sluiten voor de werkelijkheid, betoogt Jos Ebbers.

Sinds Nederland zich verbond aan het Natura 2000-beleid en de Raad van State de PAS afschoot, heeft de overheid stikstof op merkwaardige wijze het probleem gemaakt van agrarische ondernemers. De framing van boeren als de zondebok en de grote woorden van de landsadvocaat over het intrekken van vergunningen, zijn zorgwekkend en ontdaan van elke menselijke factor. Ik durf zelfs te beweren dat het nietsontziend liquideren van bedrijven die niets illegaals gedaan hebben, problematischer is dan stikstof zelf.

Bied de oplossing

Maar of we het nu leuk vinden of niet: het probleem bestaat. Als de agrarische sector zijn autonomie wil behouden, is het verstandig om niet de ogen te sluiten voor de werkelijkheid. Sterker nog: agrarische ondernemers hebben de oplossing in handen. Je kan luidkeels ‘nee’ blijven roepen en het vinden van een uitweg uit de impasse aan de politiek overlaten. Die reflex snap ik, maar is onverstandig om verschillende redenen.

Als eerste is het goed om te realiseren dat de agrarische sector niet de enige is die de gevolgen van de stikstofcrisis ondervindt. ABN Amro berekende in 2019 dat in de bouwsector € 14 miljard misloopt en er 70.000 banen op de tocht staan. Bij een steekproef in de provincie Noord-Brabant bleek dat verschillende industriële en logistieke bedrijven geen NB-vergunning bezaten, waar die wel nodig was – waaronder distributiecentra van grote supermarktketens. Agrarische ondernemers leggen het af in de concurrentiestrijd om emissiequota. Grote ondernemingen kopen boerenbedrijven simpelweg op. Als extern salderen de norm wordt bij de beperking van depositie op Natura 2000-gebieden, voorzie ik dat meer dan 250.000 hectare landbouwgrond in beweging komt.

1,8% van de economie

Daarnaast heeft de agrarische sector weleens de neiging om zichzelf in economisch opzicht groter voor te doen dan hij is. In werkelijkheid vertegenwoordigt de primaire sector slechts 1,8% van de Nederlandse economie. Tegelijk zijn er 300.000 woningen nodig en neemt de druk op handel en industrie toe. Met het economisch belang, Urgenda en de framing van boeren in het achterhoofd, gaat de politiek niet snel opkomen voor de agrarische sector. Wanneer het aankomt op het recht van de sterkste, en dat gaat gebeuren, legt de sector het af en verliezen veel boeren alsnog alles waar ze jaren voor gewerkt hebben.

Ten slotte is wijzen naar Den Haag, de provincie, het waterschap of de gemeente onverstandig door een fors tekort aan ambtenaren. Een bestemmingsplanwijziging duurt nu al een eeuwigheid en dat gaat erger worden. Een groot deel van de ambtenarij vergrijst, dus de komende vijftien jaar treden nog veel meer mensen uit met ervaring en kennis van zaken. Combineer dit met de enorme transitie in het buitengebied – zoals CO2 en circulariteit – waarvoor ook bestuurlijke plannen nodig zijn en mijn stelling is: als je denkt dat de overheid het voor de agrarische sector vlot zal oplossen, zit je fout.

Kennis en geld

Kortom: er moet wat gebeuren en via de overheid is de minst aantrekkelijke weg. Het initiatief voor plannen en de uitvoering ervan moet ergens anders vandaan komen. Daarom denk ik dat onze uiterst professionele en innovatieve agrarische sector zelf de oplossing in handen heeft. Ondernemers kunnen hun autonomie behouden door het initiatief te nemen door op lokaal, regionaal en nationaal niveau met stakeholders aan tafel te gaan.

De overheid moet weliswaar de wettelijke en bestuurlijke kaders bieden, maar daarbinnen is veel ruimte om de transitie zelf vorm te geven. Bijvoorbeeld door met een groter netwerk te kijken naar kavelruil en het volgen van de ‘best practices’ van koplopers in de sector. Immers: wat je niet uitstoot, hoef je niet te saneren en als je het bedrijf wilt overdragen aan de volgende generatie, moet het daar ook klaar voor zijn. Of door gebruik te maken van het ruimhartige vergoedingenstelsel zoals dat hoort bij onteigening, maar dan (juist!) met behoud van autonomie. Dit stelt agrarische ondernemers in staat zelf de beslissingen te nemen over oplossingen rond stikstof. De problematiek rondom het thema “staatssteun” moet dan overigens nog getackeld worden, maar dat zou moeten kunnen: het Nederland van de 21e eeuw wordt immers vormgegeven.

Positie en perspectief

Wat is hiervoor verder nodig? Ten eerste voortrekkers: mensen met aanzien in verschillende sectoren of regio’s. Ik zie daarbij ook een rol voor de deskundigheid van de NVM Agrarisch & Landelijk-makelaar, met zijn landelijke netwerk en kennis van vastgoed, taxatie en wet- en regelgeving. Ten tweede: geld, maar dat is weleens een groter probleem geweest. En ten slotte moeten we stoppen met het framen van boeren als de schuldigen van de stikstofcrisis. Vanuit de media en de politiek, maar ook andersom: geen onbeweeglijk ‘nee’ of om de week trekkers op het Malieveld meer.

De sector heeft de oplossing in handen en moet initiatief nemen, anders word je genegeerd en leg je het op lange termijn af. Stel je meedenkend op, maar vraag behoud van autonomie. Bij de vormgeving van het Nederland van de 21e eeuw hoort een duidelijke positie, en perspectief, voor de agrarische sector die in onze voedselbehoefte voorziet.




Beheer