Boeren niet als buitenstaanders, maar als bondgenoten zien

Export van varkens- en kippenmest vanaf de haven in Harlingen naar Riga. - Foto: Anne van der Woude
Export van varkens- en kippenmest vanaf de haven in Harlingen naar Riga. – Foto: Anne van der Woude

Na de coronapandemie zal de discussie over de toekomst van platteland en voedselproductie opnieuw losbarsten, verwacht Peter van Rooy. Hij pleit voor onderscheid tussen wereld- en streekspelers in landbouw.

Al vijftig jaar is binnen de landbouw sprake van twee parallelle sporen. Het economische spoor waarin boeren zijn opgejaagd in steeds verdere investeringen, verhoging van de productie en inherent schaalvergroting. Een geslaagd spoor: Nederland als dichtstbevolkte land van Europa, is na Noord-Amerika het belangrijkste exportland voor landbouwproducten. Een topprestatie!

Dan het ecologische spoor waarin telkens aspecten van de moderne landbouw in verband zijn gebracht met verlies van biodiversiteit, gezondheid en landschap. Zeker sinds de stikstofuitspraak op 29 mei 2019 een geslaagd spoor, hoe pijnlijk ook.

Boeren zitten niet alleen vast in een tredmolen, maar hangen ongewild ook aan een infuus.

Nog langer wegkijken geen optie meer

Consequenties van verder verlies van biodiversiteit zijn inmiddels doorgedrongen tot de financiële wereld. Nog langer wegkijken van stikstofuitstoot, bodemuitputting, bodemdaling, verdroging en zoönotische infecties is geen optie meer. De meeste boeren erkennen dit, maar verzetten zich tegen het beeld dat alleen zij er de oorzaak van zijn. Volkomen begrijpelijk: niemand heeft ooit voor het huidige voedselsysteem gekozen. Het is geleidelijk zo gegroeid en vrijwel iedereen heeft ervan geprofiteerd.

Druk op de ruimte

Naast bezwaren voor milieu en natuur ervaren boeren de toenemende druk op ruimte. Waterberging, energietransitie, woningbouw, logistieke centra, datacentra, recreatie, infrastructuur et cetera, doen er in toenemende mate een beroep op.

In buitenstedelijke gebiedsontwikkelingen speelt landbouw steevast een prominente en veelal ook remmende rol. Niet verwonderlijk als we bedenken dat circa 55% van ons beschikbare land is bestemd voor voedselproductie, voornamelijk door boeren. Die doen wat de samenleving van hen verlangt: produceren van voedsel voor de binnenlandse en de buitenlandse markt. Naast kapitaal en arbeid is de beschikbaarheid van grond voor de meeste boeren van het grootste belang. Ook hier: volkomen begrijpelijk, de vrees voor grondhonger van derden.

Onderscheid tussen wereldspelers en streekspelers

Het moet anders en het kan anders door niet langer te spreken over dé landbouw en onderscheid te maken tussen wereldspelers en streekspelers. Productie voor de wereldmarkt kan geleidelijk worden verplaatst naar agrobedrijventerreinen. Zo ontstaan clusters van grote agrobedrijven: toonaangevende wereldspelers zowel in technologisch als circulair opzicht.

Boeren zijn hier primair ondernemers of werknemers. Bij voorkeur verlaten zij geleidelijk het landelijk gebied waar een voorouder veelal op een toevallige plek is gestart met een boerderij, die vervolgens zo zeer is uitgebreid dat de maatvoering zich niet meer verhoudt tot andere ruimtelijke functies. Bovendien ontstaat daar ruimte voor onder meer woningbouw, iets waar de samenleving naar snakt.

Streekboeren zijn vooral vakmensen in het zodanig omgaan met natuur dat er meer op het bord van mensen komt dan met jagen en plukken.

Tredmolen van steeds meer produceren loopt vast

Productie voor de streekmarkt – zeg de Nederlandse markt – is een heel ander verhaal. Streekboeren zijn naast ondernemers vooral vakmensen in het zodanig omgaan met natuur dat er meer op het bord van mensen komt dan met jagen en plukken. Zij die het hebben volgehouden, hebben door de bank genomen geïntensiveerd om zoveel mogelijk te produceren. Deze tredmolen loopt vast om eerder genoemde redenen: bodem en natuur zijn uitgeput, marges in landbouw staan onder druk en de samenleving beweegt naar verduurzaming, hoe dubbel mensen daar ook in staan. Alle boeren weg is echter geen optie. Nederland is te groot om het zonder kennis en kunde van boeren te kunnen stellen.

Als we uitgaan van pakweg de helft van onze ruimte voor streekmarktproductie is er voldoende ruimte voor andere functies. Met in aantal minder boeren (een aanzienlijk deel gaat stoppen), is er ruimte om de bedrijfsvoering van de blijvers te extensiveren en te verduurzamen. Bijvoorbeeld andere teelten en minder koeien per hectare en dus meer grond per overblijvend bedrijf.

Boeren doen zoveel meer

Boeren doen echter veel meer dan produceren van voedsel. Ze onderhouden het landschap, houden een oogje in het zeil, melden criminaliteit, ruimen zwerfvuil op, maaien bermen, schonen sloten, snoeien hagen, hangen vogelkasten en insectenhotels op, ontvangen scholen, et cetera. Vergoedingen voor deze maatschappelijke diensten zijn veelal indirect via subsidies voor voedselproductie.

Consumenten varen er vooralsnog wel bij: supermarktketens bieden vlees, zuivel, groenten en fruit aan tegen (veel) te lage prijzen afgezet tegen de totale kosten van productie, en het landschap is een aantrekkelijk decor voor recreanten. Boeren zitten niet alleen vast in een tredmolen, maar hangen ongewild ook aan een infuus. Geen wonder dat velen boos zijn.

Ommekeer in denken

Talloze ontwikkelingen zijn al decennia in voorbereiding en staan in de wacht. Denk aan woningbouw, energie, industrie, logistiek, mobiliteit, recreatie, voedselproductie en waterbeheer. De coronapandemie heeft de noodzaak van transities uit de schemer gehaald. Er bestaat een aanzienlijke kans dat het na de pandemie aan alle kanten losbarst, zeker nu de trek vanuit grote steden goed op gang komt. Dan het goede doen en dat goed doen, is de kunst.

Bij ogenschijnlijk gebrek aan ruimte is het eenvoudiger om boeren, als belangrijkste grondgebruikers, weg te drukken dan dat vooraf wordt gekozen voor toekomstbestendig ruimtegebruik. In een ontstane situatie van burgers en buitenlui versus boeren (wij tegen zij) ligt het op de loer. Buitenstedelijke gebiedsontwikkelingen zonder streekboeren is echter armoede. Boeren niet als buitenstaanders maar weer als bondgenoten, dat is de paradigma-shift die cruciaal is om een prachtig land in stand te kunnen houden.

Peter van Rooy, directeur van NederLandBovenWater

van Rooy

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.