Brabantse rechtbank borduurt voort op kritiek RAV-norm

12-04 | |
Foto: Bert Jansen
Foto: Bert Jansen

Een tussenuitspraak van de rechtbank Oost-Brabant zorgt voor blijvende onzekerheid over RAV-normen om een vergunning voor een veehouderij af te geven.

In dit geval gaat het om de emissienormen van een biologische luchtwasser bij een varkenshouder in de gemeente Reusel-De Mierden. De provincie Noord-Brabant mag er wat de rechtbank betreft niet zonder meer vanuit gaan dat door het plaatsen van een luchtwasser de stikstofemissie van het bedrijf daalt.

De rechtszaak is aangespannen door twee lokale milieuorganisaties. De provincie Noord-Brabant, die oordeelde dat het bedrijf geen extra stikstof zal uitstoten, moet dit oordeel nu opnieuw onderbouwen en krijgt daar van de rechtbank zes maanden de tijd voor.

Onvoldoende zekerheid

De rechtbank vraagt zich in de tussenuitspraak af of een biologische combiluchtwasser in iedere stal hetzelfde zal presteren. De daadwerkelijke prestaties van de biologische combiluchtwasser hangen af van het ontwerp, het onderhoud en het gebruik van het stalsysteem in het afzonderlijke bedrijf. De provincie had zelf iets moeten vinden van het ontwerp van de toe te passen combiluchtwasser in de stallen waar de dieren worden gehouden en de mogelijke invloed van het gebruik en onderhoud, luidt de tussenuitspraak. Nu staat onvoldoende vast dat geen sprake is van een toename van stikstofdepositie.

‘Rechter maakt fout’

Johan van Groningen, van Den Hollander advocaten, staat de veehouder in deze kwestie bij. Hij ziet dat de rechter hier redeneert in dezelfde lijn als de rechtbank Noord-Nederland, een paar weken geleden. Toen ging het om een melkveehouderij in het Friese Ee, die zijn ammoniakuitstoot naar beneden wilde halen met een emissie-arme vloer. Advocaat Van Groningen vreest dat, als deze lijn standaard wordt aangehouden, intern salderen vrijwel onmogelijk is geworden. Volgens Van Groningen heeft de rechter in de uitspraak een fout gemaakt: “In de tussenuitspraak staat dat er meer dieren komen, en dat klopt niet. Het aantal dieren blijft gelijk aan de vorige situatie.”

In deze zaak is het wachten op de extra uitleg van de provincie Noord-Brabant. Daarna kan de veehouder eventueel in hoger beroep gaan bij de Raad van State.

van Rooijen

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.