Bruinrot in Friese pootaardappelen

Er is bruinrot gevonden in een partij pootaardappelen in Friesland.

Volgens de fytosanitaire autoriteit NVWA is de besmetting beperkt gebleven tot deze partij. Het is de eerste vondst van bruinrot in 2019. Vorig jaar is de bacterieziekte op vier plaatsen gevonden.

Introductie op het getroffen bedrijf

De besmetting met bruinrot is gevonden in een partij pootgoed van het ras Taurus. De besmetting is ontdekt bij de reguliere toetsing van pootaardappelen door de keuringsdienst NAK. De NVWA en NAK hebben onderzoek gedaan naar de bron van de besmetting en eventuele vervolgbesmettingen. Er zijn geen nieuwe vondsten aangetroffen. Een klonaal verwante partij pootaardappelen bij een andere teler bleek vrij. Ook in de andere partijen aardappelen op het bedrijf van de getroffen teler is geen bruinrot gevonden. De NVWA gaat dan ook uit van introductie op het getroffen bedrijf. Dat houdt in dat de eerste besmetting op dit bedrijf heeft plaats gevonden; er is geen bron aan te wijzen.

Maatregelen

De NVWA legt maatregelen op aan bedrijven waar bruinrot is vastgesteld. De betreffende partij pootgoed wordt besmet verklaard en alle het andere pootgoed van het bedrijf mag niet worden uitgeplant. Daarnaast mag op het perceel waar het pootgoed is geteeld gedurende 5 jaar geen aardappelen worden geteeld. De eerste 3 jaar moet daar een maaigewas worden geteeld. Het bedrijf, inclusief machines voor de aardappelteelt en bewaring, moet worden gereinigd en ontsmet.

Ralstonia solanacearum

Bruinrot wordt veroorzaakt door de bacterie Ralstonia solanacearum. Die heeft een quarantainestatus in de EU (IAII). De bacterie komt in grote delen van Nederland in oppervlaktewater voor. Daarom is beregenen met oppervlaktewater aan banden gelegd in door de NVWA aangewezen gebieden. Pootgoed mag nergens in Nederland met oppervlaktewater worden beregend.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.