CBb: fosfaatwetgeving biedt voldoende rechtsbescherming

13-10-2021 | |
Foto: ANP
Foto: ANP

Ondanks dat bijna geen enkele veehouder gelijk krijgt in fosfaatzaken bij het CBb, blijft het College van mening dat de fosfaatwetgeving voldoende rechtsbescherming aan burgers biedt. De juridische twijfel die opkwam door het kindertoeslagendebacle lijkt daarin geen verandering te brengen.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) vindt dat de wetgeving rondom het fosfaatreductieplan en de fosfaatrechten veehouders voldoende mogelijkheden biedt om hun recht te halen. Het College herkent zich niet in de ontbrekende rechtsbescherming zoals bij de kindertoeslagenaffaire. Feit is dat van de vele honderden zaken die het CBb de afgelopen jaren in het fosfaatdossier heeft behandeld er slechts een handjevol tot een gunstig oordeel voor de veehouder hebben geleid. Deze opmerkelijke ‘score’ doet sommigen een parallel trekken met de kindertoeslagenaffaire. In verschillende fosfaatzaken voor het CBb is die parallel ook daadwerkelijk gelegd door advocaten.

Menselijke maat kwijtgeraakt

De manier waarop rechters om zijn gegaan met de rechtsbescherming van individuen werd afgelopen week weer actueel door het verschijnen van het rapport ‘Recht vinden bij de rechtbank’ van de Werkgroep Reflectie Toeslagenaffaire Rechtbanken. Daaruit bleek dat rechters zelf oordeelden dat ze binnen het systeem van kinderopvangtoeslagen de menselijke maat kwijt waren geraakt. Op rechtspraak.nl verscheen het rapport onder de opvallende kop ‘Belang rechtsbescherming individu moet zwaarder wegen dan vaste lijn jurisprudentie’.

Het CBb vindt dat in fosfaatreductiezaken er voldoende wettelijke mogelijkheden bestaan

In een uitspraak over de Regeling Fosfaatreductieplan 2017 van maart jl werd al verwezen naar het rapport ‘Ongekend onrecht’ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag van 17 december 2020. Volgens de advocaat van de biologische veehouder zou het CBb betere rechtsbescherming moeten bieden dan de rechtsbescherming die volgens het rapport in de kinderopvangtoeslagzaken is geboden. Het CBb vindt dat in fosfaatreductiezaken er voldoende wettelijke mogelijkheden bestaan die kunnen worden gebruikt om onevenredig nadeel van veehouders te voorkomen of te herstellen. Het College wijst op de knelgevallenregeling, de hardheidsclausule en artikel 1 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, die bescherming biedt als een melkveehouder een individuele en buitensporige last te dragen heeft.

Zwarte kanten toeslagenaffaire

In een recente rechtszaak over fosfaatrechten werd behalve het rapport ‘Ongekend onrecht’ ook het artikel ‘Tussen wet en recht’ van B.J. van Ettekoven, voorzitter van de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State, van 15 januari 2021 aangehaald. Daarin schrijft Van Ettekoven naar aanleiding van het harde (juridische) oordeel van de Tweede Kamercommissie dat het tijd voor zelfreflectie is voor de RvS. Van Ettekoven: ‘Alle partners in de rechtsstaat moeten leren van de zwarte kanten van de toeslagenaffaire. En elkaar (tijdig) durven aanspreken op tekenen van ‘systeemfalen’. Om burgers recht te doen. En om een soortgelijk drama in de toekomst te helpen voorkomen.’

De advocaat van de biologisch melkveehouder vraagt het CBb ‘in het kader van het vertrouwensbeginsel een nieuwe lijn toe te passen om tegenwicht te bieden aan regelgeving – het fosfaatrechtenstelsel – die afbreuk doet aan het vertrouwensbeginsel en die geen of vrijwel geen mogelijkheden biedt om de burger te compenseren’.

Het CBb gaat daarin niet mee en stelt in deze uitspraak dat het fosfaatrechtenstelsel verenigbaar met artikel 1 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en dat biologische melkveehouders ook onder het fosfaatrechtenstelsel vallen. CBb: ‘Hetgeen is aangevoerd omtrent het artikel van Van Ettekoven geeft geen reden voor een ander oordeel’.

Beukema
Eric Beukema Redacteur


Beheer