CBb steeds kritischer over fosfaat voor jongvee

Zowel het CBb als RVO.nl lijken de teugels voor het toekennen van fosfaatrechten aan jongvee in diercategorie 101 op de peildatum verder aan te halen.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) lijkt kritischer te worden over het toekennen van fosfaatrechten voor diercategorie 101: jongvee jonger dan 1 jaar voor de melkveehouderij. Die conclusie valt te trekken uit twee kort na elkaar gedane uitspraken.

In beide gevallen wil de veehouder fosfaatrechten voor jongvee dat door omstandigheden niet heeft afgekalfd. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) had geen rechten toegekend.

Uitspraken

In de eerste uitspraak stelt het CBb dat van jongvee dat geboren is binnen een vleesveehouderij en is overleden zonder te hebben afgekalfd niet automatisch gesteld kan worden dat het niet bestemd was als opfok-kalf. “Een kalf dat op 2 juli 2015 nog bestemd was om te kalveren kan immers om verschillende redenen die bestemming uiteindelijk niet volbrengen, bijvoorbeeld als het vroegtijdig overlijdt. Voor een dergelijk kalf dient de houder wel over fosfaatrecht te beschikken.”

In een tweede uitspraak legt het CBb de bewijslast bij de veehouder neer. Volgens het CBb heeft RVO.nl terecht aangenomen dat 2 stuks jongvee niet viel onder diercategorie 101. “Het gaat hier om jongvee geboren binnen een vleesveehouderij. (…) het is aan appellante om aannemelijk te maken dat de kalveren op de peildatum (…) bestemd waren voor de melkveehouderij. Zij is hierin niet geslaagd. De enkele stelling van appellante dat de kalveren ook aan een melkveehouderij verkocht hadden kunnen worden, is daarvoor onvoldoende.”

RVO scherpt toetsingskader aan

Ondertussen gebruikt, volgens advocaat Peter Goumans van Hekkelman Advocaten in Nijmegen, RVO.nl een steeds strenger toetsingskader voor fosfaatrechten. RVO.nl stelt dat in beginsel de eigen administratie van een veehouder leidend is, maar er vervolgens ook gekeken wordt naar andere zaken. “Om zo een totaalbeeld te krijgen van de gevoerde onderneming en het houdersdoel van de desbetreffende runderen.” Gekeken wordt onder andere naar:

  • registratie I&R;
  • eigen opgave GDI over diercategorieën;
  • informatie Kamer van Koophandel over bedrijfsactiviteit (SBI-codes);
  • bedrijfsinformatie vindbaar op het internet;
  • geen beschikking FRP;
  • bestemming van afgevoerde koeien;
  • ontbreken van aanwijzingen voor melkproductie (geen MPR);
  • ontbreken van aanwijzingen dat een koe gehouden werd met als doel melkproductie, in plaats van melkproductie als bijzaak;
  • aanmelding voor graasdierpremie in de Gecombineerde Opgave (kan alleen voor niet-melkvee);
  • opvallend lage melkproductie van een hoogproductief ras.

Goumans: “RVO.nl heeft dat toetsingskader ontworpen om de toekenning van fosfaatrechten aan rundvee op niet melkproducerende bedrijven maximaal te beperken. De problematiek speelt echter ook wel op melkproducerende bedrijven met een vleesveetak.”

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.