Compaxo-directeur: ‘Opgegroeid tussen het vlees’

Varkensvleesverwerker Compaxo is een stabiele factor gebleken in de Nederlandse slachterijwereld. Er zijn veel uitdagingen in de sector, maar Menno van der Post verwacht die aan te kunnen.

Compaxo bestaat volgend jaar honderd jaar en sinds vorig jaar staat de vijfde generatie aan het roer. De aandelen van het bedrijf zijn volledig in handen van dertien neven en nichten Van der Post; in de directie hebben, namens de familie, Menno en Jeroen van der Post zitting.

Jullie zijn een echt familiebedrijf. Wat is het voordeel?

“De lijnen zijn kort, er is vertrouwen en betrokkenheid en investeringen worden gedaan voor de lange termijn. Ik ben er apetrots op dat ik met mijn twaalf familieleden van 18 tot 44 jaar nog steeds eigenaar ben van het bedrijf. De meesten werken binnen het bedrijf, op verschillende plaatsen.”

Zijn familiebedrijven in de vleessector per definitie succesvoller?

“Dat weet ik niet. Ik weet wel dat wij letterlijk zijn opgegroeid tussen het vlees. Als kinderen stonden we in de vakantie varkenshaasjes te poetsen. We komen allemaal van de werkvloer en er is ontzettend veel kennis en ervaring binnen de familie. Het gaat ook altijd door, er is geen negen-tot-vijfmentaliteit bij ons.”

Jullie hebben plannen voor uitbreiding van de vestiging in Zevenaar, wat gaat er gebeuren?

“Op een perceel naast de fabriek bouwen we een nieuwe aanvoerplaats met daarbovenop een koelruimte en een nieuw kantoor, met ruimte voor productie aan de voorzijde. Dat geeft in de bestaande gebouwen meer mogelijkheden om de efficiëntie te verhogen en te selecteren. Dat alles moet de kwaliteit ten goede komen. We willen ook steeds ‘verder de snit in’, dus de verwerking zo veel mogelijk in eigen hand houden.”

Jarenlang was het devies in de slachtwereld om geen arbeidskosten te maken, vanwege de hoge lonen. Dus minimale bewerkingen aan de karkassen. Dat is niet meer van toepassing?

“Vergeleken met twintig jaar geleden heeft een sterke robotisering van het slachtproces plaatsgevonden. We hebben als bedrijf het voordeel dat alles onder één dak zit, we hoeven nooit met vlees te slepen. Met de nieuwbouw maken we het proces nog efficiënter.”

Automatisering is ook individueel chippen van varkens?

“Dat is interessant en biedt mogelijkheden, zowel voor de varkenshouder als voor ons. Maar we doen daar nu nog niets mee. Als iedereen in de sector er voordeel van heeft, kan het snel gaan.”

Een andere ontwikkeling is de vegetarische, wat moeten we daarvan denken?

“Het neemt toe, zeker in Noordwest-Europa. Toch denken we dat het maximaal 5 tot 10% van de totale vleesomzet gaat worden. Wereldwijd zal de vraag naar vlees de komende jaren blijven toenemen.”

Wat doet Compaxo zelf op dat gebied?

“In Gouda produceren we een deel vegetarische producten, zo’n 5% van de omzet. Mijn neef Jeroen, het andere directielid, heeft zich daar een paar jaar geleden in verdiept en is gaan experimenteren. Hij heeft er aardigheid in om met zijn vleeskennis écht goede producten te maken. Voor ons is het een meerwaarde om alle markten te kunnen bedienen. We doen dat ’s nachts om volledig gescheiden productie te garanderen. Vega is altijd lastiger dan vlees, omdat het een aantal eigenschappen mist. Maar dankzij onze kennis van vleesverwerking en professionele productiesystemen kunnen we toch een goed product maken.”

Een concept kan interessant zijn, maar uiteindelijk is het vooral marketing

Terug naar het echte vlees. Wat voor type varken willen jullie?

“De brede afzetmarkt maakt dat er niet één type varken goed past. Hammen voor Italië moeten bijvoorbeeld veel vetter zijn dan voor China. Voor Gouda hanteren we een minimale vetbedekking. Dat geldt ook voor de gewichten in verband met de grootte van de onderdelen. We zien een verschuiving naar meer rijpere varkens.”

En het Beter Leven-keurmerk?

“Ongeveer 10 tot 12% van de aanvoer is nu Beter Leven. Van de productie in Gouda valt 60% onder het keurmerk. We zien geen grote stijging meer in het aandeel Beter Leven. Het is toch een duurdere grondstof en prijs is nogal bepalend voor veel van onze klanten. Een eigen concept is niet aan de orde, wij zijn daarin eerder volgend dan sturend. Een concept kan interessant zijn, maar uiteindelijk is het vooral marketing. We doen de dingen goed die we moeten doen en proberen daar het meeste uit te halen. Daar profiteert de varkenshouderij ook het meeste van. Mocht het aan de orde zijn, dan hebben we met de combinatie Gouda-Zevenaar wel de ingrediënten in huis om een concept uit te werken.”

Lees verder onder de foto

Menno van der Post:
Menno van der Post: "We verwachten dat China en Azië de komende jaren nog zeker interessante markten voor ons blijven." - Foto: Henk Riswick

Hoe kijken jullie tegen de castratiediscussie aan?

“Voor ons zijn beren moeilijker te verwaarden dan borgen, zeker in het verse vlees vanuit Zevenaar. Maar de markt zal zich opnieuw zetten als castratie in Europa helemaal verboden is, zo werkt het nu eenmaal. Vraag en aanbod zullen veranderen, maar dat is niet erg.”

‘Men’ vindt de Nederlandse slachterijen te afhankelijk geworden van China. Mee eens?

“Azië is een sterk toegenomen afzetgebied. Natuurlijk zullen we het merken als de afzet naar China zou wegvallen, maar er liggen wereldwijd nog volop mogelijkheden, zoals India. We proberen onze horizon zo breed mogelijk te houden en snel te kunnen schakelen als zich ergens kansen voordoen. De wereldmarkt van varkensvlees bestaat uit communicerende vaten, dat is al vaak gebleken. Maar we verwachten dat China en Azië de komende jaren nog zeker interessante markten voor ons blijven.”

Wat zijn de grootste bedreigingen voor de slachtwereld?

“Op dit moment is dat corona, maar varkenspest is en blijft een dreiging en we krijgen met een krimp van de varkenshouderij te maken. Maar elke periode heeft weer nieuwe uitdagingen. In die honderd jaar hebben we al veel voor de kiezen gekregen, maar we zijn daar altijd nuchter onder gebleven. Wat we kunnen doen, is zorgen dat we alles goed voor elkaar hebben.”

Wat betekent een krimpende varkenshouderij voor jullie?

“Het aantal bedrijven en varkens krimpt hier inderdaad, maar ik verwacht een dempend effect op het aanbod doordat technische resultaten nog steeds stijgen. Ook zijn er nog veel exportvarkens die in Nederland kunnen blijven. Ik verwacht dat we ons marktaandeel van 10 tot 12% kunnen behouden. Meer in het algemeen geldt ook hier dat de markt zich opnieuw zal zetten. We zijn in Nederland van 400.000 slachtingen per week in de jaren negentig al teruggegaan naar 300.000. Ook dat hebben we doorstaan.”

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.