Cono en RFC, overeenkomsten en verschillen

17-05-2021 | |
Vergaderboer Columnist
Foto: Jan Willem van Vliet
Foto: Jan Willem van Vliet

FrieslandCampina (RFC) heeft een CEO, Cono een directeur. Beide hebben tot doel een goede melkprijs te betalen aan de leden.

RFC doet dat als internationale onderneming, Cono als kaasfabriek. RFC heeft vooral merkproducten in het buitenland, Cono produceert veel merkkaas. Voor de Nederlandse markt, maar ook naar Duitsland, België en andere landen op de wereld. RFC heeft eigenlijk te weinig eigen vermogen, Cono met 52% krijgt een royale voldoende.

Klimaatpositief

Beide doen aan duurzaamheid. RFC probeert klimaatneutraal te worden, Cono heeft als nieuwe doelstelling in 2030 klimaatpositief te zijn. De kaas krijgt dan de aanduiding ‘klimaatpositief’ mee. De gehele keten, van boer tot fabriek, is hierbij betrokken. Cono slaagt er goed in samen met de leden enthousiast te zijn in het streven naar duurzaamheid. Bij RFC is het ‘samen’ vaak ver te zoeken. Het is vaker ‘wij’ en ‘zij’. Zoals bijvoorbeeld de laatste tijd ook bij de versterking van het eigen vermogen.

Bedrijfscultuur

Is het alleen de omvang van de coöperatie die deze verschillen veroorzaakt? Ik denk het niet. Het is de bedrijfscultuur. En natuurlijk de melkprijs. Het oude gezegde: ‘Een coöperatie is zo goed als zijn laatste melkprijs’, gaat nog steeds op. Als RFC – en niet Cono – al jarenlang de hoogste melkprijs van Nederland had uitbetaald, was er geen centje pijn geweest. Dan hadden de leden de arrogantie van de leiding van RFC graag voor lief genomen. In een variant op het spreekwoord ‘geld verzoet de arbeid’, kun je stellen: en prima melkprijs doet de afstandelijke houding van de coöperatiebazen vergeten.

Dat ademt de sfeer van gezamenlijkheid

Dat gaat goed, totdat de melkprijs niet meer zo goed is. Dat maakt RFC nu mee. Cono (nog) niet. Ik hoop voor de leden van Cono dat ze nog lang op de eenzame top van de hoogste melkprijs van Nederland kunnen blijven staan. Maar ik ben ook erg nieuwsgierig naar hun houding als ze eens te maken zouden krijgen met een tegenvallende melkprijs. Zouden ze dan ook zo massaal de leiding van de coöperatie blijven volgen?

De boer centraal

Vooralsnog is dat niet aan de orde. Coöperatie en leden van Cono presenteren zich als één geheel. Dat blijkt ook uit het jaarverslag. Dat ademt de sfeer van gezamenlijkheid. Boer en onderneming willen samen verder als duurzaamste kaasproducent. Maar de boer staat centraal. Dat zegt directeur Wim Betten ook in een interview in dit blad: de boer moet voor zijn extra inspanningen beloond worden. Niet alleen met de hoogste melkprijs, maar ook met extra’s voor de leden, die beter presteren. Een verschil met het jaarverslag van RFC. Dat ademt koele zakelijkheid, met de onderneming centraal. Bij Cono staat de boer in het middelpunt. Dat toont het verschil aan tussen beide coöperaties

Geef mij maar een coöperatie waar de boer centraal staat.



Beheer