COV-voorzitter: ‘2022 was zwaar jaar voor vleessector’

03-01 | |
vleessectoe
Laurens Hoedemaker, COV-voorzitter: "Het is heel belangrijk om te blijven vertellen wat we doen en waarom we dat doen. Anders worden we overstemd door actiegroepen die de veehouderij en het eten van vlees willen uitbannen." Foto: Roel Dijkstra

Voor iedereen in de vleessector was 2022 een zwaar jaar, zegt COV-voorzitter Laurens Hoedemaker. Dat komt vooral door de gestegen gasprijzen en de dalende koopkracht. Ook de sterk stijgende NVWA-tarieven maken het de sector niet gemakkelijk. Ondanks het lastige economische klimaat worden er ook positieve stappen gezet in de vleessector. Zo wordt achter de schermen hard gewerkt aan de introductie van een CO2-footprint op vleesverpakkingen en is Hoedemaker trots op alle samenwerkingen in en buiten de branche.

De oorlog in Oekraïne heeft volgens Laurens Hoedemaker, voorzitter van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV), voor grote problemen gezorgd. “We gebruiken CO2 om varkens te bedwelmen. Dit is een bijproduct van kunstmest producerende bedrijven. Door de gascrisis is de productie van kunstmest gedaald waardoor de prijs voor CO2 zeer snel is gestegen. Deze was van de één op de andere dag twintig keer zo hoog.”

Daarnaast heeft de sector te lijden onder de recessie. “De koopkracht staat onder druk. Mensen gaan vaak minder vaak uit eten en consumenten schakelen over van luxe vlees op goedkoop vlees. Sommigen eten zelfs minder vaak vlees, omdat ze het niet meer kunnen betalen. Dat is wrang, want vlees is nog steeds een heel waardevol onderdeel van het menu.”

Uitdagingen voor vleessector

Deze situatie zorgt ook richting toekomst voor uitdagingen. “Als vleessector willen we verdere duurzaamheidslagen doorvoeren. Daarvoor liggen er allerlei plannen. Denk bijvoorbeeld aan het convenant duurzame veehouderij en het nieuwe landbouwakkoord. Een goed verdienmodel is immers belangrijk voor alle schakels. Als je veranderingen wilt doorvoeren op het gebied van productiewijze die leidt tot minder opbrengst per hectare, dan vraagt dat om een hogere prijs van het eindproduct. Deze prijs zal door de consument betaald moeten worden. Het is nog maar de vraag of dat in de huidige economische omstandigheden haalbare kaart is.”

Prijsstijgingen doorberekenen

In deze tijd is het volgens Hoedemaker belangrijker dan ooit om te zorgen dat er zo efficiënt mogelijk wordt gewerkt met zo min mogelijk verliezen. “We hebben de sterk gestegen voerkosten voor de veehouders gelukkig gedeeltelijk kunnen doorberekenen aan de afnemers. We hebben de retail uitgelegd dat het houden van vee en het produceren van vlees duurder is geworden en gevraagd of zij ons meer willen betalen. Gelukkig zijn ze daarmee ingestemd. Dat is voor de vleesverwerkende bedrijven heel belangrijk. Het gaat om grote omzetten en de marges zijn gering.”

Het is lastig om de prijsstijgingen buiten Nederland door te berekenen. “Dat lukt slechts beperkt. Met concepten zoals het Beter Leven-keurmerk kun je vanwege het label een hogere prijs vragen, maar dit keurmerk is alleen bekend in Nederland. De Chinese kopers vinden bijvoorbeeld een goede borging van de voedselveiligheid veel belangrijker.”

Samenwerkingen in vleessector

Gelukkig heeft de crisis ook enkele positieve uitkomsten. “We zijn meer gaan samenwerking met andere partijen, zoals de POV en andere brancheorganisaties in de voeding, zoals het Groente- en Fruithuis, de Visfederatie en de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie. We merken duidelijk dat wij voor dezelfde uitdagingen staan. Het is goed dat we dit met elkaar oppakken.”

Eén van deze onderwerpen is bijvoorbeeld het versterken van Holland Varken, samen met de POV. “Samen ontwikkelen we het normenkader door naar hét IKB-systeem voor varkenshouders in Nederland. Heel belangrijk daarbij is het geborgd uitwisselen van informatie via blockchain technologie. Hiermee willen we ook op de internationale markt een sterkere en meer onderscheidende productpositionering neerzetten. Een dat versterkt het verdienmodel van de keten, inclusief de varkenshouders.”

Hogere NVWA-tarieven

Daarnaast hebben de brancheorganisaties samen opgetrokken op het gebied van de NVWA-tarieven. Hoedemaker noemt de gestegen tarieven een enorm teleurstellende ervaring. “We hadden met het ministerie van LNV een traject afgesproken, waarin we stap voor stap zouden komen tot meer transparante en acceptabele tarieven. Natuurlijk is het prima om te betalen voor de diensten die de NVWA op het gebied van certificeringen en keuringen levert. Dat staat ook omschreven in de Europese verordeningen. Daarbij is echter een voorwaarde dat het werk zo efficiënt mogelijk wordt uitgevoerd. Zodoende is een programma opgezet om stap voor stap in beeld te brengen wat de kosten zijn van de diensten die de NVWA aan de sectoren levert, welke kosten volgens de EU-regelgeving door de bedrijven mogen en moeten worden betaald, welke kosten de overheid voor haar rekening neemt et cetera. Borging van de efficiëntie is daarbij belangrijk. Hetzelfde geldt voor het belonen van bedrijven die het heel goed doen. Wij hadden hier als COV veel vertrouwen in.”

Deze kosten hebben enorme impact op vleessector en zetten ruimte die bedrijven hebben om bij te dragen aan een goed verdienmodel voor boeren onder druk

Groot was dan ook zijn verbazing toen minister Staghouwer net voor de zomervakantie nieuwe NVWA-tarieven aankondigde op basis van een nieuwe kostprijsberekening. “Dat was de eerste stap in het programma en deze hadden we nog niet afgerond.” Hoedemaker spreekt over een enorme vertrouwensbreuk. “We hebben onze medewerking direct opgeschort en hebben in totaal drie brandbrieven naar het ministerie van LNV gestuurd.”

De nieuwe LNV-minister Piet Adema heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat de stijging minder hoog is dan verwacht. Al gaat het nog steeds om enorme bedragen, aldus de COV-voorzitter. “Landbouwbedrijven betalen per jaar 100 miljoen aan NVWA-tarieven en de roodvleessector neemt daarvan 70 miljoen voor haar rekening. Staghouwer wilde de tarieven verhogen naar 130 miljoen. Inmiddels heeft Adema dit bedrag met 8,6 miljoen verlaagd. Nog steeds gaat het om serieus veel geld. Deze kosten hebben een enorme impact op onze sector en zetten de ruimte die bedrijven hebben om bij te dragen aan een goed verdienmodel voor de boeren onder druk.”

Eiwittransitie

Een andere uitdaging vormt de nadruk die in de maatschappij wordt gelegd op de eiwittransitie. Een gevalletje slimme, maar foutieve framing, vindt Hoedemaker. “Het is slim gekopieerd van de energietransitie. Maar dat is compleet iets anders. Het stroom uit het stopcontact is overal hetzelfde en kan gemakkelijk worden vervangen door stroom uit een andere bron. Maar dat geldt niet voor eiwitten. Dierlijk eiwit kun je niet een-op-een vervangen door plantaardig eiwit. Dierlijk eiwit heeft een compleet andere voedingswaarde en aminozuursamenstelling, die veel beter aansluit bij de menselijke behoefte dan plantaardig eiwit.”

Als vleessector kunnen we stappen zetten om de CO2-impact te verminderen. Op dat gebied moeten we bewuste keuzes maken

vleessector
Achter de schermen wordt hard gewerkt aan de introductie van een CO2-footprint op vleesverpakkingen. Foto: Cor Salverius

Tegelijkertijd is er bij de COV wel het besef dat veehouderijen een behoorlijke milieu-impact kunnen hebben. “Al is de methaanuitstoot niet een-op-een te vergelijken met het verbranden van fossiele brandstoffen. Als sector kunnen we stappen zetten om de CO2-impact te verminderen. Op dat gebied moeten we bewuste keuzes maken.” Een van de maatregelen is het plaatsen van een CO2-footprint op vleesverpakkingen. “Heel belangrijk is dat dit in het buitenland op dezelfde manier wordt gedaan en dat er met dezelfde berekeningen wordt gewerkt. Ook moeten we goed nadenken welke informatie we willen delen.” Inmiddels hebben specifieke bedrijven hun ambities al concreet kenbaar gemaakt. “Albert Heijn maakt op dit gebied snelle stappen en wil de footprint in 2023 of in 2024 uitrollen. De leveranciers zullen dit vast en zeker kunnen leveren.”

Nieuwe cao voor vleessector

Ander belangrijk sectornieuws was in 2022 de totstandkoming van de nieuwe tweejarige cao. Hoedemaker licht toe: “We hadden graag een compleet nieuw loongebouw willen introduceren om vooral de lagere loonschalen meer te kunnen bieden aan loonontwikkeling en doorstroming, maar de vakbonden gaven sterk de voorkeur aan absolute loonpercentages. We vinden het jammer dat er geen nieuw loongebouw is gekomen, maar gelukkig zijn de jongere medewerkers wel een aantal schalen opgeschoven en zal het minimumloon omhoog gaan. Ook zijn er afspraken gemaakt over medewerkers die minimaal vijf jaar bij een bedrijf aan het werk zijn en hun eigen woning in de nabijheid van hun werk hebben. Hun werkgever moet hen na die vijf jaar een dienstverband aanbieden. Hiermee laten we zien dat we deze mensen heel graag in onze sector willen behouden.”

We zijn één van de koplopers in de wereld

Een hoogtepunt noemt Hoedemaker de oprichting van Nederland Vleesland, een samenwerking tussen verschillende organisaties in de branche. “Het is ontzettend belangrijk om te vertellen wat we doen en waarom we dat doen. We leveren met elkaar een belangrijke maatschappelijke bijdrage. Maar dat vergeten we nog wel eens te vertellen. In onze sector wordt op een hele nette en goede manier gewerkt. We zijn één van de koplopers in de wereld en daar moeten we trots op zijn. Het is heel belangrijk om te blijven vertellen wat we doen en waarom we dat doen. Anders worden we overstemd door actiegroepen die de veehouderij en het eten van vlees willen uitbannen. Dan lijkt het net alsof er geen draagvlak is voor het eten van vlees, maar dit is er wel degelijk: 95% van de Nederlanders eet vlees en zal dat blijven doen.”

Noordzij
Wendy Noordzij Freelance redacteur


Beheer