Crisisministers moeten elkaar niet voor de voeten lopen

04-01-2022 | |
Oppewal
Johan Oppewal chef-redacteur
Er zijn twee hoofdingrediënten aanwezig voor stevig beleid: geld en een verantwoordelijke. Foto: Canva
Er zijn twee hoofdingrediënten aanwezig voor stevig beleid: geld en een verantwoordelijke. Foto: Canva

Een kabinet met maar liefst twintig ministers is ongekend.

Het lijkt wel een doorvertaling van de versnippering in de Tweede Kamer. Toch zijn er net als bij het vorige kabinet vier coalitiepartijen betrokken bij het vierde kabinet Rutte. De vele nieuwe ministers moeten dus ergens anders op duiden.

Ministers zonder portefeuille

Moeizame onderhandelingen misschien? Jazeker. Het toebedelen van bewindslieden aan partijen is dé manier om belangen te matchen en de macht te verdelen en er zo samen uit te komen. Maar er speelt meer. Zeven van de twintig ministers zijn ‘projectministers’, ofwel ministers zonder portefeuille: bewindslieden die wel meestemmen in het kabinet maar geen eigen ministerie hebben. Dat zijn er drie meer dan in het vorige kabinet.

Alle grote hoofdpijndossiers van het vorige kabinet een eigen bewindsfiguur

De nieuwe bewindslieden voor Klimaat & Energie, en Natuur & Stikstof kun je zonder meer ‘crisisministers’ noemen. Bewindslieden zonder eigen departement, maar wel met een zak geld waarmee ze één specifiek probleem op moeten lossen. Dat geldt ook voor de extra bewindslieden voor onder meer onderwijs, ruimtelijke ordening en mijnbouw.

Alle grote hoofdpijndossiers van het vorige kabinet een eigen bewindsfiguur. Zo zijn in ieder geval twee hoofdingrediënten aanwezig voor stevig beleid: geld en een verantwoordelijke. Een garantie voor slagkracht succes is dat niet. Zoveel mensen op overlappende terreinen, als die elkaar maar niet voor de voeten lopen.



Beheer