De onmeetbare invloed van arbeidsmigranten in de agrifoodsector

Arbeidsmigranten doen veel van het werk in de land- en tuinbouw rond de oogstpiek. - Foto: Bert Jansen
Arbeidsmigranten doen veel van het werk in de land- en tuinbouw rond de oogstpiek. - Foto: Bert Jansen

Nederland telde in 2022 een recordaantal vacatures. Ook de agrifoodsector komt arbeiders te kort. Arbeidsmigranten doen een groot deel van het werk.

Bij de beraadslagingen voor de FoodAgriTop50 van 2022 ging ook een stem op om ‘de vacature’ een plekje op de lijst te geven. Een tekort aan mensen kan immers van net zo grote invloed zijn op het bedrijfsresultaat, of het functioneren van een complete keten, als om het even welke minister of topman.

Het zou in dezelfde categorie vallen als ‘de trekker’ die in 2019 alle personen van vlees en bloed achter zich liet in wat toen nog de AgriTop50 heette. ‘De onopgevulde vacature’ is evenmin een persoon van vlees en bloed. Daarvan heeft de Nederlandse voedselsector er namelijk juist veel te weinig.

Lees ook: LTO-voorzitter Sjaak van der Tak bovenaan in FoodAgriTop50

Hoeveel vacatures telt de agrisector?

Hoe veel mensen de sector tekortkomt, dat is overigens nog niet zo eenvoudig te traceren. Statistiekbureau CBS houdt uiteraard wel het aantal vacatures bij. De laatste stand voor heel Nederland was die over het derde kwartaal van 2022 en gaf 449.400 lege plekken aan. Dat was voor het eerst weer ietsje minder dan in het kwartaal ervoor. Toen bereikte het aantal vacatures een recordhoogte van 466.800.

Gekeken naar de afzonderlijke bedrijfstakken komt het CBS voor de categorie Landbouw, bosbouw en visserij op een piek van 3.700 vacatures in het tweede en 3.000 in het derde kwartaal. Ter vergelijking: de horeca heeft meer dan tien keer zoveel vacatures. De zorg zelfs twintig keer zoveel.

Lees ook: Te veel vacatures, te weinig mensen in food- en agrisector

Mensen nodig in hele agrifoodketen

Achter de grofmazige hoofdcategorieën van het CBS gaat echter wel degelijk een krapte schuil, die de productie, verwerking en distributie van ons voedsel moeilijk maakt. Een deel van de vacaturecijfers in de hoofdcategorieën Industrie, Handel en Vervoer moet immers ook meewegen. Of wat te denken van de oplopende krapte in de categorie Specialistische zakelijke diensten. Daar valt ook de technische dienstverlening onder, waar de bedrijven van de telers meer en meer afhankelijk van zijn.

En hoe tellen we alle arbeidsplekken van mensen die moeten komen plukken, snijden, wieden, snoeien, sorteren, verpakken en wat al niet? Op de bedrijven van de boeren en tuinders werken volgens de CBS-telling van alle ‘banen’ in Nederland in totaal zo’n 100.000 werknemers. Maar in de glastuinbouw alleen al werken ook 60.000 arbeidsmigranten. Die zitten niet in de banentelling van het CBS. Het zijn namelijk meestal uitzendkrachten. Die staan niet dus op de loonlijst van de tuinder. Elk jaar voor aanvang van het seizoen zijn dat toch in feite telkens weer 60.000 vacatures.

Veel uitzendkrachten in voedselindustrie zijn arbeidsmigranten

In de voedselindustrie werken ook veel uitzendkrachten. Eerder deze maand kreeg de Tweede Kamer van de ministers van Landbouw en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een arbeidsonderzoek in de vleesverwerkende industrie gepresenteerd: 37% van de 37.400 werknemers is uitzendkracht. En 80% daarvan is arbeidsmigrant. Wetenschappelijk instituut SEO dat het onderzoek uitvoerde, kon overigens moeilijk vaststellen hoeveel vanuit het buitenland gedetacheerde arbeidsmigranten er ook nog in dienst waren.

De Kamer had om dit onderzoek gevraagd om het te kunnen hebben over de verbetering van de arbeidsomstandigheden in de vleessector. Hierover kwamen tijdens de coronacrisis nogal verontrustende verhalen naar boven. Die waren ook direct aanleiding voor de opdracht aan Emile Roemer en zijn Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten.

Twee jaar later is het lijstje van verbeterpunten dat Roemer aan kabinet en Kamer overhandigde opmerkelijk genoeg vooral nog ingrediënt voor het willen weren van arbeidsmigranten. ‘Als we ze niet fatsoenlijk kunnen huisvesten en betalen, laten we dan de grenzen maar voor ze sluiten.’

Lees ook: Roemer: boer en tuinder gebaat bij strenger arbeidsbeleid

Maatschappelijke kosten van arbeidsmigranten

Aanjager van deze discussie was nota bene een hoge ambtenaar: inspecteur-generaal Rits de Boer van de Arbeidsinspectie schreef een agendabepalend stuk bij het laatste jaarverslag van zijn dienst. De Boer stelt “dat de Nederlandse samenleving er baat bij heeft dat er een systeem tot stand komt, waarin de maatschappelijke kosten van verdienmodellen tot uitdrukking komen in de prikkelstructuur die werkgevers en uitzendbureaus ervaren”.

Met andere woorden: werkgevers die profiteren van goedkope arbeid zouden ook moeten opdraaien voor álle kosten. Arbeidsmigranten maken immers ook gebruik van zorg, ze wonen in huizen, ze rijden over onze wegen, en soms gaan hun kinderen ook naar school in Nederland. De oppositie aan de rechter- én linkerkant (vooral de SP) willen een beperking op de instroom van arbeidsmigranten, als zij van binnen de EU komen.

Oogst- en plukrobots

En binnen de regering wordt dat geluid ter harte genomen. Lage lonen voor arbeidsmigranten stimuleert wergevers ook niet om te investeren in technische hulpmiddelen, zoals een plukrobot. Dat stelt CDA-minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid).

Die plukrobots zijn er inderdaad nog niet of nauwelijks in de tuinbouw. De suggestie is snel gewekt dat het een kwestie is van geld. Maar al sinds de vorige eeuw zijn mensen bezig om dergelijke oogstrobots, bladplukrobots en snoeirobots te onderzoeken en te ontwikkelen.

Ook de 10% waarmee per 1 januari het wettelijk minimumloon wordt verhoogd, zal de voltooiing van robotisering niet ineens versnellen. Die kostenverhoging verkleint juist de investeringsruimte van de bedrijven met veel eenvoudig handmatig werk. Of we nog ergens in dit decennium vanwege een stormachtige doorbraak plaats moeten inruimen in de FoodAgriTop 50 voor ‘de robot’ is daarom twijfelachtig.

van der Scheer
Meer over


Beheer