De onzichtbare maar machtige functionarissen van Nitraatcomité

06-03 | |
Het Nitraatcomité mag zijn eigen beleid bepalen en hoeft geen rekening te houden met de politiek. Ze vergaderen vier keer per jaar, zoveel is bekend. Er zitten twee Nederlanders in en in totaal bestaat het comité uit 41 leden. - Afbeelding: Canva, bewerking Misset
Het Nitraatcomité mag zijn eigen beleid bepalen en hoeft geen rekening te houden met de politiek. Ze vergaderen vier keer per jaar, zoveel is bekend. Er zitten twee Nederlanders in en in totaal bestaat het comité uit 41 leden. - Afbeelding: Canva, bewerking Misset

Het wordt het meest schimmige comité van Brussel genoemd; machtige experten zonder gezicht, zonder openbare notulen van de vergadering, maar ondertussen bepalen ze wel het nitraatbeleid van de Europese Unie. Half maart buigt het zich over het Nederlandse derogatieverzoek. Wat is dit eigenlijk voor club?

Het Nitraatcomité heeft geen bel, geen deur, geen vaste vergaderzaal in Brussel waar ambtenaren en politici hechten aan gewoontes en vaste plekken om elkaar te ontmoeten. Ze bewegen zich onder de radar lijkt het wel. “We vergaderen soms in het gebouw van de Europese Commissie, maar ook vaak elders aan de Wetstraat”, vertelde ooit een lid van het comité. Maar ze zijn ook te vinden in bijgebouwen van een Vlaamse boerenorganisatie. En na de vergadering is het snel wegwezen richting Brussel-Zuid waar de hogesnelheidstrein naar onder meer Nederland vertrekt.

Het liefst vergaderen ze zonder tolken, dat scheelt geld, want elke tolk moet worden betaald, en daardoor zijn ze flexibeler en komen ze op straat in de Europese wijk niet opeens een politicus tegen. Van de huidige generatie Europarlementariërs zijn er slechts enkelen die wel eens met leden van het nitraatcomité hebben gesproken.

Foto voor sociale media was ten strengste verboden

Kees Bos, een Brusselse veteraan, kan zich herinneren dat hij ooit als medewerker van Europarlementariër Annie Schreijer (CDA) mee was naar een gesprek met het Nitraatcomité. Ze hadden in een aparte kamer afgesproken, beetje uit de drukte. “Het waren een meneer en een mevrouw; ambtenaren uit een van de lidstaten. Ik wilde een foto nemen voor sociale media om te laten zien dat Annie in gesprek was, maar dat was ten strengste verboden. Er werd heel angstig over gedaan.”

Oud Comité

Het Nitraatcomité is begin jaren negentig van de vorige eeuw ontstaan, nadat de nitraatrichtlijn door de lidstaten (12 destijds) was aangenomen. We spreken over 1991. In de wettekst stond meteen een mogelijkheid om af te wijken van de regels. “Dat is op zich heel gewoon”, legt Europarlementariër Jan Huitema (VVD) uit. “Zo’n richtlijn is een compromis tussen lidstaten, maar daar wordt meestal al wat smeermiddel ingebracht, zodat bepaalde zaken gedoogd kunnen worden. Dat weten landen ook, anders gaan ze namelijk nooit akkoord.”

In Brussel wemelt het van de comités die toezicht houden op de richtlijnen. In principe zijn er twee soorten: bevoegde, waar de politiek niks over te zeggen heeft en niet helemaal bevoegde, waar de politiek (het Europees Parlement) grote invloed op heeft. Het Nitraatcomité behoort tot de eerste categorie de bevoegde, waar politici geen enkele invloed op hebben.

Lees verder onder de foto.

Het Berlaymont-gebouw van de Europese Commissie in Brussel. - Foto: EC/Riccardo Pareggiani
Het Berlaymont-gebouw van de Europese Commissie in Brussel. - Foto: EC/Riccardo Pareggiani

Nitraatcomité versus politiek

Je kan het verschil tussen beide soorten comités goed merken in Brussel. De politiek begint zich namelijk enorm te roeren als ze er wel wat over te zeggen hebben. Het begint met vragen aan de Europese Commissie, waarna er vaak een resolutie komt. Dan weten de volgers: het gaat beginnen.

Maar dergelijke signalen zijn er dus niet bij het Nitraatcomité. Ze mogen hun eigen beleid bepalen en hoeven geen rekening te houden met de politiek. Ze vergaderen vier keer per jaar, zoveel is bekend. Er zitten twee Nederlanders in en in totaal bestaat het Nitraatcomité uit 41 leden.

Voordeel voor Nederland dat niet alles zichtbaar is

“Dat is destijds willens en wetens besloten”, legt Jan Huitema uit. “Het moest een technische commissie worden. En hoewel we ons nu grote zorgen maken of de derogatie wordt verleend, is het gek genoeg ook in het voordeel van Nederland dat niet alles zichtbaar is.” Huitema beseft zelf ook dat het een gekke opmerking is voor een politicus die toch voor maximale openbaarheid is. “Ik kan mijn normale politieke wapens niet inzetten en nauwelijks lobby voeren voor de Nederlandse landbouw. Normaal gesproken kom ik wel met een resolutie als ik me zorgen maak, maar dat heeft nu geen zin want we hebben er niks over te zeggen.”

Maar dat heeft dus ook een voordeel. Politiek ligt de derogatie gevoelig. In het Europees Parlement zijn er weinig voorstanders om Nederland extra tijd te geven. “Een voorstel om Nederland soepel met de regels te laten omgaan en dus ontheffing (derogatie) te geven zou het absoluut niet halen in het Europees Parlement. De stemming is momenteel niet in het voordeel van de Nederlandse landbouw. Ik denk dat een resolutie om derogatie toe te staan weggestemd zou worden”, aldus Huitema.

De schimmige wereld

En dus komen we in een schimmige wereld terecht. De wereld van dealen en wheelen; van handjeklap; van politieke compromissen; ondanks het feit dat er volgens de regels alleen een technisch oordeel geveld moet worden.

Het Nitraatcomité geeft aan wat er moet gebeuren en dat is op zich simpel; voldoen aan de richtlijn en doen wat er beloofd is en dan geeft de Europese Commissie vervolgens het groene licht voor de derogatie. Bij de goede bedoelingen en de goede plannen hoort ook een goede uitvoering, valt in kringen van de Europese Commissie te horen. En daar gaat de discussie momenteel over. Heeft Nederland voldoende z’n best gedaan om alle beloftes ook te realiseren?

Regering kan dit anonieme clubje altijd de schuld geven

Landbouwminister Staghouwer

Het is een schemergebied. Zonder instemming van het Nitraatcomité krijgt niemand toestemming om van de regels af te wijken. Maar er is in Brussel altijd onderhandelingsruimte. En die ruimte ligt bij de Europese Commissie. Uiteindelijk moet de commissie namelijk een formeel voorstel doen en daarom onderhandelt minister Staghouwer nu met de Commissie en met Frankrijk dat momenteel voorzitter van de Europese Unie is.

“Het is een black box”, verzucht Huitema “dat klopt. Er is nog wel beroep mogelijk als het onverhoopt slecht voor Nederland uitvalt, maar dan ben je zo weer een paar maanden verder en wordt er tot die tijd geen derogatie verleend.”

Huitema heeft er een hard hoofd in. Hij vreest het ergste. “Als we geen derogatie krijgen dan dreigt een koude sanering van de landbouw.” Kees Bos die tegenwoordig voor Bert Jan Ruissen (SGP) werkt, houdt eveneens rekening met een harde sanering. En de zwarte piet is dan makkelijk uitgedeeld. “Een regering kan dit anonieme clubje altijd de schuld geven.”

van Slooten
Bert van Slooten correspondent in Brussel
Meer over


Beheer