Derogatie blijft tot juni onzeker

17-05 | |
Foto: Koos Groenewold
Foto: Koos Groenewold

Tot juni zal er geen zekerheid komen over de derogatie van de Nitraatrichtlijn. Het is voor boeren verstandig rekening te houden met een aanwendingsnorm van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare per jaar, schrijft landbouwminister Henk Staghouwer aan de Tweede Kamer.

De minister hoopt dat hij voor de komende vergadering van het Nitraatcomité op 13 juni van Virginijus Sinkevičius duidelijkheid heeft over de inhoud en de voorwaarden voor de derogatie. Dan moeten de contouren van het onderhandelingsresultaat duidelijk zijn: een derogatie voor 4 jaar met in 2022 dezelfde voorwaarden als in de afgelopen jaren en zonder ingrepen door de Europese Commissie in de gebiedsgerichte aanpak. Hij houdt er echter rekening mee dat voortzetting van de derogatie “steeds lastiger wordt.”

“Ik begrijp dat de huidige situatie veel onzekerheid met zich meebrengt”, aldus Staghouwer. “Ik streef naar een derogatie die zoveel mogelijk aansluit bij de agrarische bedrijfspraktijk.”

Doelen Nitraatrichtlijn en Kaderrichtlijn Water halen

Nederland heeft een samenhangend pakket voor de derogatie aan de Europese Commissie voorgelegd. Doel is dat de Nederlandse landbouw de doelen van de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water behaalt. De minister zegt dat het zijn indruk is dat de Nederlandse beleidsvoornemens beklijven in Brussel. Maar de Europese Commissie wil wel aan knoppen kunnen draaien om te zorgen dat Nederland zijn verplichtingen nakomt.

Maximaal 250 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare

De minister wil dat Nederland net als in vorige jaren derogatie krijgt voor de aanwending van maximaal 250 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare. In de derogatiebeschikking aan Ierland is die derogatie ook gegeven. In Ierland wordt de maximum stikstofgift vanaf 2024 verlaagd tot 220 kilo in gebieden waar de gemiddelde nitraatconcentraties boven de 50 milligram per liter liggen of in gebieden waar sprake is van een stijgende trend in de nitraatconcentratie.

Grilligheden in het weer

Staghouwer vindt die voorwaarden lastig te accepteren, mede omdat door grilligheden in het weer sprake kan zijn van stijging in nitraatgehalten, die niet beïnvloedbaar zijn voor de boer. De Europese Commissie heeft daar wel oog voor, zegt de minister. In voorgaande jaren heeft Brussel “met enige coulance naar de waterkwaliteitsgegevens van Nederland gekeken. Tegelijkertijd heeft de Europese Commissie aan Nederland en andere lidstaten duidelijk gemaakt dat het geen reden is om de verslechtering van de waterkwaliteit te accepteren, zeker in het licht van de klimaatveranderingen.”

Gewasderogatie niet haalbaar

De minister acht het niet haalbaar om een gewasderogatie gerealiseerd te krijgen. Wel acht hij het mogelijk om een landspecifieke derogatie voor kunstmestvervangers te krijgen. Staghouwer wil kunstmestvervangers voor tenminste 8 jaar toegelaten krijgen. Hij acht “als eerste stap de inzet op toelating voor een bepaalde tijd het meest haalbaar en kansrijk.”

Daarnaast wil hij subsidie geven voor hoogwaardige mestverwerking.

De uitkomst van de derogatieonderhandelingen is mede bepalend voor de uitvoering van de plannen om de melk- en rundveehouderij grondgebonden te maken. Nederland zal zich sowieso moeten houden aan de maatregelen in het 7e actieprogramma, ook als er geen derogatie wordt verleend.

De minister acht het op dit moment niet opportuun de derogatie op de agenda van de Europese landbouwministers te zetten.

Braakman
Jan Braakman Redacteur


Beheer