Derogatie in gevaar – maar nu echt

08-07 | |
Een loonwerker pompt mest uit de mestkelder om uit te rijden op het land. - Foto: ANP
Een loonwerker pompt mest uit de mestkelder om uit te rijden op het land. - Foto: ANP

Derogatie in gevaar – kortweg DIG – was jaren geleden al een bekende term in mestdebatten in de Tweede Kamer. Alle signalen duiden erop dat er een einde komt aan de derogatie, die daarmee nu écht in gevaar is.

Derogatie in gevaar – kortweg DIG – was jaren geleden al een bekende term in mestdebatten in de Tweede Kamer. Speelruimte in het mestdossier om zaken bijvoorbeeld praktischer in te vullen of om ruimte te bieden in gebieden waar de waterkwaliteit al jaren op orde is, was er nauwelijks. “Dat brengt de derogatie in gevaar”, was steevast het antwoord.

Derogatie voor twee jaar

Bij de laatste derogatie-onderhandelingen die voormalig landbouwminister Carola Schouten deed, werd al duidelijk dat Brussel de duimschroeven flink aandraait. Nederland kreeg na intensieve onderhandelingen ‘slechts’ derogatie voor twee jaar, met daaraan gekoppeld een reeks extra voorwaarden, die niet zozeer gericht zijn op de doelen van de nitraatrichtlijn.

De nitraatrichtlijn is in 1991 ingesteld en gericht op het voorkomen dat nitraten uit agrarische bronnen het water verontreinigen. Maatregelen als het niet mogen bemesten met een sleepvoet op klei en veen als het warmer is dan 20 graden Celsius, hebben niet direct effect op de hoeveelheid nitraat in het grondwater, maar meer op de ammoniakemissie naar de lucht. Ook bijvoorbeeld het fosfaatproductieplafond zegt niks over nitraat in het water.

Derogatie als wapen

Met de derogatie lijkt de Europese Commissie een wapen in handen te hebben om op een harde manier in te grijpen in de Nederlandse landbouw. Uit de notulen van het nitraatcomité werd deze week duidelijk dat er weinig vertrouwen is in de gebiedsgerichte aanpak en de vrijwillige opkoopregeling van de landbouw, die in het stikstofbeleid wordt voorgesteld.

Ook is Brussel het er niet mee eens dat Nederland bufferstroken van 2 meter langs de meeste sloten legt, in plaats van de gewenste 3 meter. Dat doet Nederland omdat uit onderzoek blijkt dat een bredere bufferstrook geen effect heeft, maar wel heel veel landbouwgrond kost in het waterrijke Nederland.

Maar voor inhoudelijke argumenten lijkt er bij de Commissie nauwelijks oog meer. Landbouwminister Henk Staghouwer noemde de voordelen van derogatie nog maar eens in zijn brief: meer grasland en daarmee meer CO2-vastlegging in de bodem en minder uitspoeling van nutriënten en minder kunstmestgebruik, omdat het gras toch bemest moet worden, ook als dat niet met bedrijfseigen dierlijke mest kan.

Uit de monitoring blijkt ook dat de waterkwaliteit bij derogatiebedrijven niet onder doet voor de waterkwaliteit bij niet-derogatiebedrijven.

Einde aan de derogatie

Alle signalen duiden erop dat er een einde komt aan de derogatie, de vraag is alleen wanneer. Een Kamerbrief die gevraagd was over de stand van zaken van de onderhandelingen, kreeg als titel: ‘Brief over mogelijk niet verlengen van derogatie.’ Het beste nieuws dat Staghouwer kon brengen is dat Nederland nog in gesprek is. Het optimisme van de minister van enkele weken geleden is verdwenen.

“Het wordt ons op dit moment gewoon niet gegund”, zei minister Van der Wal tijdens het stikstofdebat. Als er in de ministerraad over derogatie is gesproken, weet je dat er iets mis is. De derogatie is echt in gevaar.

Grote gevolgen

Terwijl alle ogen gericht zijn op de stikstofplannen en de zorgen over de toekomst enorm zijn, dreigt een Brussels besluit een keiharde klap uit te gaan delen. Verlies van derogatie betekent volgens Cumela dat zo’n 12,7 miljoen ton rundveemest moet worden afgevoerd en dat er zo’n 24.400 ton extra kunstmest zal worden aangevoerd.

Dat is niet alleen een enorme kostenpost voor de melkveehouder, het is ook moeilijk uit te leggen in een wereld waarin gas schaars is en er fors moet worden ingegrepen in de CO2-uitstoot vanwege het klimaat.

Vermaas
Mariska Vermaas Redacteur
Meer over


Beheer