DOC moet uittreders betalen en gaat in beroep

DOC Kaas gaat in hoger beroep tegen een einduitspraak van de rechtbank in Assen, waarin de coöperatie in het ongelijk wordt gesteld tegen een groep van 63 leden. De coöperatie meldt dit in een persbericht.

Volgens de woensdag gedane uitspraak had DOC de uittreders moeten laten delen in de fusiebonus die DMK in 2015 verstrekte. DOC had volgens de rechtbank wel recht op de reguliere statutaire uittreedvergoeding die ze ook bij einde lidmaatschap op melkgeld heeft ingehouden, aldus advocaat van de boeren Dinant te Biesebeek. Het hoger beroep heeft volgens hem geen opschortende werking, wat betekent dat DOC de uittreders binnenkort een vergoeding ter hoogte van 2,2 cent per kilo melkgeld moet uitbetalen.

Fusie met DMK

Coöperatie DOC Kaas besloot eind 2015 tot een fusie met het Duitse DMK, na een eerdere mislukte poging daartoe in. Hoewel een ruime meerderheid in 2015 instemde met de fusie (geformaliseerd in 2016), besloot een flinke groep leden als snel om de biezen te pakken. Verreweg de meesten gingen naar A-ware. Het bestuur van DOC Kaas besloot echter om het de uittreders niet al te gemakkelijk te maken.

Uittreedgeld ingehouden

Direct na de stemming over de fusie werd bepaald dat uittreders niet zouden delen in de € 20 miljoen aan fusiebonus die DMK had beloofd. Ook werd uittreedgeld ingehouden op het melkgeld. Hiermee werd de uittocht van leden behoorlijk afgeremd. De uittreders besloten zich niet neer te leggen bij die situatie en spanden een kort geding aan. Dat verloren ze, maar met de huidige uitspraak krijgen ze alsnog gelijk.

De vordering van de 63 melkveehouders bedraagt ongeveer € 1,7 miljoen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf begin 2016, gelijk aan 8% per jaar. De totale vordering van het collectief overschrijdt de € 2 miljoen.

Hoger beroep

Volgens de rechter hadden vóór het besluit over de fusie alle consequenties helder moeten zijn. Nadere voorwaarden achteraf horen niet. DOC-voorzitter Arjan Schimmel is het daar niet mee eens. “Wij menen dat wij wel degelijk tijdig en correct hebben geïnformeerd. We hebben voldoende argumenten en bewijzen om het hof in hoger beroep te kunnen overtuigen van een herziening.”

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.