Doelen NGO’s geen integrale kans voor verduurzaming

01-09 | |
Backus
Gé Backus Directeur van Connecting Agri&Food
Een brongerichte stikstofaanpak kan ook onmiskenbare voordelen voor het welzijn van dieren en dierverzorgers hebben. - Foto: Koos Groenewold
Een brongerichte stikstofaanpak kan ook onmiskenbare voordelen voor het welzijn van dieren en dierverzorgers hebben. - Foto: Koos Groenewold

De rol en betekenis van NGO’s in Nederland is groot. In het goededoelenregister van het Centraal Bureau Fondsenwerving zijn 39 organisaties geregistreerd onder de categorie ‘Dieren’ en 65 onder ‘Natuur en Milieu’. In totaal heeft Nederland 600 erkende goede doelen: een drukte van jewelste.

NGO’s proberen hun nagestreefde doelen dichterbij te brengen door de publieke opinie, en daarmee de politiek, in beweging te krijgen en andere mogelijkheden onder de aandacht te brengen. Ze kunnen hiervoor ‘naming & faming’ inzetten, hoewel ‘naming & shaming’ vaker voorkomt. De logica erachter is dat zeggen dat iets niet in orde is, meer perspectief biedt bij fondsenwerving, dan andersom.

Oog voor dierenwelzijn bij stikstofaanpak

De NGO-sector is inmiddels serious business, goed voor € 4,4 miljard geefgeld en werkgelegenheid voor 17.500 mensen. Stikstof staat hoog op NGO-agenda’s. In de discussie verwerpen meerdere NGO’s de route naar een brongerichte aanpak van emissiereductie. Want het risico dat dit onvoldoende reductie brengt, zou te groot zijn. Deze opstelling biedt niet direct integraal nieuwe kansen voor milieu, dier en mens. Een brongerichte aanpak heeft bijvoorbeeld ook onmiskenbare voordelen voor het welzijn van dieren en dierverzorgers.

In het publieke debat lijkt het alsof geen compromis mogelijk is over de nagestreefde doelen en de weg ernaartoe

Vorig jaar werd in het advies van de Raad voor Dieraangelegenheden over Dierwaardige Veehouderij juist gepleit voor een integrale aanpak waarbij dierwelzijn niet ondersneeuwt in het milieudebat. Duidelijk is dat de integratie van duurzaamheidsdoelen niet op ieders netvlies staat of in ieder geval niet altijd de hoogste prioriteit lijkt te hebben. In het publieke debat lijkt het alsof geen compromis mogelijk is over de nagestreefde doelen en de weg ernaartoe. Het absolute karakter ervan roept bij mij het kriegelige gevoel op dat ik me onvoorwaardelijk moet conformeren aan wat anderen vinden wat goed is voor mij en voor de samenleving.

Los daarvan, er is geen overeenstemming wat nu precies een duurzaam voedselsysteem is. Er is geen integrerende kracht die de uiteenlopende doelen van de verschillende organisaties bij elkaar brengt.

Vechten voor overwinning op eigen doel

Veel maatschappelijke organisaties vechten voor de absolute overwinning op hun eigen doel. Het debat, en de samenleving, is echter meer geholpen met NGO’s die bij de weging van de afzonderlijke duurzaamheidsthema’s over hun eigen single-issue heen kijken.



Beheer