Droogte vraagt van iedereen aanpassingen

De droogte van de afgelopen jaren maakt anders omgaan met water nodig. Dijkgraaf Tanja Klip-Martin stelt dat we manieren moeten verzinnen om water langer vast te houden en ook op tijd af te voeren. Ze wil een ‘intelligente balans’.

Klimaatverandering is tastbaar geworden. We beleven voor de derde zomer op rij droogte. Dit jaar ontstond de droogte zelfs vroeger dan ooit. De regen die eind juni en begin juli valt, helpt een beetje maar biedt geen soelaas voor de lange termijn, zeker niet voor de hoge zandgronden. Ondanks de toename van de jaarlijkse neerslag neemt onze zoetwatervoorraad af; we verbruiken niet meer zoet water dan er valt, maar wel dan we vasthouden.

Manieren verzinnen om water langer vast te houden

Er valt meer regen, maar minder gelijkmatig verspreid over het jaar. Het waren juist die regelmatige buitjes van het gematigde klimaat die onze begroeiing en landbouwgewassen altijd overeind hielden. De droogtes van 2018 en 2019 hebben grote maatschappelijke en economische gevolgen gehad. Willen we schade door droogte én wateroverlast in de toekomst beperken, dan moeten we manieren verzinnen om water langer vast te houden en ook op tijd af te voeren, een intelligente balans dus. Het is duidelijk dat we anders moeten omgaan met het zoete water dat Nederland zowel via neerslag als via de rivieren binnenkomt.

Druk op de ruimte neemt toe

Bovendien neemt de druk op de ruimte in Nederland toe, zowel boven als ook onder de grond. Deze druk wordt veroorzaakt door de vele transities en opgaven waar we voor staan en die allemaal ruimtelijke implicaties hebben, zoals de landbouwtransitie, woningbouwopgave, vergroting van de biodiversiteit, energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie. Water is hierbij een belangrijke bepalende factor.

Water maximaal vasthouden

Voor de korte termijn helpt het om water maximaal vast te houden tot in de haarvaten van het systeem en in de bodem. Dat gebeurt al op kleine schaal, maar hoe meer grondeigenaren water vasthouden, hoe groter en robuuster het effect. Ons bestuur heeft daarom afgelopen week € 400.000 vrijgemaakt om grondeigenaren te stimuleren om maatregelen te nemen die een bijdrage leveren aan het tegengaan van verdroging, het vasthouden van water en het vergroten van de grondwatervoorraad.

In ons denken over het watersysteem is een omslag nodig. Zoetwaterbeschikbaarheid is in onze dichtbevolkte delta geen vanzelfsprekendheid meer. We hebben de grens van de maakbaarheid van het watersysteem bereikt en zullen dus slimmer moeten zijn en moeten het natuurlijk systeem weer beter gaan benutten. Er zijn structurele veranderingen nodig in het gebruik van bodem, bebossing en benutting van water.

Naaldbomen verdampen veel water

Verdamping is in tijden van droogte verreweg het meeste watervragende proces in ons gebied. Dit wordt geschat op circa 80%. Het gaat dan om verdamping door bomen en gewassen. Met name naaldbomen verdampen veel omdat ze het hele jaar door hun groene naalden behouden. Loofbomen verliezen hun blad en stoppen gedurende de winter met verdampen. Deze wetenschap brengt dilemma’s met zich mee. Moet je naaldbomen in natuurgebieden allemaal vervangen door loofbomen?

Sowieso infiltreert water beter op een open terrein dan in bebost gebied. Maar minder bomen, betekent minder verdamping en minder verdamping betekent minder regen. Gelukkig zien we dat de natuur dit deels zelf regelt. Maar het zet ons aan het denken. Vaststaat dat we geen water kunnen bijmaken.

Grens bereikt

We moeten veel beter gebruik gaan maken van de mogelijkheden van het watersysteem om water vast te houden. En dat betekent voor de (middel)lange termijn, op sommige plaatsen niet langer een lager peil creëren om bepaalde functies te faciliteren.

Het denken over functies in relatie tot de natuurlijke omstandigheden is sowieso aan het veranderen. Een mooi voorbeeld is het rapport dat de Raad voor de Leefomgeving en infrastructuur op 29 juni presenteerde aan de regering, waarin de raad het adagium doorbreekt dat ook het bodembeheer dienend moet zijn aan de gewenste functie. Ook de maakbaarheid van de bodem is eindig. De raad stelt dat de natuurlijke bodemgesteldheid bepalend moet zijn voor welke ruimtelijke invulling je kiest of bijvoorbeeld voor welke gewassen je er gaat verbouwen.

Grondwater

Droogte vraagt om aanpassing van iedereen, overheden, boeren, terreineigenaren, bedrijven, inwoners enzovoort, waarbij er nieuwe kennis ontwikkeld moet worden met de hulp van wetenschappelijke instituten. Aanpassingen die over bestuurlijke grenzen heengaan en zo veelomvattend zijn dat we ze nooit alleen voor elkaar kunnen krijgen.

Grondwater is van iedereen en dus zijn we er ook met z’n allen voor verantwoordelijk dat we het verstandig gebruiken en tegelijkertijd aanvullen, zodat er ook nog voldoende voor onze achterkleinkinderen en hun kinderen is. Grensontkennend samenwerken dus, met partnerschap als toekomstgericht watermerk.

Tanja Klip-Martin, dijkgraaf van waterschap Vallei en Veluwe

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.