Duitse pluimveehouders ontsnappen aan schaalvergroting

Vleespluimveebedrijf in Emlichheim, Duitsland. Op 1 maart vorig jaar was er in Duitsland ruimte voor 203 miljoen dieren: niet veel meer of minder dan vier jaar geleden. - Foto: Ronald Hissink
Vleespluimveebedrijf in Emlichheim, Duitsland. Op 1 maart vorig jaar was er in Duitsland ruimte voor 203 miljoen dieren: niet veel meer of minder dan vier jaar geleden. - Foto: Ronald Hissink

Schaalvergroting was de afgelopen tien jaar troef in de Duitse veehouderij. In de pluimveehouderij echter staat die ontwikkeling sinds 2016 nagenoeg stil.

De schaalvergroting in de Duitse veehouderij maakte gerekend vanaf 2010 een enorme sprong. De pluimveehouderij ontwikkelde zich echter in tegenstelling tot de melkvee- en varkenshouderij relatief stabiel. Dat zegt het Statistische Bundesamt (Destatis) in de toelichting bij de resultaten van de landbouwtelling 2020. Daarin is 2010 het uitgangspunt aan de hand waarvan de schaalvergroting wordt geschetst.

In de melkveehouderij telden de statistici tien jaar geleden nog 90.000 bedrijven. Tien jaar later waren er daarvan nog 54.000 over. Dat komt neer op een daling van 40%. De melkveestapel slonk in hetzelfde tijdsbestek met slecht 5% naar 4 miljoen koeien. De rundveestapel als geheel nam met 10% af, het aantal bedrijven met rundvee met 25%.

ISN: overheid trekt geen duidelijke lijn

Nog harder verliep de ontwikkeling in de varkenshouderij. Het aantal bedrijven in deze sector daalde sinds 2010 met bijna de helft (47%) naar ruim 32.000, terwijl de varkensstapel maar 4% kleiner werd op een eindstand van 26,6 miljoen dieren.

Belangenbehartiger ISN schrikt niet van deze cijfers. Dat er een slachting plaatsvindt onder de kleinere varkensbedrijven was al langer duidelijk op basis van de tweejaarlijkse veetellingen van Destatis. Een gevolg van een niet tegen te houden natuurwet is de ontwikkeling volgens de ISN echter niet. Veel nieuwe eisen op het gebied van milieu en dierenwelzijn zijn door de kleinere ondernemers niet meer op te brengen, meent de bond.

ISN verwijt de overheid geen duidelijke lijn te trekken. Daardoor verkeren veel varkenshouders in onzekerheid over wat ze precies moeten doen. Los daarvan wijst ISN erop dat sinds de afsluiting van de landbouwtelling 2020 (in maart van dat jaar) het effect van de coronapandemie en de Afrikaanse varkenspest nog niet zijn meegenomen. Aan te nemen valt dat in de loop van het jaar de daling van het aantal bedrijven in een stroomversnelling is gekomen, aldus de belangenorganisatie.

Aantal pluimveehouders sinds 2016 nagenoeg stabiel

De schaalvergroting in de pluimveehouderij wijkt vrij sterk af van de twee andere sectoren. Het aantal pluimveebedrijven nam af met 16% af naar 50.800 stuks, maar die daling speelde zich voor het overgrote deel af in de jaren 2010-2015. Sinds 2016 is het aantal pluimveehouders nagenoeg constant.

Dat geldt ook voor het aantal stalplaatsen. Per 1 maart vorig jaar ging het daarbij om ruimte voor 203 miljoen dieren: niet veel meer of minder dan vier jaar eerder. Van de genoemde krap 51.000 bedrijven met pluimvee waren er overigens 10.000 volledig gespecialiseerd. Deze 10.000 bedrijven hielden 70% van de totale pluimveestapel.

Het aandeel van de bedrijven dat zich gespecialiseerd heeft, nam niet alleen in de pluimveehouderij toe. In 61% van de veehouderijbedrijven wordt één diersoort gehouden. Dat was tien jaar eerder 57%.

Lees ook: Verbod ruimen eendagshaantjes in Duitsland definitief

Verseput
Wim Verseput Freelance redacteur

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.