Duurzaamheidscertificering: steeds belangrijker, maar vrijblijvend

28-12-2022 | |
De EU en Nederlandse overheid zijn constant bezig met het vernieuwen en verbeteren van duurzaamheidswetgeving. Denk hierbij aan de aankomende Europese ontbossingswet waarin producten die verbonden zijn aan ontbossing niet op de Europese markt gebracht mogen worden. Foto: Canva
De EU en Nederlandse overheid zijn constant bezig met het vernieuwen en verbeteren van duurzaamheidswetgeving. Denk hierbij aan de aankomende Europese ontbossingswet waarin producten die verbonden zijn aan ontbossing niet op de Europese markt gebracht mogen worden. Foto: Canva

Vele duurzaamheidscertificeringen zoals B-Corp en SBTi moeten ervoor zorgen dat voedingsbedrijven transparant en gedegen richting klimaatneutraal kunnen gaan.

Een opgave die steeds duidelijker gesteld wordt door de maatschappij en wetgeving. Wat zijn deze duurzaamheidscertificeringen en hoe werken ze?

Vernieuwen en verbeteren van duurzaamheidswetgeving

Er is steeds meer wetgeving op het gebied van verduurzaming. Ook voor de voedingsmiddelenindustrie, waar veel energie en grondstoffen worden gebruikt. De Europese Unie en Nederlandse overheid zijn constant bezig met het vernieuwen en verbeteren van duurzaamheidswetgeving. Denk hierbij aan de Omgevingswet of de aankomende Europese ontbossingswet waarin producten die verbonden zijn aan ontbossing niet op de Europese markt gebracht mogen worden. Daar komt ook volgend jaar nog een nieuwe duurzaamheidsrapportage standaard bovenop: de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD).

Actief bezig met verduurzamen

Marc Herberigs is adviseur duurzaam ondernemen bij Stichting Stimular en ziet dat bedrijven in de voedingssector actief bezig zijn met verduurzamen. Deels omdat hun positie als bekend bedrijf bij consumenten vraagt om transparantie, deels omdat de wetgeving daar om vraagt en deels voor kostenbesparingen. “Bedrijven zijn verantwoordelijk voor hun product”, vertelt Herberigs. “En die verantwoordelijkheid vertaalt zich steeds verder door naar onderen in de keten. Toeleveranciers moeten ook hun klimaatimpact berekenen en delen en op hun beurt worden ook hun leveranciers steeds vaker bevraagd. Bedrijven hebben nu een periode om zich voor te bereiden op de rapportage. Ketens in kaart brengen, bepalen welke thema’s belangrijk zijn en hoe de rapportage wordt vormgegeven.”

Wildgroei aan certificaten

Bedrijven gebruiken verschillende standaarden en/of certificaten om hun eigen inspanningen te onderschrijven en hun leveranciers te bevragen. “Science Based Target Initiative (SBTi), EcoVadis, B Corp, zijn voorbeelden. Grote bedrijven kunnen zelf kiezen waar ze zich bij aansluiten, leveranciers vaak niet. Zij krijgen een lijst of een login opgestuurd van een grote klant en moeten die dan maar gaan invullen. Het komt dus niet zelden voor dat bedrijven meerdere verschillende vragenlijsten moeten invullen. Op zich is het logisch dat een sector waar dierenwelzijn een grote rol speelt een andere vragenlijst krijgt dan een sector waarin klimaatissues het grootst zijn, maar op dit moment lijkt er een wildgroei te ontstaan van checklijsten en certificaten. Ik hoop dat het in de toekomst zal uitmonden in een bepaalde sector die voor één transparante methode kiest. Transparantie is heel belangrijk, want wat vrijwel al deze certificeringen gemeen hebben is dat er wel toezicht is, maar geen consequenties. Ze bieden vooral doelstellingen waarop de bedrijven zich kunnen meten, maar niet altijd een goede rapportage standaard waarmee ook andere stakeholders inzicht kunnen krijgen in de acties van een bedrijf.”

Er is veel keuze aan certificaten omdat er veel verschillende aspecten van duurzaamheid zijn

De keuze is reuze in de milieucertificaten. Herberigs denkt niet dat er een verplichting gaat komen op certificering omdat de overheid die keuzevrijheid wil behouden. De overheid voert de druk wel op door duurzaamheidseisen te stellen bij haar eigen inkoop.

Stichting Stimular verspreidt informatie over duurzaam ondernemen en geeft daarnaast ook 1 op 1 advies aan organisaties. Zij ontwikkelde de Milieubarometer waarmee bedrijven zelf hun CO2-footprint kunnen meten. Herberigs: “Er is veel keuze aan certificaten omdat er veel verschillende aspecten van duurzaamheid zijn. SBTi richt zich echt op CO2-reductie en B Corp ook meer op sociale thema’s. Bedrijven kunnen kiezen wat zij belangrijk vinden en zich daaraan committeren. Er zijn allerlei redenen om voor een bepaald certificaat te kiezen. Ook kosten spelen daarin mee, certificeren is een dure aangelegenheid.”

Blijf in gesprek

De stakeholders van bedrijven zijn veel verschillende groepen: investeerders, personeel, consumenten maar ook media, overheid en NGO’s. Deze groepen krijgen een steeds grotere rol en meer invloed op de bedrijfsvoering. Herberigs: “Bedrijven gaan steeds meer duurzaamheidsvragen krijgen van stakeholders. Stimular adviseert bedrijven dan ook om deze vragen voor te zijn en zelf je belangrijke stakeholders in kaart te brengen en hiermee in gesprek te gaan. Wat willen zij nu? Wat gaan zij in de toekomst belangrijk vinden? Door gebruik te maken van je netwerk, weet je welke vragen eraan komen. Zo kan je als bedrijf nu al hierop inspelen, door een transparant duurzaamheidsverslag te publiceren en de vragenlijsten voor te zijn.”

Hilhorst
Alieke Hilhorst Redacteur


Beheer