Duurzame energie zoekt ruimte en draagvlak

In Nederland bestaat genoeg animo voor de opwekking van energie met zon en wind.

Voorlopige plannen komen op een totale productie van 50 terawattuur in 2030. Het doel van het kabinet is 35 terawattuur. Dat blijkt uit een inventarisatie van de regionale energie strategieën (RES‘en) door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Er zijn nog wel veel hobbels te nemen, zoals het aanwijzen van concrete plekken, vergroting van het netwerk en draagvlak onder de bevolking en omwonenden.

In het hele land hebben allerlei ‘stakeholders’ (overheden, belangenorganisaties) overlegd over de regionale energiestrategieën. Er zijn 30 regio’s benoemd, waarvan 27 tijdig een opgave hadden ingediend. Zij hebben voorkeuren geformuleerd voor de opwekking van duurzame energie en zoekgebieden vastgesteld. Ook maakten ze schattingen van de hoeveelheid duurzame stroom en warmte die ze kunnen produceren.

Verdubbeling

De huidige productie van zonne- en windenergie is 10 terawattuur, en er zijn SDE++-beschikkingen voor nog eens 17 terawattuur (TWh) uitgegeven. Die zitten in de pijplijn. De regio’s hebben ambities voor nog eens zo’n productiecapaciteit. De eerstgenoemde 17 TWh komt voor twee derde uit wind. Maar in de voornemens voor daarna bestaat voorkeur voor zonnepanelen. De uiteindelijke 50 TWh zou dan voor ongeveer twee gelijke delen uit wind en zon bestaan. Voor de energiezekerheid is een mix van die beide belangrijk omdat er ’s zomers minder wind is, terwijl de productie van zonne-energie piekt in het voorjaar en in de zomer.

Spanningsveld

Waar die zonnepanelen moeten komen, wordt nog wel een lastig punt. De regionale overleggen hebben voorkeur voor benutting van daken, en voor zonneparken kleiner dan 10 hectare, en voor kleine windmolens. Netbeheerders en marktpartijen vinden dat hier vaak te rooskleurig over wordt gedacht wat betreft potentieel en netwerkcapaciteit. Het PBL concludeert dat de voorkeuren van de regio’s vaak niet het meest kostenefficiënt zijn. ‘Dat leidt tot een spanningsveld tussen regionale voorkeuren en nationale betaalbaarheid’, aldus het PBL.

Boeren weten niet waar ze aan toe zijn

Vage zoekgebieden

Het gaat in de plannen nu nog om zoekgebieden. Burgers en ook boeren die er mee te maken krijgen, weten dus nog niet concreet waar ze aan toe zijn. De zoekgebieden zijn nog vaag begrensd en ruim gekozen, constateert het PBL. Soms is zelfs nog niet bepaald of in het zoekgebied zonne- of windenergie moet komen. Regio’s willen ook zoveel mogelijk functies combineren, zoals windmolens langs snelwegen en zonnepanelen op daken. Sommige regio’s hebben daarvoor een ‘zonneladder’, een manier om de meest wenselijke plek voor panelen te bepalen.

Belangrijk voor draagvlak is delen in de opbrengst

Draagvlak

Slechts een derde van de regio’s heeft de burgers al betrokken bij de planvorming. Ook gemeenteraden hebben nog weinig inbreng gehad. ‘Tot nu toe is er vooral een beperkte doelgroep stakeholders bij betrokken. Vaak is de abstractie van plannen als reden genoemd om ze nu niet aan burgers voor te leggen’, schrijft het PBL. Zoekgebieden zijn vaak op basis van technische argumenten bepaald. Draagvlak wordt daardoor nog een heikel punt. Belangrijk voor draagvlak is delen in de opbrengst, en gedeeld eigenaarschap. De regio’s streven daarom naar 50% lokaal eigenaarschap.

Warmte

Ook duurzame warmtewinning en -gebruik is meegenomen in de plannen. Daar zijn veel verschillende methoden voor maar hiervoor zijn er nog veel onzekerheden, aldus het PBL, zowel financieel als technisch en juridisch. Voor de inzet van duurzame gassen, zoals waterstofgas dat met zonne-energie is opgewekt, is de onduidelijkheid nog veel groter.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.