Duurzamere dierhouderij? Ja, maar wel met oog voor het dier

21-10 | |
Meulders
Frans Meulders Voorzitter cluster landbouwhuisdieren van de KNMvD, beroepsvereniging voor dierenartsen
Foto: KNMvD/C. van Hattem
Foto: KNMvD/C. van Hattem

In het stikstofdebat gaat het te weinig over de spil van de veehouderij: het dier zelf. Dat vindt Frans Meulders. Hij wil dat diergezondheid en -welzijn centraal staan bij het ontwikkelen van beleid voor een duurzamere dierhouderij.

Toen het stikstofdebat eerder dit jaar in volle hevigheid losbarstte, zaten wij als dierenartsen dagelijks aan tafel bij boeren waarvan de meesten in flinke onzekerheid zaten vanwege het stikstofbeleid. Bij de KNMvD kwamen ook berichten binnen van dierenartsen die er slecht van konden slapen. Maar wat moet je als beroepsvereniging van dierenartsen hier nu mee? Is dit een dossier waar wij ons überhaupt in moeten mengen?

Dier centraal zetten

Ondertussen hoorde je in de publieksmedia steeds meer over manieren om de stikstofuitstoot terug te dringen: stalsystemen, voedsel, circulaire landbouw. Media berichtten met name over op het oog tegengestelde belangen rond economie en natuur, maar zelden of nooit ging het over de spil waar de veehouderij om draait: het dier zelf. Terwijl maatregelen om stikstof terug te dringen in de veehouderij, naast grote gevolgen voor de veehouders zelf, ook grote impact kunnen hebben op de gezondheid en het welzijn van hun dieren. Dat was aanleiding voor de KNMvD om samen met de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht een positie in te nemen in het stikstofdebat en de overheid op te roepen om in de transitie naar duurzamere dierhouderij het dier centraal te zetten.

In de waardeketen van voedselproductie zijn dieren op dit moment vaak de zwakste schakel

Als dierenartsen zien we het belang van dieren in toekomstige circulaire voedselsystemen. Zowel bij het omzetten van reststromen uit de voedselproductie in hoogwaardige eiwitten, maar ook vanwege hergebruik van dierlijke mest voor een vruchtbare bodem. Daarin zijn gezonde dieren met een goed welzijn wat ons betreft het startpunt. Maar in de waardeketen van voedselproductie zijn dieren op dit moment vaak de zwakste schakel. En zonder een toekomstig verdienmodel kunnen veehouders straks niet meer investeren in diergezondheid en -welzijn, waardoor het risico bestaat dat onze dieren straks de prijs gaan betalen voor de sanering in de veehouderij.

Onderzoek en begeleiding

Hetzelfde gevaar dreigt bij technische oplossingen zoals emissiearme stallen of aanpassingen in het voer. In beginsel kunnen deze technieken bijdragen aan de oplossing voor het stikstofprobleem. Tegelijkertijd kunnen deze ‘end-of-pipe’ oplossingen mogelijk ook tot gezondheids- en welzijnsproblemen bij dieren leiden, bijvoorbeeld vanwege een slechter stalklimaat of stofwisselingsproblemen. Dat laatste speelt ook bij de gewenste omschakeling naar kringlooplandbouw, waarbij dieren afhankelijk worden van reststromen uit de voedselketen. Om de gezondheid en het welzijn van dieren te borgen, zal de verdere verduurzaming van de veehouderij moeten worden ondersteund door onderzoek naar de effecten van voorgesteld beleid. Daarnaast moet de transitie op bedrijfsniveau begeleid worden door iemand die oog heeft voor het belang van de dieren en die de effecten op diergezondheid en -welzijn goed kan monitoren. Dierenartsen kunnen daar als deskundig adviseur en vertrouwenspersoon een belangrijke rol in spelen.

One Health-aanpak

De gezondheid van mensen, dieren en natuur is op een complexe manier met elkaar verweven. Dat inzicht heeft geleid tot het besef dat problemen op het snijvlak van deze domeinen op een integrale en multidisciplinaire manier moeten worden aangepakt. Als dierenartsen missen we in de discussie over duurzaamheid een dergelijke ‘One Health’-aanpak.

Dat een dergelijke aanpak belangrijk is blijkt wel uit lessen uit het verleden. Eerder werd namelijk al duidelijk dat dieren in de veehouderij een gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid, vanwege de overdracht van infectieziekten als Q-koorts of vogelgriep. Daartegenover staat dat gezonde dieren ook een positieve bijdrage leveren aan de gezondheid van mens en natuur door de productie van natuurlijke en hoogwaardig voeding en mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer.

Het feit dat de erkenning van de intrinsieke waarde van dieren als levende wezens met gevoel de basis vormt van onze Wet Dieren, verplicht ons als samenleving om de belangen van het dier op een goede manier te waarborgen. Zet daarom diergezondheid en -welzijn centraal bij het ontwikkelen van beleid voor een duurzamere dierhouderij.

Multidisciplinair veterinair netwerk

Een integrale afweging van alle belangen moet gericht zijn op het bereiken van een positieve spiraal: stapsgewijs een betere gezondheid voor mens, dier én natuur. Deeloplossingen moeten positief worden benaderd in het licht van het bereiken van het gewenste doel. In de discussie over een duurzamere dierhouderij moet het dus over veel méér gaan dan over de uitstoot van stikstof. De kwaliteit van water en bodem, het beperken van risico’s op zoönosen en het bevorderen van dierenwelzijn zijn eveneens van belang. De Nederlandse samenleving kan hierbij bouwen op het multidisciplinair veterinair kennisnetwerk dat naast de praktijk ook onderzoek, onderwijs, overheid en bedrijfsleven omvat.



Beheer