Econoom Poppe: ‘Begrijpelijk dat boeren straat opgaan’

Landbouweconoom Krijn Poppe is, na een veertigjarige loopbaan, met pensioen gegaan. Zijn interesse in economie begon op de boerderij waar hij opgroeide. Waarom was opeens vlas uit het bouwplan van zijn vader verdwenen?

Dat de boeren afgelopen jaar de straat op zijn gegaan, verbaast landbouweconoom Krijn Poppe (65) niet. Het zat er gewoon aan te komen. “Veel boeren zitten klem. Het huidige landbouwsysteem is gebaseerd op de levering van standaardproducten en concurrentie op kostprijs. Goudse kaas wordt in de hele wereld gemaakt. Met lage prijzen tot gevolg. Dat leidt weer tot schaalvergroting en een intensievere bedrijfsvoering. En dan worden boeren ook nog eens geacht te investeren in dierwelzijn en minder uitstoot. Begrijpelijk dat ze dan boos worden.”

Daar komt nog eens bij dat de buitenwacht weinig begrip toont voor de positie van boeren. “Veel burgers praten met dedain over de landbouw, van empathie is weinig sprake. Ik snap het boerenverzet, maar je gaat het niet winnen met trekkers op de snelweg. Of je wilt of niet, voor een oplossing voor bedrijven in nood heb je de overheid nodig. Ook in financiële zin, bijvoorbeeld door stoppers te begeleiden naar ander werk.”

Koninklijk onderscheiden

Krijn Poppe uit Zevenhuizen (Zuid-Holland) is vorige week na een veertigjarige loopbaan als landbouweconoom bij het LEI – het huidige Wageningen Economic Research – met pensioen gegaan. Tijdens zijn (digitale) afscheidssymposium verscheen opeens de burgemeester van zijn gemeente Zuidplas op het scherm. Poppe werd geridderd tot officier in Orde van Oranje-Nassau. Hij is er nog beduusd van. “Zo’n lintje is natuurlijk een geweldige eer.”

Geen vlas in ons bouwplan bleek het gevolg van de productie van kunststofzijde

Zijn vader kreeg in 1964 een boerderij toegewezen in Oostelijk-Flevoland. Daar in de polder groeide zijn belangstelling voor economie. “Wij hadden jarenlang vlas in ons bouwplan. Dat was opeens afgelopen. Bleek het gevolg van de opkomende vlasteelt in Rusland en, nog belangrijker, de productie van kunststofzijde door Akzo Nobel. Zulke economische processen vond ik toen al interessant. Mijn broer liep liever met een schoffel tussen de bieten, ik ging economie studeren.”

Na zijn studie kwam Poppe bij het LEI terecht. Hij solliciteerde vanwege het toegepaste onderzoek dat het instituut uitvoert. En dan ook nog eens onderzoek in de landbouw. “De agrarische sector was en blijft interessant, voor mij veertig jaar lang. De ene keer was ik betrokken bij de mestboekhouding, dan weer bij de marketing van biologische producten. En afgelopen jaren bij het Europese landbouwbeleid. Ik ben er niet de man voor om in een klein kamertje zuivere wetenschap te bedrijven.”

Keerzijde van intensivering Nederlandse landbouw

De Nederlandse landbouw wordt wereldwijd gezien als voorbeeld. Poppe snapt dat wel. “Vanwege bodemkwaliteit en klimaat zijn de opbrengsten hier van nature al hoog. Door de hoge grondprijzen en arbeidskosten lopen we voorop in mechanisatie en digitalisering. Met succes. Als het gaat om technologie, opbrengsten per hectare en ketensamenwerking doet Nederland het erg goed. De Nederlandse landbouw kan een goed verhaal vertellen. Het buitenland luistert daar graag naar.”

De intensivering heeft ook een andere kant, zegt Poppe. “De milieuproblemen worden groter. Veertig jaar geleden had niemand het over ammoniak, stikstof of fijn stof. De zorgen hierover zijn terecht. Veel boeren hebben hun uitstoot fors omlaag gebracht, maar dat verhoogt wel de kostprijs. Het lukt de overheid maar matig om de sector in te passen in het verstedelijkende Nederland.”

Laten we hopen dat er jongeren zijn die ervoor kiezen om boer te worden

Stel, hij had zelf een boerderij, zou hij zijn kinderen dan adviseren om hem op te volgen? Hij veralgemeniseert: “Dat ligt aan het bedrijf. Nederland kent veel bedrijven die het goed voor elkaar hebben, ze zijn toekomstgericht en innovatief. Als je broers en zussen het jou gunnen, is opvolging goed mogelijk. En laten we alsjeblieft hopen dat er jongeren zijn die ervoor kiezen om boer te worden. Wat moeten we anders doen met die 1,8 miljoen hectare landbouwgrond? Er wordt te makkelijk gezegd dat we daar wel natuur van kunnen maken. Natuurbeheer kost enorm veel geld.”

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.