Eén vol jaar vogelgriep, en nu?

29-10 | |
In een beperkingsgebied mogen eieren alleen rechtstreeks van de pluimveehouder naar een overslaglocatie worden gebracht.  Vóór het volgende eiertransport moet de vrachtwagen worden gereinigd en ontsmet. - Foto: Cor Salverius
In een beperkingsgebied mogen eieren alleen rechtstreeks van de pluimveehouder naar een overslaglocatie worden gebracht. Vóór het volgende eiertransport moet de vrachtwagen worden gereinigd en ontsmet. - Foto: Cor Salverius

In een aanzienlijk deel van Nederland zat het pluimvee woensdag 26 oktober al 365 dagen verplicht binnen. Nu de vogeltrek weer begonnen is en het aantal uitbraken van vogelgriep toeneemt, lijkt opheffing van de ophokplicht verder weg dan ooit. Wat hebben we geleerd in een vol jaar ophokplicht en hoe gaat het verder?

Het vogelgriepseizoen begon op 26 oktober 2021 met een uitbraak bij een legbedrijf in Zeewolde (Fl.). Toen nog minister Schouten kondigde een landelijke ophokplicht af, mede vanwege de vondst van dode vogels in het noorden van Nederland en in Duitsland. In een groot deel van Nederland is het verbod tot nu van kracht gebleven, maar toch zijn er regelmatig uitbraken.

Doorgaans eindigt een vogelgriepseizoen in het voorjaar, omdat dan de vogels die het virus overbrengen weer naar Siberië trekken, maar nu zijn veel soorten wilde vogels geïnfecteerd, ook vogels die in Nederland blijven. Het virus blijft dus rondwaren.

Hoeveel bedrijven zijn besmet geraakt en hoeveel dieren zijn geruimd?

In twaalf maanden tijd waren er uitbraken bij 28 legbedrijven, 19 vleeskuikenbedrijven, 12 bedrijven met vleeseenden en 6 kalkoenbedrijven. Bovendien werd 15 keer vogelgriep vastgesteld bij een vermeerderingsbedrijf, waarvan 3 keer bij een houderij met vleeseendenouderdieren. Een enkele keer betrof het een combinatiebedrijf, bijvoorbeeld met leghennen en opfokleghennen. Nog eens vijftig locaties werden preventief geruimd. Bovendien werd één opleiding voor dierverzorging getroffen en 21 kleinschalige houderijen en kinderboerderijen. Alles bij elkaar gaat het om bijna 6 miljoen dieren.

Tekst gaat door onder de foto

Het bedrijf dat de vervoersverbodborden plaatst en opslaat heeft het nog steeds druk met alle vogelgriepuitbraken. - Foto: Bert Jansen
Het bedrijf dat de vervoersverbodborden plaatst en opslaat heeft het nog steeds druk met alle vogelgriepuitbraken. - Foto: Bert Jansen

Zijn zoveel ruimingen logistiek wel mogelijk?

Het grote aantal uitbraken en – zoals vermeld in sommige gevallen – de omvang van de bedrijven kan de ruimingen vertragen, onder meer vanwege de beschikbaarheid van personeel, maar ook door schaarste aan CO2, dat nodig voor het vergassen van pluimvee bij ruimingen. Door de energiecrisis is de belevering namelijk beperkt, maakte minister Adema van LNV bekend in een brief aan de Tweede Kamer van 11 oktober. De NVWA zoekt daarom naar alternatieve mogelijkheden waarvoor minder gas nodig is dan in een grote stal, zoals vergassing in containers of in big bags. Als er niet snel geruimd kan worden, vergroot dat de kans op verspreiding van het virus.

Wat betekent dat voor de verkrijgbaarheid en de prijs van pluimveevlees en eieren?

Voor vlees speelt, naast beperking van het aanbod door AI, dat de overgang naar het Beter Leven-keurmerk met 1 ster tot een lagere productie zal leiden. Bovendien gaat de vraag in Europa naar verwachting ook nog eens met enkele procenten stijgen. Dat betekent dat de pluimveesector minder zal moeten exporteren of meer moet importeren. Die import kan ook uit de EU komen. In Polen groeit de pluimveevleesproductie. Op het moment is er geen gebrek aan aanbod. De prijs van vleeskuikens staat zelfs onder druk door het grote aanbod tegen lage prijzen uit Polen, Oekraïne en Hongarije.

In de eiersector baren de recente uitbraken van vogelgriep in pluimveedichte gebieden meer zorgen. De eierprijs is nog nooit zo hoog geweest. Door de vogelgriep zijn vraag en aanbod op de wereldmarkt van eieren voor industriële verwerking niet meer in evenwicht en dat heeft ook invloed op de vraag naar en de prijs van tafeleieren.

Is inmiddels duidelijk hoe het virus de pluimveestal in komt?

Nee, dat is nog niet onomstotelijk vastgesteld. De faculteit Diergeneeskunde van Universiteit Utrecht, vogelkenniscentrum Sovon en Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) doen onderzoek bij besmette bedrijven naar mogelijke insleeproutes en doen aanbevelingen. “Er zijn tot op heden geen grote tekortkomingen in de bioveiligheid bij bedrijven gevonden die de besmetting konden verklaren”, aldus Adema in de Kamerbrief.

Het rapport ‘Risicofactoren voor introductie van HPAI-virus op Nederlandse commerciële pluimveebedrijven, 2014-2022’ van WBVR geeft wel inzicht in welke factoren een rol zouden kunnen spelen. Door grote wateroppervlaktes, waterwegen en grasland in de directe omgeving van een pluimveebedrijf, neemt de kans op besmettingen toe. Zowel water als grasland zijn aantrekkelijk voor wilde vogels om te foerageren. De kans op een uitbraak in Nederland neemt toe van oost naar west en van zuid naar noord, zo staat in het rapport.

Tekst gaat door onder de foto

Ruimen van een met vogelgriep besmet kippenbedrijf in Brabant, in maart van dit jaar. - Foto: Bert Jansen
Ruimen van een met vogelgriep besmet kippenbedrijf in Brabant, in maart van dit jaar. - Foto: Bert Jansen

Wat kunnen pluimveehouders doen om vogelgriep buiten de deur te houden?

Scherp blijven op de hygiëne is het belangrijkste en dus niemand toelaten tot de stallen die daar niets te zoeken heeft, ook de voeradviseur niet. Daarnaast kunnen pluimveehouders diverse maatregelen nemen om de kans op insleep van vogelgriep (HPAI) in de pluimveestal te verkleinen, zoals het aantal knaagdieren op het erf terugdringen. Maaien, oogsten en baggeren van sloten dient zoveel mogelijk plaats te vinden tijdens leegstand van de stal. Er zijn bovendien aanwijzingen dat lasers effectief zijn om wilde vogels rond het bedrijf te weren. Onderzoek van Royal GD en Universiteit Utrecht in opdracht van de pluimveesector wijst uit dat dubbellaags windbreekgaas voor de luchtinlaten van een pluimveestal het risico op een vogelgriepbesmetting via de lucht met een factor 10 verlaagt.

Welke rol speelt de overheid hierbij?

Minister Adema noemt de huidige situatie met veel uitbraken in heel Nederland, ook gedurende de zomermaanden, niet houdbaar. “Niet voor de dieren, niet voor pluimveehouders, niet voor de maatschappij.” Hij heeft daarom het Intensiveringsplan preventie vogelgriep aangekondigd, dat het eerste kwartaal van 2023 klaar moet zijn. In het Intensiveringsplan wil hij inzetten op maximale bioveiligheid op bedrijven. “Een goede bioveiligheid van bedrijven en hobbylocaties is en blijft vooralsnog de belangrijkste maatregel ter preventie van HPAI-besmettingen. Het is van het grootste belang dat pluimveehouders alert blijven en de bioveiligheidsmaatregelen strikt toepassen.”

Wil de regering ook invloed uitoefenen op nieuwe vestigingen of uitbreiding van pluimveebedrijven?

Ja, dat maakt deel uit van het Intensiveringsplan preventie vogelgriep. Adema gaat onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor een verbod op uitbreiding of nieuwe vestiging van pluimveebedrijven in gebieden met een verhoogd risico op vogelgriep. Nu is dat wettelijk niet mogelijk.

Hoe staat het met vaccinatie tegen vogelgriep?

De Tweede Kamer wil dat er zo snel mogelijk wordt gestart met vaccineren. Minister Adema onderschrijft dat. “Maar wel op een verantwoorde manier.” Hij verwacht de eerste resultaten van de laboratoriumstudie van Wageningen UR in december. Daarna moet een veldproef worden opgezet. Er kan niet morgen al gevaccineerd worden. “Het vaccin is in Europa niet toegelaten. De vaccinproducent zal daarvoor een aanvraag moeten indienen. We moeten ook kijken of het werkt en er geen schadelijke neveneffecten zijn.”

Bovendien moeten landen de import van producten van gevaccineerde dieren accepteren. In de EU wordt daarom gewerkt aan een nieuwe Europese verordening om de handel in producten van gevaccineerde dieren mogelijk te maken.

Tekst gaat door onder de foto

Als vaccineren succesvol blijkt en wordt toegestaan, kunnen de kippen weer naar buiten. - Foto: Michel Velderman
Als vaccineren succesvol blijkt en wordt toegestaan, kunnen de kippen weer naar buiten. - Foto: Michel Velderman

Hoe zit het met de zestienwekentermijn, de gedoogperiode voor vrije-uitloopeieren?

De Europese Commissie heeft voorgesteld die termijn in de handelsnormen voor eieren af te schaffen. Nu moeten vrije-uitloopeieren na zestien weken ophok worden afgewaardeerd. Als de lidstaten daarmee instemmen hoeft dat niet meer, net als bij biologische eieren. Het voorstel zou dit kalenderjaar nog kunnen ingaan. In dat geval hoeven pluimveehouders in de tien regio’s waar de ophokplicht op 5 oktober opnieuw werd ingesteld – na een maand of drie daarvan te zijn vrijgesteld − niet meer af te waarderen.

Kan de vogelgriep overslaan op mensen en wat betekent dat voor de pluimveehouderij?

Ja, in Europa is dit jaar twee keer iemand besmet geraakt: in januari in het Verenigd Koninkrijk een hobbyhouder en begin oktober een medewerker van een pluimveebedrijf in Spanje. Wereldwijd zijn er tussen 2003 en 2022 864 humane besmettingen met H5N1 vastgesteld in 19 landen. 456 mensen overleden aan het virus. Minister Kuipers van Volksgezondheid noemde de zoönotische dreiging door de huidige vogelgriepvariant tijdens een debat op 14 oktober echter gering. Bij het vogelgriepvirus zijn vijf mutaties nodig voordat het kan overgaan op zoogdieren en bij de huidige variant worden één of twee mutaties gevonden. Mensen die in contact komen met besmette dieren, zoals pluimveehouders en ruimers, worden gescreend.

van der Werff
Meer over


Beheer