Eko Holland-voorzitter: ‘1.500 biobedrijven erbij, maar wel met goed verdienmodel’

14-11 | |
De overheid zou een groot deel van het stikstofprobleem kunnen oplossen door duidelijk te kiezen voor bio, grondgebondenheid en beweiden, denkt Eko Holland-voorzitter René Cruijsen. Foto: Van Assendelft Fotografie
De overheid zou een groot deel van het stikstofprobleem kunnen oplossen door duidelijk te kiezen voor bio, grondgebondenheid en beweiden, denkt Eko Holland-voorzitter René Cruijsen. Foto: Van Assendelft Fotografie

Ontzie agrarische bedrijven die hun ammoniakuitstoot in de afgelopen jaren al hebben gehalveerd. Dat adviseert Eko Holland-voorzitter René Cruijsen de Nederlandse overheid in de stikstofaanpak.

‘Stikstof halveren, ga biologisch consumeren’. Het is het eerste wat je ziet als je landt op de website van leverancierscoöperatie Eko Holland Melk op Maat. Omschakelen naar een biologische bedrijfsvoering als een van de oplossingen voor het stikstofprobleem, het klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Toch gelooft Cruijsen er heilig in. Biologisch is volgens hem niet de énige oplossing, maar zeker een goede optie.

Is er een stikstofprobleem?

“Er is een stikstofprobleempje, maar het probleem is niet zo groot als nu wordt gesteld. De natuur verandert, niet alleen door stikstof maar bijvoorbeeld ook door klimaatverandering. Dat moeten we voor een deel gewoon accepteren. Ook denk ik dat er nog veel valt te verbeteren door natuur beter te onderhouden. Melkveehouders bestrijden op hun bedrijf bijvoorbeeld zuring, zo kunnen natuurbeheerders ook ongewenste soorten tegengaan. Het is niet zo dat ik het stikstofprobleem ontken. Ik ben niet voor niets een biologische boer.”

Zijn biologische melkveehouders mede oorzaak van het stikstofprobleem?

“Ook biologische bedrijven stoten stikstof uit, al is het minder dan gangbare bedrijven. Zo gebruiken we geen kunstmest en voeren we minder eiwit. Ook loopt ons vee – vanaf een leeftijd van drie maanden – minimaal 200 dagen per jaar in de wei. Allemaal zaken die maken dat de ammoniakuitstoot op biologische bedrijven een stuk lager ligt.”

Als we onderdelen van de biologische werkwijze ook op een groot deel van de gangbare bedrijven zouden toepassen, lossen we het stikstofprobleem al voor een aanzienlijk deel op

Uit een QuickScan door Wageningen UR blijkt inderdaad dat grotere biologische melkveebedrijven uit de stal een 22% lagere ammoniakemissie hebben dan vergelijkbare gangbare melkveebedrijven. De gemiddelde emissie uit mesttoediening en beweiding ligt 53% lager. Volgens Cruijsen spreken de cijfers boekdelen. “Als we onderdelen van de biologische werkwijze ook op een groot deel van de gangbare bedrijven zouden toepassen, lossen we het stikstofprobleem al voor een aanzienlijk deel op.” Verder pleit hij voor een grondgebonden melkveehouderij, al dan niet door samenwerking met akkerbouwers voor een periode van minimaal twaalf jaar. De overheid had de sector wat hem betreft veel eerder moeten begrenzen. “Bij 100 koeien hoort 50 hectare grond, punt”. Dat had de veehouders veel ellende kunnen besparen na afschaffing van de melkquotering in 2015.

Het stikstofprobleem is al decennia oud. Hoe kijk je in deze naar de rol van de melkveehouderij?

“Melkveehouders hebben zich altijd gedwongen gevoeld om te groeien en intensiveren. Dat kun je niemand van hen kwalijk nemen. Melkveehouders die anders kozen, zijn nu geen boer meer. Ook de grote groeiers valt in wezen niets te verwijten. Zij hebben gebruik gemaakt van de ruimte die hun door de overheid is geboden. Het is echt de overheid die steken heeft laten vallen. Zij durfden niet te kiezen voor een ander systeem.”

Biologisch kan in jouw ogen dus een oplossing bieden voor het stikstofprobleem?

“Niet alleen de biologische, maar ook de natuurinclusieve en grondgebonden landbouw. Als je grofweg de helft van de 50% nodige stikstofreductie (red. vanaf 2018) kunt halen door meer bedrijven over te laten schakelen op een biologische of extensieve bedrijfsvoering, lijkt me dat een goede oplossing.”

Hoeveel biologische bedrijven komen er dan bij en is daar wel markt voor?

“Ik acht het goed mogelijk dat we er over een jaar of vijf zo’n 1.500 biologische bedrijven bij hebben. Maar dan moet de overheid wel zorgen voor een goed verdienmodel. Dat kan door afspraken te maken met de supermarkten. In Nederland ligt de zuivelconsumptie op zo’n 3 miljard kilo melk. Zorg ervoor dat de helft biologisch of natuurinclusief wordt geproduceerd. Spreek met supermarkten af dat zij op deze ‘groene’ zuivelproducten minder marge mogen maken dan op de ‘normale’ zuivel. Dan zou het prijsverschil nagenoeg kunnen verdwijnen. Communiceer vervolgens duidelijk aan consumenten waar zij voor betalen: een beter milieu en een toekomstperspectief voor de boer. Op deze manier creëer je een goed verdienmodel voor deze groep boeren.”

Hoe denk je dat Den Haag naar de biologische melkveehouderij kijkt?

“Positief, maar ze moeten zorgen dat we ruimte krijgen om onze kringloop zoveel mogelijk te sluiten. Goed voorbeeld zijn de spelregels voor natuurbeheer. De natuurorganisaties krijgen subsidie van de provincies voor bepaald beheer van gronden. Dat kan bijvoorbeeld kruidenrijk grasland zijn of verschraling. Dat maakt het voor biologische boeren die deze gronden weer pachten soms nodeloos ingewikkeld. Zo mag er bij de opdracht tot verschraling geen jongvee op een perceel. Een natuurorganisatie kiest dan gedwongen voor maaibeheer. Net of dat zo’n natuurvriendelijke optie is. Bijna alle biologische melkveehouders pachten wel natuurgronden en er gaat veel goed, maar de wisselwerking is nog lang niet altijd 100 procent op orde.”

De overheid moet de biologische boeren meer tegemoet komen?

“Ja, en ik vind dat de landbouwminister ook in zijn algemeenheid meer zou moeten opkomen voor de boeren. Ik ging in de jaren 80 samen met collega’s naar het provinciehuis in Arnhem. We waren erg boos vanwege de nieuwe mestwetgeving en gingen verhaal halen bij de toenmalige minister van landbouw Gerrit Braks. Vijf minuten na aankomst stonden we, na een kort onderhoud met de minister, met z’n allen voor hem te klappen. Zo’n minister wil ik zien. Meer dan 90% van onze sector doet het helemaal niet slecht. Zorg dan ook dat je minimaal 90% van de boeren perspectief biedt. De overige 10% boert intensief, tegen het industriële aan. Maar ook voor deze groep zijn oplossingen mogelijk. Dan denk ik bijvoorbeeld aan het indikken en afvoeren van mest.”

Verdienen biologische bedrijven in de stikstofaanpak een uitzonderingspositie?

“Niet alleen biologische bedrijven, maar alle bedrijven die zelf 50% van hun ammoniakuitstoot weten te reduceren zouden wat mij betreft in aanmerking moeten komen voor een uitzonderingspositie. Ook als een dergelijk bedrijf nog steeds voor een hoge depositie zorgt op een naastgelegen Natura2000-gebied. Kijk naar de uitstoot per bedrijf en niet naar de depositie op natuur. Ik ben in principe tegen generieke maatregelen, al is er natuurlijk wel visie nodig om de melkveehouderij toekomst te bieden. Gelukkig hebben de provincies aangegeven voor maatwerk te gaan.”

Bij de zogenoemde piekbelasters kijkt de overheid per bedrijf naar de bijgedragen stikstofdepositie op een Natura2000-gebied. Daardoor kunnen ook biologische melkveehouders van Eko Holland in deze categorie vallen. Hoeveel Eko Holland-bedrijven bevinden zich in of naast een Natura2000-gebied?

“Ik schat zo’n 25, dus ongeveer 10% van de leverende bedrijven. Een aantal van deze bedrijven loopt het risico in de problemen te raken, helemaal op basis van dat ‘rotkaartje’ dat nu gelukkig weer van tafel is. Ik ga ervan uit dat biologische bedrijven, en ook natuurinclusieve en grondgebonden bedrijven, ten opzichte van intensieve bedrijven in het voordeel zijn als de provincie kijkt naar de belasting van een bepaald natuurgebied. In een uiterst geval zou het nodig kunnen zijn om een biologisch bedrijf te verplaatsen. Belangrijk is dan dat bijbehorende gronden behouden blijven voor de agrarische sector zodat andere bedrijven hun bedrijfsvoering kunnen extensiveren.”

Is het denkbaar dat een biologisch melkveebedrijf naast of in een Natura2000-gebied wordt uitgekocht vanwege stikstof?

“In principe zou dat van de gekke zijn, maar tegelijk kunnen we het niet uitsluiten. Ook een biologisch bedrijf kan intensief zijn door veel voer aan te kopen en mest af te voeren, al is dit wel een kleine groep. Bij ons is 95% van de bedrijven grondgebonden. Ook stellen we voor weidegang strenge eisen aan de huiskavel. Er geldt een maximum van 6,5 koe per hectare beweidbaar oppervlak.”

Als er met bio zo gemakkelijk winst valt te behalen, waarom heeft de overheid daar dan nog niets meegedaan?

“Ze zouden inderdaad een groot deel van het probleem kunnen oplossen door duidelijk te kiezen voor bio, grondgebondenheid en beweiden. Maar om onduidelijke redenen ging het al snel over sanering en krimp en dat is erg teleurstellend. Ze moeten gewoon het systeem aanpassen. Dat is het gemakkelijkst. Een hogere productie moet niet langer automatisch leiden tot een hogere beloning. Daarnaast zal een aantal piekbelasters, gezien de leeftijdsopbouw in de sector, op termijn zelf stoppen. Dan houd je misschien nog een paar bedrijven over die uiteindelijk moeten worden opgekocht maar geen honderden en zeker geen duizenden.”

Willem Veldman


Beheer