EU sorteert voor op omslag in landbouw

Met het Boer-tot-Bord-plan wil Europees Commissaris Stella Kyriakides (Gezondheid en Voedselveiligheid) de landbouw en de voedselketen verduurzamen. De plannen zijn vooralsnog politieke ambities. Maar een ding is duidelijk: de inkomenstoeslagen dalen.

Verwarring alom, vorige week tijdens de vergadering van landbouwministers in Brussel. Aan de orde was de Boer-tot-Bord-strategie, het voorstel van de Europese Commissie voor een verduurzaming van de landbouw en de voedselketen. De twee Europees Commissarissen Janusz Wojciechowski (Landbouw) en Stella Kyriakides (Gezondheid en Voedselveiligheid) kregen een spervuur van vragen over zich heen. Geen van de 27 Europese landbouwministers had een exact beeld van wat de Europese Commissie precies wil.

Halvering antibiotica en gewasbeschermingsmiddelen

Ondanks de onduidelijkheid onder Europese landbouwministers, werpt de Boer-tot-Bord-strategie zijn schaduw vooruit. De Nederlandse boer hoeft dit jaar nog niet te rekenen op extra eisen die via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid op het erf komen, maar de richting van de strategie komt zeker terug in het nationaal strategisch plan, dat Nederland komend jaar bij de Europese Commissie indient en waarvan de effecten in 2023 op het erf merkbaar zijn.

De Boer-tot-Bord-strategie stelt een aantal doelen voor het jaar 2030: een halvering van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen; een halvering van de uitstoot van nutriënten naar lucht, bodem en water en een vermindering van het mestgebruik (-20%); een halvering van het antibioticagebruik; en de groei van het biologisch areaal tot een kwart van de totale beschikbare cultuurgrond.

Als ministers al niet weten waar ze nu aan toe zijn, hoe kunnen boeren dan een oordeel vormen. “Wij willen duidelijkheid”, was de overheersende opmerking van de verantwoordelijke ministers. Over een andere onduidelijkheid, het budget, kwam in de afgelopen week een beetje duidelijkheid in de vorm van een akkoord over de meerjarenbegroting. Kerneffect is dat de inkomenstoeslagen omlaag gaan en dat meer voorwaarden aan boeren worden gesteld (ook via Boer-tot-Bord) om toeslagen te kunnen ontvangen.

Tekst gaat verder onder de foto.

Foto: Ruud Ploeg / Canva
Foto: Ruud Ploeg / Canva

Wat zijn de referentiejaren?

Sinds de dag van de presentatie (20 mei) is er veel onduidelijkheid over de Europese plannen. Wat zijn de referentiejaren? Wat zijn de effecten op de voedselproductie, als in korte tijd het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en van meststoffen fors moet worden verminderd? Hoe verhouden zich de Europese duurzaamheidsplannen tot de concurrentiekracht van de Europese landbouw? Vragen die vooralsnog onbeantwoord blijven.

De Europese Commissie moet niet als een blind paard achter haar eigen plannen aanlopen

De Duitse landbouwminister Julia Klöckner verwoordde onlangs een van de zorgen: “Dringen we de voedselproductie niet naar buiten de Europese Unie, door de boeren te strenge eisen op te leggen?” Dat die vraag wordt opgeworpen door een doorgaans gematigde landbouwminister van een belangrijk EU-land, geeft aan dat de scepsis over de plannen van de Europese Commissie niet beperkt blijft tot een handvol notoire criticasters. De Europese koepel van landbouworganisaties (Copa-Cogeca) waarschuwde eerder dat de Europese Commissie niet als een blind paard achter haar eigen plannen moet aanlopen. Eerst maar eens kijken wat de effecten zijn op de concurrentiekracht van de landbouw en op het boereninkomen, voordat er verder stappen worden gezet. Het idee om in elk geval een duidelijke analyse te maken van de te verwachten effecten (impactanalyse) wordt door de Europese lidstaten gedeeld. Minister Schouten zegt dat goed moet worden gekeken naar de brede maatschappelijke gevolgen.

Richting Boer-tot-Bord-strategie is duidelijk

Hoe reëel zijn de plannen in de Boer-tot-Bord-strategie, en hoeveel zal de boer en tuinder in Nederland ervan merken? Het antwoord op die vraag hangt in grote mate af van de impactanalyses en welke conclusies daaruit worden getrokken. Maar de richting is duidelijk: minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, minder gebruik van antibiotica, minder gebruik van mest en een uitbreiding van de biologische landbouw. Die elementen komen terug in de voorwaarden bij de inkomenssteun in het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.

Er zijn beleidsonderdelen waarop de Nederlandse boer al goed scoort. Op het gebied van de terugdringing van het antibioticagebruik is Nederland hét voorbeeld in de Europese Unie. Het ligt voor de hand dat van de Nederlandse boer tot 2030 een minder grote inspanning op dat vlak zal worden gevraagd.

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (kilo’s werkzame stof) in Nederland is in 2018 gedaald t.o.v. 2011. Het gebruik ervan, berekend over 13 EU-landen, is juist iets gestegen.

Vermindering van het gewasbeschermingsmiddelengebruik past precies in het beleid dat LTO-Nederland eerder al uitstippelde. Voorwaarde is wel dat er alternatieve (niet-chemische) middelen komen en dat de Europese Commissie meer ruimte geeft voor nieuwe veredelingstechnieken – waar landbouwminister Schouten zich voor inzet. Haar oproep om bijvoorbeeld Crispr-Cas als techniek toe te laten vond afgelopen week weerklank bij haar Duitse collega Klöckner.

In Nederland blijft het aandeel biologische landbouw ver achter bij het Europese gemiddelde.

Als het gaat om het areaal biologische landbouw, is Nederland een achterblijver. Terwijl Oostenrijk het Europese streefcijfers (25% van het areaal in 2030) nu al aantikt, komt Nederland nu nog niet verder dan ruim 3% van het areaal. Dat is nog niet de helft van het Europese gemiddelde. De vraag is of Nederland ooit het Europese streefcijfer kan halen. Niet voor niets zei landbouwminister Carola Schouten vorige week in debat met haar Europese collega’s dat wel rekening moet worden gehouden met de bestaande landbouwinfrastructuur. De Nederlandse Akkerbouwvakbond raakte nog een ander punt van kritiek: per kilo geoogst product is de ecologische voetafdruk van de biologische landbouw groter dan die van de gangbare landbouw.

Nederland heeft het antibioticagebruik veel sterker verminderd dan de rest van de EU. EU 2010: 25 landen, ook IJsland, Zwitserland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk. 2017: 27 landen, exclusief Verenigd Koninkrijk.

Behoud en verbetering van biodiversiteit

Tegelijk en samenhangend met de Boer-tot-Bord-strategie presenteerde de Europese Commissie de Biodiversiteitsstrategie, die inzet op de vergroting van het areaal beschermde natuur in de Europese Unie tot 30% van het land- en zeeoppervlak in 2030.

Minister Schouten ziet daarin een aanmoediging voor de natuur-inclusieve landbouw. Behoud en verbetering van de biodiversiteit kan in haar ogen niet zonder inzet van de landbouw.

De uitwerking van de Europese doelstellingen moet vooral via de nationale strategische plannen in het nieuwe Europese landbouwbeleid gaan. Aan die plannen wordt nu volop gewerkt, maar nog steeds is niet duidelijk hoe de Europese Commissie ervoor zorgt dat lidstaten aan de ene kant met een op de eigen nationale en regionale situatie toegesneden plan komen, dat aan de andere kant recht blijft doen aan eerlijke concurrentieverhoudingen.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.